Achterdochtige Stone portretteert zíjn paranoïde president Nixon

Nixon, de nieuwe en wederom omstreden film van Oliver Stone, begint met de mededeling dat de gedramatiseerde interpretatie van het leven van de 37-ste president van de Verenigde Staten gebaseerd is op openbare bronnen, onvolledige archieven en hypothese....

Van onze correspondent

Oscar Garschagen

WASHINGTON

Hollywood heeft een traditie als het gaat om een nonchalante behandeling van historische feiten, maar de waarschuwing dat Stone zijn fantasie heeft gebruikt is bepaald niet overbodig. De meerderheid van de bevolking neemt immers kennis van de geschiedenis door middel van tv en film en in Nixon valt het onderscheid tussen waarheid en verzinsel weg.

De mededeling is echter behoorlijk tweeslachtig, want aan de ene kant wil hij zijn publiek ervan overtuigen dat hij zorgvuldig te werk is gegaan en alles heeft gelezen wat er over een van Amerika's meest fascinerende presidenten is geschreven en gezegd. Aan de andere kant wijst hij erop dat historische accuratesse op gespannen voet staat met de artistieke vrijheid van de filmmaker. Die vrijheid heeft hij nodig om het portret van 'zijn' Nixon als een in potentie grootse, maar dieptragische man, te schilderen.

De ontkenning is noodzakelijk, omdat door de medewerking van voormalige leden van Nixon's staf, Alexander Butterfield en James Dean, en door de zeer geslaagde pogingen de personen qua uiterlijk en stemgeluid te imiteren de indruk gewekt zou kunnen worden dat in ieder geval de basisfeiten juist zijn.

Hoewel Brits is Anthony Hopkins op overtuigende wijze Nixon en de New Yorkse actrice Joan Allen zijn echtgenote Pat. En Paul Sorvino heeft een perfecte imitatie van een publiciteitsgeile Henry Kissinger neergezet.

Door het veelvuldig gebruik van graankorrelige beelden en zwart/

wit montages waarin Stone's Nixon - Anthony Hopkins - geplaatst wordt naast Mao, Breznjev, Chroetsjov en De Gaulle krijgt de film opzettelijk de allure van een documentaire.

Stone wil echter vooral voorkomen dat hij opnieuw het middelpunt wordt van een conflict met historici en de media. Om die reden heeft hij ook het script met tientallen voetnoten en verwijzingen in boekvorm gepubliceerd. De rel, die vier jaar geleden ontstond na de verschijning van JFK zal hem waarschijnlijk bespaard blijven. Maar dat neemt niet weg dat de terugkeer van Stone's favoriete complottheorie over de moord op president John F. Kennedy in Nixon voor beroering heeft gezorgd.

In JFK ontwikkelde Stone de tamelijk absurde stelling dat Kennedy zou zijn doodgeschoten, omdat hij van plan was de Amerikaanse troepen uit Vietnam terug te trekken. Hij suggereerde dat vice-president Johnson betrokken was geweest bij de samenzwering van de CIA, de mafia en schatrijke Texanen.

In Nixon keren deze sinistere figuren terug als spoken uit een duister verleden. Stone gebruikt het feit dat president Eisenhower zich eind jaren vijftig niet verzette tegen de beraming van een aanslag op de Cubaanse leider Fidel Castro als uitgangspunt. Stone's Nixon was als vice-president nauw betrokken bij dit complot, dat in 1960 mislukte. De betrokkenen bij deze aanslag - CIA-agenten, mafia en Cubanen - zijn niet meer onder controle te houden en voeren een aanslag uit op Kennedy. Het grote, donkere geheim van Nixon betreft zijn rol in de creatie van een onbeheersbare moordmachine. Beweert Stone, die in een sleutelscène spreekt via chef-staf Bob Haldeman (James Woods).

'Er is geen officiële geschiedenis. De CIA is nog steeds geheim. Er is geen eenduidige waarheid', zo verdedigt Stone zijn weergave van de feiten en de persoon Nixon. Als president wordt Nixon met dat duistere verleden geconfronteerd als hem verteld wordt dat voormalig CIA-agent E. Howard Hunt betrokken is geweest bij de inbraak in het kantoor van het Democratisch Nationaal Comité in het Watergate-gebouw. Nixon, zijn medewerkers Haldeman en Ehrlichman en minister van Justitie Mitchell stopten die inbraak in de doofpot - het Watergate-schandaal leidde uiteindelijk tot Nixons vroegtijdige aftreden.

