Absurdisme in de kok-ring

Ieder die ooit een perfect eitje bakte, een glorieuze soufflé uit de oven haalde, of ongeschonden een drilpudding uit de vorm stortte, voelde zich een groot kunstenaar....

Wanneer het kunst moet heten, staat in Noord-Europa al zo'n dertig jaar het concept voorop. De techniek is daaraan ondergeschikt. Ook in de kookkunst.

Dat bleek althans in het Korzo-theater, Den Haag, waar afgelopen weekend een kookduel werd gehouden tussen twee kunstenaars. Gordon W. uit Berlijn kookte voor Duitsland, al komt hij uit Canada en spreekt hij geen woord Duits. Freddie Beckmans kwam uit voor Nederland, maar is half-Duits.

'Beiden hebben zo'n machohouding van: ik ben de beste', zegt Geert-Jan Hobijn, director van Staalplaat, een organisatie die zich bezighoudt met avant-gardistische muziek. Staalplaat is niet alleen actief in Nederland, maar vooral ook in Berlijn, waar, volgens Hobijn, het absurdisme hoogtij viert. Als er iets met eten wordt gedaan, is Gordon W. het vaste nummer. 'Tijd dat hij zijn gelijke zou treffen', zegt Hobijn. 'Tijd voor een wedstrijd.'

Beckmans was ruim op tijd aanwezig in het Korzo-theater en begon alvast te schilderen. Grote vissen met sterke zwarte lijnen op wit papier. Hij vulde deze met teksten als: 'Man isst was man ist' en 'Geur is de betere helft van de smaak.' Als een manifesto hingen de woorden daarna achter hem. Hier ging het duidelijk om concepten.

Hij bereidde alvast een nagerechtje, maakte inkepingen in gedroogde abrikozen en vulde ze met zilverkleurige balletjes, zodat de vruchten op oesters leken met parels erin. De oude smaak van het fruit combineerde zeer surrealistisch met het Coca-Cola-aroma van de toverballen, hetgeen de Berlijnse bezoekers zeer aansprak.

Vervolgens presenteerde Beckmans gehakte uitjes en hoorntjes van overvloed, onder de Franse naam: trompettes des morts. Daarnaast een schaal met eieren, die veel aandacht trok. Gepelde hardgekookte kippeneieren lagen op een schaal, afgewisseld door Chinese duizendjarige eendeneieren, zo zwart als inkt. De meesten vonden de zwarte eieren nogal eng, al gaf Beckman er een zoetzuur sausje met gember en rode peper bij, om hun amoniaksmaak te camoufleren. Alleen een Chinees wees met verbazing naar de witte eieren en beweerde nog nooit hardgekookte kippeneieren gezien te hebben. Beckman begon een lied te zingen: In elke zwaan schuilt de ziel van een dichter.

Gordon W. was nog steeds afwezig. De leegte werd opgevuld met een 'replacement ceremonie' van Charlemagne Palestine. Hij zette een aantal knuffeldieren op tafel (op de Documenta in Kassel had hij een metershoog knuffeldier staan), kondigde een lied aan en was vervolgens doodstil. Hij liet iedereen een volle vijf minuten in spanning wachten en maakte toen een diepe buiging. Hij kreeg nog luid aplaus ook.

Toen kwam Gordon binnenstormen. Een dikke man in een Hawaïaans shirt, een bloemenkrans om zijn nek en een kettinkje met een flesje tabasco eraan. In zijn gevolg wat kleurrijke Duitsers en een exotisch meisje met bloemen.

Terwijl ze bezig waren hun tafel om te toveren tot een Hawaïaans stalletje, werden wij vermaakt met een installatie van Achim Wollscheid, muziek door Mika Vainio, Christoph Schläger en Palestine. BMBcon gaf ons een geluid-performance met kruitdamp, waarbij het publiek met rook werd belaagd tot iedereen hoestend de speelzaal had verlaten.

Terug naar de kok-ring, zoals de plaats van het duel heette. Gordon had intussen zijn make-up gedaan. Zwaar correctief en met Indiase trekjes. Gordon heeft enige jaren in India gewoond als volgeling van Krisjna. Hij leek echter meer op een bonte afbeelding van de godheid zelf, dan op een van zijn volgelingen.

Hij was bezig de ingrediënten te zegenen; banaan, rijst, tafelzuur, sambal en lombok. Toen hij van India naar Berlijn verhuisde, vond hij het Duitse voedsel futloos. Hij begon de scharfness-beweging: scherpheid. 'Misschien is sambal in Berlijn nog iets nieuws', zei de vriendin van Beckmans, 'maar in Den Haag toch niet.'

