Achterdeur van Europa staat wagenwijd open

Ahmed kijkt of hij vandaag twee wasmachines op de bagagedrager van zijn fiets krijgt. Terwijl hij worstelt met de gevaartes, worden om hem heen vrouwen en kinderen bepakt als muilezels....

CEES ZOON

Van onze correspondent

Cees Zoon

MELILLA

Honderden Marokkanen tegelijk ondergaan de metamorfose van individu tot levend vrachtwagentje op het groothandelscentrum in de open lucht. Hier komen de kleine handelaren inslaan en pas als zij volledig schuil gaan onder de ijskasten, tuinstoelen of pakken Chinese thee begint hun echte werk. Schuifelend of fietsend leggen zij de vijftig meter af tot het bord Halt. Douane. Want dit is geen markt, het is een grensovergang.

De grensbeambten en de Guardia Civil doen weinig meer dan proberen het chaotische verkeer in goede banen te leiden. De handel wordt niet geïnspecteerd en papieren vragen is geen doen bij mensen die zo beladen zijn. Terwijl de Marokkanen voetje voor voetje hun eigen land weer intrekken, blijft van de andere kant een continue stroom nieuwe handelaren de grens oversteken. Ook zij kunnen ongehinderd doorlopen.

Beni-Enzar is de grenspost tussen Marokko en Melilla. Of, iets ruimer bezien, tussen Marokko en Spanje. Of, nog iets ruimer, tussen Marokko en Europa. Wie de grens in noordelijke richting passeert, wandelt zo Europa binnen. Dat doen niet alleen dagelijks zo'n 10 duizend Marokkaanse handelaren, maar steeds vaker ook Afrikanen uit alle windstreken.

Wie eenmaal in Melilla is, is in Spanje en daarmee in Schengen-land. De Spaanse enclave op de kust van Marokko is altijd de laatste Europese voorpost in Afrika genoemd. Sinds de Spaanse integratie in Europa en vooral sinds het van kracht worden van het Schengen-verdrag is die benaming veranderd in 'de achterdeur van het fort Europa'. En de achterdeur staat wagenwijd open. Van hieruit neem je de boot naar Malaga of Almeria, een binnenlands tripje dat weinig formaliteiten vraagt.

Melilla is alvast begonnen met de viering van haar vijfhonderdste verjaardag, al begint het jubileumjaar officieel pas in september. In 1497 veroverde Pedro de Estopinán het verlaten Foenicische fort voor de Spanjaarden, amper vijf jaar na de voltooiing van de Reconquista, toen de katholieke koningen er eindelijk in slaagden de Moren definitief uit Spanje te verdrijven. Melilla moest fungeren als militaire uitkijkpost, vanwaar gewaarschuwd kon worden als er weer 'Moren op de kust' waren. Dezelfde functie vervulde korte tijd later Ceuta, het tweede Spaanse koloniale restje Afrika.

De festiviteiten werden vorige week verstoord door een veldslag tussen illegalen en oproerpolitie. Een groep van 150 mensen uit Midden-Afrika wachtte al maanden op toestemming om vanuit Melilla naar het Spaanse vasteland te reizen. De laksheid van de autoriteiten en de erbarmelijke wijze waarop de Afrikanen waren ondergebracht, leidden tot spanningen, een vechtpartijtje en ten slotte een keiharde confrontatie met de politie.

Plotseling bleek Madrid wakker geschud. De Afrikanen werden allen door de lokale autoriteiten van de autonome stad gearresteerd en met militaire vliegtuigen naar kampen in Malaga overgebracht. Van hier 'verdwenen' zij. Pas een paar dagen geleden werd duidelijk dat de Spaanse regering de illegalen zonder enige procedure wederom in militaire vliegtuigen had gezet en had 'afgeleverd' in verschillende Afrikaanse landen. De zaak is uitgegroeid tot een grote politieke rel omdat Madrid op deze wijze de Spaanse vreemdelingenwet grotelijks heeft geschonden.

