Achterbuurt knokt voor Union Jack

Dat Belfast zes weken na het strijken van de Britse vlag nog steeds het toneel zou zijn van rellen, hadden de Noord-Ierse unionisten zelf ook niet verwacht. Het protest is gekaapt.

PATRICK VAN IJZENDOORN

Wie aan komt vliegen op George Best International, het stadsvliegveld van Belfast, ziet een portaalkraan 'Goliath' met de levensgrote letters H & W. Deze staan voor de scheepsbouwer Harland & Wolf, die onder meer de Titanic heeft gebouwd. Nu de dokwerken zo goed als verdwenen zijn en de Noord-Ierse hoofdstad, na decennia van verval, meer toeristen wil lokken, staat de afkorting wat de gemeente betreft ook voor Hello and Welcome.

Sinds begin december hebben zich maar weinig toeristen gemeld in de stad van George Best, C.S. Lewis, Van Morisson en snookerlegende Alex Higgins. De buitenwereld zag vertrouwde beelden: brandende auto's en stenengooiende jongeren die door de politie met waterkanonnen worden verjaagd. Het meeste geweld vindt plaats in pro-Britse, loyalistische gebieden, zoals het oosten van Belfast en de nabijgelegen havenstad Carrickfergus, waar Willem III in 1690 aan land kwam.

Directe aanleiding van de rellen was het strijken van de Union Jack boven het indrukwekkende stadhuis van Belfast, een gift van de stedelingen aan koningin Victoria nadat ze Belfast stadsrechten had verleend. Alleen op bijzondere dagen, zoals koninklijke verjaardagen en St Patrick's Day, zal de vlag wapperen. Dit is een compromis van de non-sektarische Alliance Party, nadat Sinn Fein, de voormalige politieke arm van de IRA, een totale verwijdering van het Britse symbool had verlangd.

De onthutste unionisten besloten begin december 40.000 pamfletten te verspreiden waarin werd opgeroepen tot actie tegen de Alliance Party. Er speelde de nodige rancune mee. De kleine partij had bij de afgelopen verkiezingen de Lagerhuiszetel van Peter Robinson, de eerste minister van Noord-Ierland, veroverd. Daarbij profiteerde het van de verdeeldheid binnen het unionistische kamp.

Aanvankelijk bereikten de unionisten het gewenste effect, met aanvallen op kantoren van Alliance-politici. Maar dat Belfast zes weken na dato nog steeds het toneel zou zijn van rellen hadden Robinson en de zijnen niet verwacht. Het protest is gekaapt door leiders van de radicale groepering Ulster Volunteer Force, voor wie de rellen eensoort publiciteitscampagne zijn en manier om hun macht te tonen.

Ze laten het vuile werk over aan jongeren die nog door de peuterspeelzaal kropen toen de Goede Vrijdag-akkoorden gesloten werden. Voor hen biedt de vlaggenstrijd een gelegenheid tot 'recreatief rellen', georganiseerd via de sociale media. Veel anders hebben ze niet om handen. Op de weinige banen die beschikbaar zijn, maken ze weinig kans. Binnen loyalistische kringen is van oudsher weinig aandacht voor onderwijs, daar jongeren vroeger toch bij hun vaders in de haven gingen werken.

Er is echter meer dan economie. Veel meer dan binnen de katholieke, nationalistische gemeenschap, spelen bij de loyalisten standsverschillen een belangrijke rol. Maar een sterke cultuur van Britishness vormt een bindmiddel tussen de landeigenaren, industriëlen, professionals en een arbeidersklasse. Zelfs een loyalist zonder baan, geld en toekomstperspectieven heeft het gevoel ergens bij te horen. Dat is een reden waarom het strijken van de vlag zo'n heftige reactie heeft opgeroepen in achterbuurten.

Een andere bedreiging voor de loyalistische cultuur is de demografische verschuiving, welke ertoe zal leiden dat de pro-Ierse nationalisten een meerderheid gaan vormen in 'Ulster'. De existentiële onzekerheid wordt versterkt door de ontwikkelingen in Schotland, het stukje Groot-Brittannië waar de loyalisten de beste band mee hebben. Daar vindt volgend jaar een referendum plaats over mogelijke onafhankelijkheid. Mochten de Schotten hun eigen gang gaan, dan zien de Noord-Ieren zich voor een interessante keuze gesteld: bij 'Londen' blijven, de Schotten vergezellen of eveneens de eigen gang gaan, onder een nieuwe, Noord-Ierse vlag.

undefined

Meer over