'Abu Dis is een brug naar Jeruzalem'

'Donder op, dit is ónze hoofdstad.' Een forse Palestijn verspert een Israëlische parlementariër de weg. Het rechts-religieuze lid van de Knesset is naar Abu Dis gekomen om de berichten te verifiëren dat hier, aan de rand van Jeruzalem, een nieuwe zetel voor het Palestijnse parlement verrijst....

'Kijk eens naar die dikke muren, en die kleine ramen. Dat is toch verdacht', zegt Nissan Smolanski, lid van de Nationale Religieuze Partij (NRP) die deel uitmaakt van de regering-Barak. Partijgenoot Shaul Yahalom, staatssecretaris van Onderwijs: 'Abu Dis ligt midden in Jeruzalem, de ongedeelde hoofdstad van Israël. Barak mag onze soevereiniteit onder geen beding prijsgeven.'

Vooralsnog is premier Ehud Barak dat niet van plan, tot grote ergernis van de Palestijnse leider Yasser Arafat.

De Palestijnen hebben het vredesberaad met Israël onlangs gestaakt, omdat ze niet die delen van de Westelijke Jordaanoever in handen krijgen waarom ze vroegen. Het is een fikse tegenslag voor Barak, nadat het prille vredesberaad met Syrië al op de klippen was gelopen.

Het dorp Abu Dis, dat onder Palestijns civiel gezag staat maar waar Israëlische troepen de orde handhaven, groeit voor de Palestijnen uit tot een symbool voor de halsstarrige houding van Barak. Er is geen schijn van kans dat Israëli's en Palestijnen het komende weekeinde een akkoord bereiken over de hoofdlijnen van een vredesregeling, volgens het ambitieuze tijdschema dat de twee partijen vorig najaar opstelden. De status van Jeruzalem is een van de delicate problemen die moeten worden opgelost.

De nieuwsgierige Israëlische politici krijgen van de Palestijnen niet de kans de omstreden nieuwbouw in Abu Dis te bekijken, ook al zijn ze verschenen met een enorme politiemacht.

Na twee uur onderhandelen tussen Palestijnse gezagsdragers en Israëlische officieren rijden de politici tussen tierende Palestijnen lángs het gebouw, naar een nabijgelegen heuveltop. Hier, vertelt minister van Huisvesting Yitzhak Levy trots, komt dankzij een Amerikaanse multimiljonair een nieuwe joodse woonwijk. Duizend huizen en, natuurlijk, een politiebureau. Dit is immers het Arabische oostelijke deel van Jeruzalem.

Het vermeende Palestijnse parlementsgebouw-in-aanbouw is wél toegankelijk voor buitenlandse journalisten. 'Kom binnen, dan kun je zien dat dit geen bunker is, of een militair hoofdkwartier', zegt ingenieur Bassem Mustafa, een van de opzichters. 'Ondergrondse verdiepingen? Daar komt een parkeergarage. Die kleine ramen zouden schietgaten zijn? Onzin. Wat denk je van dat enorme raam, met uitzicht op de Rotskoepel en de al-Aksa-moskee?', zegt Mustafa, wijzend op de moslim-heiligdommen in Jeruzalems Oude Stad.

Dit is een mooie werkkamer voor Abu Ala, de Palestijnse parlementsvoorzitter, opperen we. 'Zeker, en bovendien op loopafstand van zijn huis', grijnst de opzichter. Hij houdt het er echter op dat in het gebouw kantoren gevestigd worden van de Palestijnse Autoriteit, de regering van Arafats staat-in-wording.

De Palestijnen hebben al een parlementsgebouw, in Ramallah, ten noorden van Jeruzalem. Maar de manager van het tien miljoen gulden kostende project in Abu Dis, Ali Dwaib, wijst er fijntjes op dat de afstand tussen het nieuwe gebouw en de al-Aksa-moskee 'net zo groot is als die tussen de moskee en het Israëlische parlement'. Inderdaad, 'heel symbolisch'.

Inwoners van Abu Dis verwerpen het idee van linkse Israëlische politici om van hun dorp de hoofdstad van een toekomstige Palestijnse staat te maken. De Palestijnen zouden Abu Dis, met nog geen tienduizend inwoners, Al Quds mogen noemen, zoals de Arabisch naam voor Jeruzalem luidt.

'Niet alleen Abu Dis, maar heel Oost-Jeruzalem, met meer dan tweehonderdduizend inwoners, komt ons toe. Het is bezet gebied', zegt een docent aan de Al Quds-universiteit, die enkele belangrijke faculteiten binnen de grenzen van Abu Dis heeft.

De docent, die zijn naam niet in de krant wil hebben, kan zich goed voorstellen dat Arafat nu het volledige gezag over Abu Dis verlangt, vooruitlopend op de onderhandelingen over de status van Jeruzalem. 'Abu Dis is voor Arafat een brug naar Jeruzalem. Als hij het nu niet krijgt, scheept Barak hem er straks mee af. ''Eerst Abu Dis, dan de rest van Oost-Jeruzalem'', redeneert Arafat waarschijnlijk.'

Het bezoek van de rechts-religieuze parlementariërs, van wier steun Barak mede afhankelijk is voor een vredesregeling, is onmiskenbaar een waarschuwing voor de premier: het opgeven van Abu Dis is al een brug te ver. De plotselinge aandacht voor het 'parlementsgebouw' heeft te maken met Baraks streven om nog dit jaar een vredesregeling te bereiken. De bouw is al vier jaar aan de gang, maar onder de rechtse regering van Baraks voorganger Benjamin Netanyahu kraaide er geen haan naar. 'Bibi' kon er niet van verdacht worden (delen van) Jeruzalem op te geven.

Palestijnen mogen dan vanuit het nieuwe gebouw in Abu Dis een fraai uitzicht hebben op Jeruzalem, het perspectief op Jeruzalem als 'hun' hoofdstad is gering. En vanaf de heuvel waar een zoveelste joodse nederzetting komt, is het panorama op Jeruzalem nog indrukwekkender.

Meer over