Acrobaat voelt zich in de lucht pas echt vrij

Daniel Bonfil moest diplomaat worden, zo zagen zijn ouders het graag. Maar hij sloeg een andere weg in, toen hij het circusleven ontdekte. 'Ik klom omhoog alsof ik het al jaren deed.'

Het metrostelsel van Mexico-Stad is een bijenkorf. Als werkbijen zoemen de arbeiders in rijen langs elkaar. Zij maken deze miljoenenstad tot een van de productiefste ter wereld. Op knooppunten als Pantitlán en Tacubaya vechten ze zich letterlijk de wagons in. Er zijn niet voor niets aparte coupés voor vrouwen. Eenmaal binnen zitten ze opeengepakt, soms uren, snakkend naar koele lucht en een warme maaltijd met hun gezin. Verfspetters, zweet en stof op het voorhoofd, soms nog gekleed in het felblauwe of beige uniforms van hun werkgever.


Daniel Bonfil (23) voelt zich daarentegen vrij als een vogel, als hij hoog in het Museo Británico Americano en México aan de trapeze of rode zijden doeken hangt. Tussen de afbrokkelende muren van deze voormalige kerk maakt hij koprollen, of strekt hij zijn ledematen net als de bronzen Jezus Christus die voor hem in de lucht zweeft.


De wind waait de geur van vers brood naar binnen, buiten klinkt een treurige trompet. 'Dit is mijn toevluchtsoord', zegt de luchtacrobaat. Zijn collega's van Red Circus oefenen op de grond handstanden en acts met hoelahoepen. Hun nieuwe voorstelling gaat in januari in première.


Daniel wil professioneel circusartiest worden. Dat was niet het plan, vertelt hij de volgende dag op een grasveld voor de rijk versierde bibliotheek van de Universidad Nacional Autónoma de México, een van de gerenommeerdste universiteiten van Latijns-Amerika. Hij is bijna klaar met zijn studie internationale betrekkingen en moet alleen een sociale stage en scriptie afronden.


'Ik wilde als diplomaat de wereld over', grinnikt hij. Zijn neus- en lippiercing glinsteren in de zon. Maar toen hij op zijn 20ste door een vriendin werd gevraagd om mee te doen aan een circusvoorstelling, was hij verkocht. 'Ik klom omhoog alsof ik het al jaren deed.'


Hoe vertel je je ouders dat je het zekere diplomatenbestaan opgeeft voor het circusleven? 'Ze geloofden het eerst niet.' Maar toen Daniels stille vader, een accountant, zijn zoon aan de trapeze zag hangen, 'begreep hij hoe bijzonder dit talent is'.


Zijn moeder had meer tijd nodig. 'Pas toen mijn tante zei: jouw zoon is speciaal, ging ze het geloven.' Daniel heeft nu niet alleen de steun van zijn ouders en zus met wie hij een knus zalmroze huisje deelt, maar ook van zijn praatgrage oma, oudtante, gescheiden oom, gescheiden tante en haar twee kinderen, die drie deuren verderop wonen.


De rest van Mexico neemt zijn talent minder serieus. 'Mexicanen vinden kunst niet iets waarvoor je betaald hoeft te worden.' Het is een verkeerd land voor circusartiesten, zegt hij, liggend in het gras.


Er is geen staatsscircus, zoals in Rusland of China, en van de dertien groepen in Mexico-Stad krijgt er slechts één subsidie. Daniel en zijn vrienden van Red Circus betalen 2.000 pesos (ruim 100 euro) per maand om twee keer per week in de kerk te mogen trainen. 'Dat geld sprokkelen we bij elkaar met straatoptredens.' Alle fakkels, touwen en trapezes betalen ze zelf.


Daniel schaamt zich er soms voor dat hij in een land leeft waar je die ene uitgang van metrostation Acatitlan beter kunt mijden. Dat hij een keer om vijf uur 's ochtends door drie mannen met een pistool werd beroofd van zijn circuskleding. Hij snapt niet dat Mexicanen een baan bij de overheid als hoogste doel zien. 'Alleen omdat ze dan goed betaald krijgen om niks te doen.' Kijkend naar een verkeersopstopping zegt hij: 'Morgen krijgen veel mensen salaris, dus iedereen gaat vanavond flink uit. Sparen, ho maar.'


