NieuwsAEB

Accountant: Amsterdamse vuilverbrander AEB in de gevarenzone door oplopende schulden

Het voortbestaan van de Amsterdamse vuilverbrander AEB staat op losse schroeven. Accountant PwC geeft in het donderdag verschenen jaarverslag over 2019 een niet mis te verstane waarschuwing: er is ‘gerede twijfel’ of de continuïteit van de onderneming wel is verzekerd.

De AEB-vuilverbrander in Amsterdam.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

AEB, de grootste vuilverbrander van Nederland, kwam vorig jaar acuut in de problemen toen het bedrijf vier van zijn zes verbrandingsovens moest stilzetten omdat de installaties gevaarlijke mankementen vertoonden. Door de plotselinge kosten en door het wegvallen van de inkomsten dreigde het bedrijf failliet te gaan, maar werd toen nog gered door zijn enige aandeelhouder, de gemeente Amsterdam. Die maakte 35 miljoen euro over naar AEB waardoor die weer aan zijn verplichtingen kon voldoen. De crisis bij AEB had repercussie tot in alle uithoeken van Nederland, en kostte één wethouder en verscheidene directeuren en commissarissen de kop.

Uit de jaarrekening blijkt hoe beroerd AEB er nu voor staat. In de afgelopen twee jaar (AEB publiceerde ook zijn jaarrekening over 2018 pas donderdag) leed het bedrijf een verlies van 180 miljoen euro. Het eigen vermogen zakte door dat verlies van 131 miljoen eind 2017 naar 54 miljoen negatief. Het bedrijf heeft nu een schuld van 453 miljoen euro, aan een groep banken en aan de gemeente Amsterdam.

Toestemming Brussel

Volgens de accountant is het voortbestaan van AEB afhankelijk van vier zaken. Ten eerste moet de directie de installaties goed bezet zien te houden. Dat wordt nog lastig, want door covid-19 is er minder afval te verbranden, en bovendien is de energieprijs gedaald waardoor de inkomsten nog verder verminderen.

Verder is het bedrijf afhankelijk van de bereidheid van de gemeente Amsterdam en van de banken om de financiering voort te zetten. En met die financiering is nog een extra probleem, de vierde onzekerheid. De gemeente Amsterdam gaf vorig jaar al 35 miljoen euro steun, en sloot deze week een akkoord met een groep banken en met AEB voor een volgende ronde van steun: 36 miljoen dit keer. Maar voor deze bedragen gelden de regels voor staatssteun, en daarvoor moet de Europese Commissie toestemming geven.

Vorig jaar was toestemming van de Europese Commissie nog een makkie: het ging toen om het redden van het bedrijf, en dan mag de overheid steun geven. Maar dat mag maar een half jaar, en die periode is nu verlopen. De volgende ronde van steun zal gepaard moeten gaan met herstructurering. In dit geval gaat AEB voor twee onderdelen een koper zoeken: voor de biomassacentrale, die bijna af is en nog wordt getest. En voor de stadsverwarming, Westpoort Warmte. Dat bedrijf verwarmt 30 duizend woningen in Amsterdam. Het is voor de helft van AEB, voor de andere helft van Vattenfall. Mogelijk zal AEB zijn aandelen verkopen aan Vattenfall.

Commissie-Winter

De jaarverslagen kwamen naar buiten op de dag waarop een commissie die de problemen bij AEB onderzocht zijn bevindingen publiceerde. De commissie-Winter, genoemd naar zijn voorzitter Jaap Winter, hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, concludeert dat Amsterdam de problemen vooral aan zichzelf heeft te wijten. 

De gemeente besloot AEB in 2014 te verzelfstandigen en ging er vanaf dat moment van uit dat het bedrijf zijn eigen boontjes wel kon doppen. Sterker nog: de gemeente speelde met de gedachte zelfs het bedrijf ten onder te laten gaan. De gemeente overwoog zijn vuilnis elders te laten verbranden, zonder zich rekenschap te geven van de mogelijke gevolgen voor AEB. En toen begin 2019 AEB om steun aanklopte, was de gemeente uiterst kritisch en liet alle informatie die ze van AEB kreeg controleren door bureau DNV GL. De gemeente had daar zelfs een codewoord voor: Project Olifant.