Achteruit

PETER MIDDENDORP

Ik was al bijna vergeten dat ik er eentje had, maar van de week ging ineens de vaste telefoon. Er was een dominee aan de lijn, die zei: 'Ik heb een klacht over uw broer. Godverdomme, wat kan die soms onvriendelijk zijn.'

'Ach', zei ik, 'u bedoelt mijn oudoom.' Na een hersenbloeding zit hij in een verzorgingshuis. Een zachtaardige man, die door zijn ziekte inderdaad weleens uit zijn slof kon schieten - kopjes en visite trilden er soms van na.

'Als je bij hem in de lift stapt', zei hij, 'dreigt hij verdomme al met zijn stok.'

'Heeft u ook een hersenbloeding gehad?' vroeg ik.

'Hoezo?'

'U vloekt zo voor een dominee.'

'Dat is een belediging', zei hij, 'ik ben geen patiënt, mijn vrouw zit in dat tehuis.'

'O', zei ik, 'sorry. Maar u moet het niet persoonlijk nemen. Ontremming hoort er een beetje bij.'

'Kunt u niet met hem praten?', vroeg hij.

Ik dacht even na. Misschien was hij beter af in een ander huis, waar ze beter voor hem konden zorgen, de lotgenoten ook meer op hem leken, zodat hij gelukkiger kon zijn. Maar het kon niet - van de verplaatsing zou hij 'achteruit' kunnen gaan.

Toen ik dit hoorde, dacht ik: waarom zo bang voor achteruit, zelfs als er geen vooruit meer is? Ik kende een dame, ziek geworden in de VS, die niet naar huis mag om te sterven omdat de reis niet goed voor haar gezondheid is.

Je mocht steeds minder, als het ging om leven en dood. Je mocht niet eens meer achteruit, al wilde je het zelf en had de familie geen bezwaar. Allemaal artikelen en programma's spiegelden ons de laatste weken gevaarlijke families en artsen voor, die je met plezier aan je einde wilden helpen. Als je je hoofd om de deur van de Levenseindekliniek stak, al was het om de weg te vragen, kon je zonder terug naar huis.

De les die je uit Tuitjenhorn zou kunnen trekken, is dat je wat meer moet vertrouwen op het vakmanschap van artsen. Mensen op de werkvloer weten wat de klanten willen. Maar het lijkt alsof het andersom heeft uitgepakt. Hulpverleners worden bang, van de weeromstuit lijden ze aan 'handelingsverlegenheid'.

'De boosheid duurt maar kort', zei ik, 'daarna is hij snel weer zijn oude, lieve zelf. Misschien wordt het gezelliger als u dat onthoudt.'

De dominee zuchtte geërgerd. Het maakte me trots - de ziekte had mijn oudoom flink te grazen genomen, maar hij wist nog feilloos wie hij uit de lift moest jagen.

We legden neer, ik keek naar de telefoon. Als de gemeenschap je wil beschermen tegen artsen, familie en jezelf, heb je bescherming tegen de gemeenschap nodig. Misschien had Els Borst toch geen gelijk, en waren we beter af toen alles nog stiekem mocht. In het verborgene kon je tenminste doen wat je zelf het liefste deed. Ik pleitte niet voor een pil voor iedereen die zegt dat hij niet meer wil. Maar gewoon, één pilletje, klein en fijn, voor mij alleen. Ik zal er heel voorzichtig mee zijn.

Peter Middendorp op Twitter: Petermiddendorp

undefined

Meer over