Abu Sayyaf neemt wraak voor aanval Filipijnse leger

Met drie bomaanslagen heeft de terreurgroep Abu Sayyaf maandag wraak genomen voor het offensief dat het leger op 7 februari heeft ingezet tegen opstandige moslims in het zuiden van de Filipijnen....

AP en AFP

De eerste bommen ontploften vrijwel tegelijkertijd op twee verschillende plaatsen in het zuiden van de Filipijnen. Eén ervan was volgens de politie verborgen in een tas die was achtergelaten bij een standplaats voor driewielertaxi's in General Santos. Hier vielen vijf doden en 36 gewonden. General Santos is een stad met een half miljoen inwoners, meest katholieken. Buiten deze stad wonen in het zuiden overwegend moslims.

In Davao explodeerde vrijwel op hetzelfde moment een bom bij een busstation. Een jongen van twaalf kwam daarbij om het leven en er vielen elf gewonden.

'U kunt deze aanslagen aan ons toeschrijven', zei een van de leiders van Abu Sayyaf, Abu Solaiman, twintig minuten later voor de radio. 'En er komt er nog een aan.' Een half uur later ontplofte er in de hoofdstad, Manilla, een bom in een forenzenbus . Hier vielen volgens de politie drie doden en zestig gewonden.

Daarop meldde Abu Solaiman zich opnieuw op de radio. 'Dit is ons Valentijnscadeautje voor president Gloria Macapagal-Arroyo', zei hij. En hij voegde eraan toe dat de aanslagen een wraakneming waren voor het offensief op het eiland Jolo, waar Abu Sayyaf zijn basis heeft.

Het Filipijnse leger heeft drieduizend soldaten naar Jolo gestuurd. Die staan daar, volgens de plaatselijke commandant, tegenover driehonderd gewapende moslims - leden van Abu Sayyaf versterkt met afvallige strijders van de islamitische afscheidingsbeweging MNLF. Vrijdag maakte het leger bekend dat die strijd het leven had gekost aan 28 soldaten en rond de zestig moslims. Het leger verwacht nog een of twee weken nodig te hebben om af te rekenen met de opstandelingen.

Een woordvoerder van het Rode Kruis zei maandag dat zich op Jolo zware gevechten afspelen en dat zijn organisatie zich zorgen maakt over de vele slachtoffers die daar waarschijnlijk bij vallen. Aantallen kon hij niet noemen, omdat het Rode Kruis geen toegang heeft tot het strijdtoneel.

Meer over