Nixon's paranoia, zijn weigering opening van zaken te geven, zijn toestemming om Hunt en de andere 'loodgieters' zwijggeld te betalen en zelfs de achttien minuten die ontbreken op de Watergate-banden brengt Stone in verband met dat geheim. Het Geheim is een instrument van Stone om een psychologisch portret van Nixon - 'een Nixon, niet dè Nixon', verklaart de regisseur - te schetsen. Waarom niet in een vroeg stadium van het Watergate-schandaal opening van zaken gegeven, vraagt Haldeman zich retorisch af. Omdat dan Watergate-inbreker Hunt, een freelancer van de CIA, een hele diepe beerput zou opengooien, denkt Stone.

Zijn bron is echter dubieus. De suggestie dat Nixon meer wist van de moord op Kennedy werd in '78 gedaan in de memoires van Bob Haldeman, die dat vervolgens zelf ontkende en de auteur van het boek, Joseph Dimona, beschuldigde van het opschrijven van verzinsels. Bovendien, de CIA-agent, die de moordcomplotten op Castro organiseerde, verklaarde kort voor zijn dood in 1994 dat Nixon nooit een rol heeft gespeeld in de geheime acties tegen de Cubaanse leider.

Maar Stone heeft deze verdraaiing nodig om het verhaal te vertellen van Nixon's paranoia. Stone's Nixon beschouwt de onbeheersbare moordmachine met tentakels in de mafia, Cubaanse gangsters en zuipende en hoererende Texaanse zakenlieden als een uitwas van een anonieme overheid, van Het Systeem en De Samenzwering.

Het is duidelijk merkbaar dat Stone zich in dat opzicht identificeert met de echte Nixon. De regisseur heeft een reputatie als het gaat om paranoïde reconstructies van historische gebeurtenissen en denkt dat in Washington DC en New York demonische krachten aan het werk zijn.

Ook de echte Nixon was behoorlijk achterdochtig, vooral ten opzichte van de rijke elite aan de Amerikaanse oostkust en de liberals in alle geledingen van de samenleving. De echte Nixon was een soort Newt Gingrich, de huidige voorzitter van het Huis van Afgevaardigden en door en door anti-establishment. Nixon verafschuwde de rijke jongetjes van de universiteiten aan de Oostkust, die zonder veel struggle posities veroverden op Wall Street, in de regering en in het Witte Huis. Hij was in het bijzonder geobsedeerd door de goedogende, rijke en populaire Kennedy's. En de echte Nixon zag overal complotten en vijanden. Die paranoia leidde uiteindelijk tot zijn ondergang.

In het algemeen toont Stone veel begrip en compassie met een politicus die vrijwel elke smerige truc toepaste om gekozen te worden en enkele malen aantoonbaar het Congres en de bevolking heeft voorgelogen, onder meer over Watergate en de bombardementen op Cambodja. In feite volgt Stone de lofprijzingen die in 1994 aan het graf van Nixon werden uitgesproken. De détente met Rusland, de openingen naar communistisch China, de beëindiging van de Vietnam-oorlog: Stone geeft net als de Democratische president Clinton in de grafrede Nixon royaal krediet voor deze successen.

Het is echter het Shakespeariaans drama van de man die volgens Kissinger was voorbestemd om grootse daden te verrichten, maar ten val wordt gebracht door een derderangsinbraak, waar Stone zich op gericht heeft. En dat heeft een fascinerende, zij het wat lange film opgeleverd.

De bizarre levensloop van de jongen uit Yorna Linda, die zijn broers verloor aan TBC en een lange, moeizame weg door de politieke wildernis aflegde en vervolgens op spectaculaire wijze ten val werd gebracht was natuurlijk voorbestemd om verfilmd te worden. En dat Stone waarheid en verzinsels met elkaar vermengt kan niemand ontgaan en doet weinig af aan de kracht van het portret van de gehate, gevreesde, nooit populaire president. Zelfs de scherpste critici van Stone erkennen dat in hem geen historicus, maar wel een bijzonder knappe filmmaker schuilt.

Meer over