Actiegroepen worden gedoogd

Een actiegroep in China opzetten – nog niet zo lang geleden zou het onherroepelijk reden zijn voor arrestatie en heropvoeding....

Van onze correspondent

Het is een prille trend, want de achterdocht van de autoriteiten tegen groepen die niet direct onder controle van de éénpartijstaat staan, is nog steeds groot. Maar zijn al wel ruim tweehonderd internationale ngo’s – non-gouvernementele organisaties – actief, van ActionAid tot het Zigen Fund, blijkt uit een overzicht van China Development Brief.

De argwaan is gestoeld op de vrees dat onafhankelijke initiatieven de positie van de partij kunnen ondermijnen. De machthebbers hebben nauwlettend gevolgd wat er de afgelopen jaren in landen als Oekraïne, Georgië en Kirgizië is gebeurd, waar ‘kleurrevoluties’ van burgergroepen het gezag de wacht aanzegden. Daarbij werden ze vaak gesteund door buitenlandse ngo’s.

Maar Peking erkent dat actiegroepen meer dan louter argwaan verdienen. Ze kunnen hun nut hebben, is de conclusie van een artikel dat onlangs in het toonaangevende blad van de Centrale Partijschool verscheen.

Ngo’s als Greenpeace kunnen geld, ervaring en kennis meebrengen. Dat is goed voor de ontwikkeling en de vooruitgang. Maar ze kunnen ook de nationale veiligheid en de politieke stabiliteit in gevaar brengen. Het advies luidt: demoniseer ze niet, maar verklaar ze ook niet heilig. Hou ze vooral goed in de gaten.

Meer over