Beckmans kwam ook met religie. Hij maakte een soep van Lourdeswater en duivelsdrek. Dat iedereen weet wat Lourdeswater is, nam hij voor lief. Hij liet het plastic madonna-vormige flesje zien, met de bekende blauwe kroondop. Over duivelsdrek, die in de maag een moreel gevecht zou moeten aangaan met het heilige water, vertelde hij een lang verhaal, en hij citeerde de oud-Griekse tragedie van Aristophanes: twee mannen sluiten een pact met de vogels en worden al snel de leiders van de vlucht. Zij zijn zelfs zo brutaal de rookoffers te onderscheppen die opstijgen van de altaren van de mensen. Dat pikken de goden niet en zij wijzen de dieren op het feit dat de mannen gevogelte eten, gebraden met duiveldrek.

Beckman vertelt er niet bij dat duivelsdrek in de Oudheid een van de meest geliefde kruiden was, tot de Noord-Afrikaanse plant (sylphium of laserpithium genoemd) door de Romeinen werd uitgeroeid omdat ze er niet van af konden blijven. Nu was in die tijd al een minder zeldzame vervanging bekend, asafoetida, maar die werd inferieur gevonden. De lucht van verse asafoetidawortel of een pasta van het wortelsap is vele malen penetranter dan knoflook. Gedroogde asafoetida is zwakker, maar ook viezer dan verse, net als knoflook. De lucht van asafoetida wordt, sinds de Romeinen, door Europeanen zo smerig gevonden dat wij het duivelsdrek noemen.

Gelukkig was Beckmans spaarzaam met het kruid, dat gedroogd uit een potje kwam, en ook met zijn uitleg. Hij wist niet dat een deel van de jury had besloten punten af te trekken voor overbodig geouwehoer. Aristophanes kon er net mee door. Ondertussen lag het wel in Beckmans bedoeling te ontdekken of de smaak van de mensen door zijn verhaal was beïnvloed. Vonden ze duivelsdrek plotseling wel lekker, nu ze de culturele betekenis kenden? De meesten beschreven de soep als gewone, vieze bouillon, maar dan heel slap. Eén man vergeleek de nasmaak met die van kattenzeik. De jury was niet diep onder de indruk.

Gordon wilde de megafoon lenen, die Beckmans gebruikte om zijn gedichten verstaanbaar te maken. De vriendin van Beckmans vond dat echter niet goed. Gordon kon zonder: hij liet een cassettebandje opzetten waarop zijn eigen stem te horen was. Voor hem brandde een fel gasvuur onder een metergrote wok met water. Daarin gooide hij de rijst en hij probeerde tijdens het kookproces zijn publiek te hypnotiseren. 'Only my voice matters now', klonk uit de cassette, terwijl Gordons lippen en armen meebewogen.

Toen de rijst gaar was, goot hij hem af en serveerde hem met een kwak sambal en een ongeschilde banaan. 'The value of simplicity', zei hij erbij. De rijst, genoeg voor honderd mensen, was inderdaad perfect gekookt. Alleen Palestine, die in de jury zat, klaagde over de ongeschilde banaan.

Beckmans had zijn ketel inmiddels gevuld met judasoor (een gedroogde paddestoel), zeewier, twee grote octopussen en een paar Portugese wijnkurken, want door kurk zou octopus, volgens Portugezen, sneller gaar worden. Hij gaf er verder geen uitleg, gedichten of gezangen bij, waardoor de betekenis van de octopussen onduidelijk bleef. Wellicht was het concept eventjes niet zo belangrijk. Misschien wilde Beckmans eindigen met iets dat gewoon lekker was.

Palestine vertelde dat hijzelf en een paar andere jury-leden hadden besloten beide koks nul punten te geven, of allebei tien. 'Kinderachtig' werd er geroepen. Palestine was duidelijk ongeschikt om in een jury te zitten. Daarvoor moet je kunnen onderscheiden. 'Fick das Publikum', reageerde hij en stak zijn vinger op. Wikke 't Hooft en Justin Bennet van BMBcon hadden ook een stem in de jury. Zij besloten door te vergaderen en gaven uiteindelijk 6 punten aan Gordon en 7 aan Beckmans. De heerlijke octopus had de doorslag gegeven, het enige gerecht zonder concept. Bij het horen van de uitslag liet Gordon zich op de grond vallen en aanbad zijn overwinnaar alsof het een Polynesische godheid was.

Hobijn kwam aanzetten met twee bekers. Een heel klein bekertje voor Gordon, waar duizend gulden in zat en een heel grote beker voor Beckmans, waarvan we niet mogen weten wat erin zat. 'Je had met Gordon om het honorarium moeten wedden', kreeg Beckmans van zijn vriendin te horen, maar hij was allang tevreden. Hij voelde zich wereldkampioen in de kookkunst.

Meer over