De affaire heeft tevens de aandacht gewekt voor de problemen waarmee de twee enclaves in Marokko worstelen. De burgemeester annex president van Ceuta, Basilio Fernández, eist dat het leger ook 'zijn' 350 illegalen komt ophalen, onder verwijzing naar de bloedige rellen van vorig jaar waarbij ten minste één immigrant om het leven kwam. Het probleem van de illegale immigratie zal alleen maar groter worden. Groepjes Algerijnen en waarschijnlijk grote groepen Marokkanen de enclaves gebruiken als tussenstation op weg naar Europa.

In Ceuta wordt serieus gewerkt aan de bouw van een muur rondom de enclave. In Melilla (12,5 vierkante kilometer met 60 duizend inwoners) bestaat geen echte grens. Dat moet nodig veranderen, meent Jorge Hernández Mollar, lokaal voorzitter van de Partido Popular en Europarlementariër voor Melilla: 'De belangrijkste grenspost van Beni-Enzar moet onmiddellijk versterkt worden. De treurige staat van de installaties maakt een normale controle onmogelijk, laat staan een controle die gebruikelijk is voor een buitengrens van Europa.'

De grensbewaking is een lachertje, zegt Jesús Andujar, verslaggever van de lokale krant Melilla Hoy: 'Miljoenen zijn besteed aan prikkeldraad en het aanbrengen van infrarood camera's. De meeste van die camera's waren de volgende dag al gestolen. Je kunt van alle kanten Melilla binnenlopen, daarvoor hoef je niet langs de officiële grens.'

Een constante hinderpaal is de immer moeizame verhouding met Marokko, dat de twee 'koloniale gebiedjes' opeist. Alle illegalen komen Melilla binnen via Marokkaans grondgebied, en niet zelden met hulp van de Marokkaanse politie en grensautoriteiten. Andujar: 'De Marokkanen laten met opzet illegalen door om hier problemen te creeëren. Zij zien het als hun belang wanneer in Melilla grote sociale spanningen ontstaan. Het Marokkaanse regime gebruikt Melilla als de aandacht moet worden afgeleid van de eigen armoede en onderdrukking.' Marokko heeft altijd geweigerd illegalen terug te nemen.

Aan personeel om de grens te bewaken heeft Melilla, in geval van nood, geen gebrek. Opgezet als een fort tegen een mogelijke mohammedaanse dreiging was de plek eeuwen lang vrijwel alleen bevolkt door soldaten. Nog steeds wemelt de stad van de kazernes en een op de tien inwoners draagt een militair uniform. Melilla huisvest enige duizenden manschappen van het Spaanse vreemdelingenlegioen. Die brengen meer ellende met zich mee dan voordelen, zoals bleek enkele maanden geleden toen ze, na de moord op een van hun maten, muitend en plunderend door de moslimwijk van Melilla trokken.

Dat was een schandvlek op het blazoen van de stad die zich afficheert als een schoolvoorbeeld van een multiculturele samenleving. Een waardig erfgenaam van het middeleeuwse Andalusië, waar christenen, moslims, joden en hindoes vreedzaam met elkaar leven. De rellen rond de zwarte Afrikanen hebben laten zien dat de tolerantie ook in Melilla niet volmaakt is.

De roep om het optrekken van een serieuze Europese grens op Afrikaanse bodem, is grotendeels retoriek. Melilla is, net als Ceuta, een vrijstad, waar de belastingvoordelen de drijfveer van de economie zijn. De twee steden tellen verhoudingsgewijs meer winkels dan welke Spaanse stad ook. De illegale export of gelegaliseerde smokkel vanuit Ceuta en Melilla is omvangrijker dan de totale officiële Spaanse export naar Marokko.

De achterdeur van Europa zal ondanks de ophef van de afgelopen dagen voorlopig wel wagenwijd open blijven. De reden daarvoor ligt op straat, pal voor de grensovergang Beni-Enzar, waar de Marokkaanse handelaren inslaan. De grens vergrendelen zou een einde maken aan deze bloeiende nering: 'De grens afsluiten is onmogelijk. Melilla leeft van de grens.'

Meer over