Achter de drieklank schuilt de nachtmerrie

Daar zat hij dan in Luxor, niet aan de Nijl maar aan de Rotterdamse Maas: Leon Klinghoffer, de invalide man die in oktober 1985 werd doodgeschoten tijdens de kaping van een cruiseschip in de Middellandse Zee....

Maar nu is het zover, en verheft de bejaarde Amerikaan zijn stem tegen de Palestijnen die alle opvarenden van de Achille Lauro dreigen te vermoorden: 'Jullie willen alleen maar mensen zien sterven', smaalt hij, magnifiek begeleid door strijkers en hoorns. Waarop de terrorist Rambo in fraaie cantilenen terugsmaalt dat joden ('Amerika is en al jood') slechts wolven zijn, 'wolven zonder tanden'.

En zelden was het Midden-Oosten dichterbij. Niet als 'regio', maar als principe.

Goodman en Adams roepen een Midden-Oosten op in nostalgische verzen en akkoorden vol rozengeur. Maar achter de drieklank schuilt de nachtmerrie, en in de poe zit een oermolecuul van de haat.

Mirjam Koen en Gerrit Timmers traceren dat feilloos. Hun enscenering, gemaakt voor Onafhankelijk Toneel/Opera O.T., glorieert in dromerige vergezichten en kleinmenselijke anekdotiek. Maar de symboliek is navrant en de geestigheden doen pijn. Het resultaat is indringender dan de productie die Peter Sellars regisseerde in Brussel, waar The death of Klinghoffer in 1991 in premi ging.

Knusse scheepshutten, een kashba op Madurodamformaat, een woestijn in kleurendruk op achterdoek, trieste pirouettes van een rolstoel, dansjes van het maritieme personeel, kapers met kalazjnikovs, meeuwen op zwevende videoschermen; de enige die bij Opera O.T. ontbreekt is God, of Allah, onder wiens auspicihet geheel zich afspeelt.

Adams en Goodman doen een meesterzet in Klinghoffer: het lot van hun overboord gezette invalide, gescheiden van de rest wegens zijn joodse afkomst, staat niet louter in het teken van het Israsch-Palestijnse drama. Het is de Alziende zelve, bij wie verhaal wordt gehaald.

Geniaal is de tekst van het OceanChorus in de eerste akte, waarin, a Darwin, de mens ontkiemt uit zeeslib, en vervolgens, als Adam in Genesis, op de vrucht wacht van 'kennis van goed en kwaad'.

Bij Koen en Timmers oreert daar een koor van laboranten, turend naar microben.

Qua muziek minder meesterlijk het is het saaiste tableau uit de opera en daar kan ook de choreograafTon Lutgerink niets aan veranderen is het Hagar Chorus in akte II, dat het lot schetst van Hagar, de bijvrouw van Abraham die door Sara de woestijn in werd gestuurd (en die door moslims in ere wordt gehouden). Tweedeling, het vormt hier de motor achter alle tragiek, en de Here is er al mee bezig, zoals Koen en Timmers laten zien.

Hun meesterzet doen ze in het Night Chorus waarin verhaald wordt van de jongste dag. Het erbarmelijke scheiden van bokken en schapen, de regisseurs zetten het adembenemend neer: een simpele hand op een videoscherm wijst verontruste zielen in willekeur naar links of naar rechts.

Maar de eerste zet van Koen en Timmers is dan al gedaan, in de proloog van de opera, wanneer ze het 'koor van verdreven Palestijnen' hun tapijtjes laten oppakken, en zichzelf (achter prikkeldraad) laten omkleden tot 'koor van verdreven joden'.

Het zijn de koren die 't hem doen. Ze worden gezongen en gedanst door een ad hoc-ensemble dat even gemotiveerd en bekwaam is als naamloos. Gehuld in pastel-achtige klankkleuren, leveren ze het perspectief waarin Klinghoffer kan ontstijgen aan zijn rolstoel zoals hij in een postume aria ook doet, zingend met de baritonstem van John Packard. De Egyptische bariton Kamel Boutros excelleert in de rol van de kaper Mamoud. De nostalgie van zijn prachtig getoonzette monoloog over 'de vogels die overal thuis zijn' gaat hem even goed af als de wreedheid waarmee hij Klinghoffer treitert.

De tenor Tom Randle (hoofdkaper Molqi) overtuigt in zijn mantot-man-toenadering van Scott Hendricks (een sympathieke Kappie).

Verder is er, behalve mevrouw Klinghoffer (Janet Collins) en Zwitserse, Oostenrijkse en Britse passagieres, vooral het Rotterdams Philharmonisch. Onder Michael Christie ontpopt het zich tot een ideaal Adams-orkest.

Christie, een jonge Amerikaan, weet niet alleen hoe hij strijkers en synthesizers aan het kabbelen houdt, maar verstaat ook de kunst de druk op te voeren wanneer Adams daar in zijn hectischer momenten om vraagt. Tot en met het Day Chorus waarin vrolijke neo-Palestina-plus-Davidstervlaggen uitzichtloos in de grond verdwijnen.

Meer over