Aboutaleb: cijfers over recidive kloppen niet

Burgemeester reageert verbaasd op cijfers scheidend criminoloog Bovenkerk...

ROTTERDAM Het door de Utrechtse criminoloog Frank Bovenkerk opgeroepen beeld van jonge Rotterdamse Marokkanen behoeft bijstelling, vindt de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb. Dat 90 procent van de jongens met een Marokkaanse achtergrond recidiveert, blijkt in Rotterdam in het geheel niet uit de cijfers, zei Aboutaleb (PvdA) donderdag. ‘Wij kunnen de door Bovenkerk genoemde cijfers niet plaatsen.’

Rotterdam verstaat onder ‘recidive’ dat iemand na zijn detentie opnieuw in de fout gaat. Maar ook als de definitie maximaal wordt opgerekt, blijft de teller in Rotterdam ver onder de genoemde 90 procent, betoogde Aboutaleb.

In 2006 bedroeg het recidivepercentage onder Marokkaanse jongeren in Rotterdam volgens hem 41 procent. Een jaar later was het gedaald tot 31 procent. Aboutaleb: ‘Het zijn cijfers waarover ook de heer Bovenkerk kan beschikken.’

Reagerend op Aboutalebs verhaal, zei Bovenkerk dat hij laatstgenoemde Rotterdamse cijfers niet kent. De door Aboutaleb betwiste 90 procent haalde hij uit de Jaarrapportage 2008 van het CBS, waar het als landelijk gemiddelde voor Marokkaanse recidive staat vermeld.

Bovenkerk zei deze week tijdens zijn afscheid van de Utrechtse universiteit eveneens geschrokken te zijn van het onderzoeksgegeven dat in Rotterdam bijna 55 procent van de Marokkaanse jongeren tussen 18 en 24 jaar in de periode tussen 2000 en 2007 ten minste één keer met de politie in aanraking is geweest.

De redenen voor dat politiecontact kunnen uiteenlopen van verdenking van een verkeersdelict tot verdenking van een geweldsmisdrijf. Aboutaleb: ‘Daar vallen ook de zaken onder die door het OM zijn geseponeerd of zijn afgedaan met een geldboete.’

Wordt er ingezoomd op de ernst van het delict, dan heeft Rotterdam meer zorgen over zijn inwoners van Antilliaanse komaf, aldus de burgemeester. De criminelen binnen deze etnische groep vallen op door gebruik van extreem geweld. Ook blijven ze veel langer crimineel, soms tot op zeer hoge leeftijd.

Dit laat onverlet dat Marokkaanse jongens in de statistieken over Rotterdamse criminaliteit veel hoger scoren dan hun leeftijdsgenoten uit andere etnische groepen. Aboutaleb zei bekend te zijn met de redenering dat Marokkaanse jongens ook veel vaker worden gecontroleerd door de politie. Maar elk bewijs voor die stelling ontbreekt volgens hem.

Het Rotterdamse PvdA-raadslid Matthijs van Muijen meent dat scheidend hoogleraar Bovenkerk voor een wetenschapper van zijn statuur bij zijn afscheid ‘te kort door de bocht’ is gegaan. ‘Er ontstaat nu een beeld alsof een op de twee Marokkaanse Rotterdammers heeft vastgezeten. En alsof negen van de tien Marokkaanse jongens na detentie opnieuw in de fout gaan. Terwijl intensieve begeleiding van deze groep in de Rotterdamse jeugdinrichting De Hartelborgt wel degelijk vruchten afwerpt: zie de recidivecijfers.’

Meer over