In alles wat Daniel zegt, zit een afkeer van de op geld beluste Mexicanen verscholen, 'die niet vrij durven te denken'. Hij wil niet smeken om exclusieve clubs binnen te komen, maar deelt liever een grote beker van het cactusdrankje pulque met zijn circusvrienden, slenterend door het stadspark Alameda Central.


Na de training genieten ze in een goedkoop eettentje van warme tortilla's, gegrild vlees en hete salsa en fantaseren over de reis die ze willen maken met het Volkswagenbusje dat ze net voor 14 duizend pesos op de kop hebben getikt, om zo alle circusfestivals van Latijns-Amerika af te gaan.


Daniel weet het zeker: zijn toekomst ligt niet in zijn geboorteland. 'Mijn ouders weten dat ze op hun oude dag niet op mij hoeven te rekenen', zegt hij resoluut. Zijn moeder wil op den duur terug naar het boerenleven van Oaxaca. Wat vader later doet, weet Daniel niet, het huwelijk van zijn ouders toont barsten. Het circus is nu zijn familie.


Alleen de clowns en acrobaten begrijpen hoe het voelt om door de lucht te vliegen, en snappen de teleurstelling toen Daniel niet werd toegelaten tot de circusschool in Parijs. Zij delen zijn drang naar het nomadenleven, met de karavaan van stad naar stad. 'Maar ze geven mij vooral het gevoel dat circus zin heeft.'


PASPOORT

Naam

Daniel Octavio Bonfil Segundo, circusnaam: Jabber


Geboortedatum

27 augustus 1988


Geboorteplaats

Los Reyes


Beroep

Circusartiest en student internationale betrekkingen


Beroep ouders

Vader is accountant, moeder schilderde, maar is nu huisvrouw


Favoriete auteur

Haruki Murakami


Favoriete film

De Spaanse film Noviembre


Favoriete gerecht

Alles waar kaas op zit, het liefst Frans of Mexicaans


Favoriete artiest

Radiohead


Wie bewonder je het meest?

'Miriam Edo, mijn trapezelerares uit Barcelona. Ik bewonder haar levenshouding, hoe ze altijd zekerheid en tevredenheid uitstraalt over wat ze doet'


MISSCHIEN WEL CIRQUE DU SOLEIL

Wanneer was je het gelukkigst?

'Toen ik mijn eerste act op de vliegende trapeze had volbracht. Als ik het nulpunt van gewichtloosheid bereik, voelt het alsof ik de wereld aan kan. Velen zijn bang en hebben het idee dat wij mensen niet gemaakt zijn om te vliegen, maar ik weet dat het kan.'


Wat wil je anders doen dan jouw ouders?

'Niet trouwen, want voor mijn ouders heeft het slecht uitgepakt. Ze zijn niet gelukkig en hebben veel problemen. Het zou beter zijn als ze zouden scheiden, maar ze blijven bij elkaar omdat het gemakkelijker is en ze niet iets nieuws aandurven.'


Wat vind je goed en slecht aan Mexico?

'Ik vind het erg dat een handjevol mensen in Mexico rijker en rijker wordt, terwijl ze de arme meerderheid in hun gezicht uitlachen. Wat ik waardeer is het belang van rituelen. Dia de los Muertos (Dag van de Doden) en het geloof in sjamanen, geesten en medicinale kruiden.'


Wie zou jouw land moeten leiden?

'Juan Rulfo of Octavio Paz, twee overleden schrijvers. Ik denk dat zij echte verandering teweeg hadden kunnen brengen in Mexico. Als ik naar de toekomst kijk, vrees ik echter dat de drugsbendes het voor het zeggen hebben. Zij regeren eigenlijk al in het geheim.'


Hoe ziet jouw leven er over tien jaar uit?

'Dan ben ik een professionele circusartiest en reis met een gerenommeerd gezelschap de hele wereld over. Naar Griekenland, Brazilië, Japan, China, Oost-Europa... Ik zou wel bij Les 7 doigts de la main, Cirque Éloize of Cirque du Soleil willen horen, gezelschappen uit Canada.'


Meer over