ABN-top getuigt niet over diamantfraude

De Amsterdamse rechtbank heeft verzoeken tot een getuigenverhoor van topman Rijkman Groenink van ABN Amro en diens voorganger Jan Kalff over de diamantfraudezaak afgewezen....

Groenink en Kalff hoeven van de rechter derhalve niet nogmaals te getuigen over de vraag wanneer ABN Amro besloot om aangifte te doen van een verduistering van 180 miljoen gulden bij het diamantfiliaal van de bank.

De verzoeken werden gedaan nadat een uitspraak van Groenink uit 1997 over de fraude bij het diamantfiliaal van ABN Amro werd gelegd naast diens getuigenis bij de rechtbank vorige week. Volgens de advocaten van de bankfraude-verdachten zou er mogelijk sprake zijn van meineed.

De rechtbank heeft die stelling nu afgewezen. 'Er is geen redelijke grond dat de getuige (Groenink, red.) niet de waarheid heeft gesproken', zo concludeerde de Amsterdamse rechtbank.

Ook een groot aantal andere verzoeken voor het horen van getuigen zijn door de rechtbank afgewezen. De verzoeken om bankfunctionaris Nieland en de geheimzinnige tipgever die als Danbury 72 wordt aangeduid, te horen, werden wel toegewezen. Ook moeten twee opgeroepen getuigen die tot dusver niet voor de rechtbank zijn verschenen alsnog worden gehoord.

Wat betreft het verhoor van getuige Nieland gaat het volgens de rechtbank met name om de vraag of hoofdverdachte Peter S. is toegezegd dat de bank geen aangifte zou doen als hij zou meewerken aan een intern onderzoek naar de fraude bij het diamantfiliaal, die eind 1996 aan het licht kwam.

Die vraag is van belang om vast te stellen of het gebruikte bewijs rechtmatig verkregen is.

Zonder de verklaringen van hoofdverdachte Peter S. was het waarschijnlijk onmogelijk geweest om een goede reconstructie te maken van de omvang van de fraude bij het Amsterdamse diamantfiliaal van ABN Amro.

De verdere behandeling van de diamantfraudezaak is door deze getuigenverhoren tot nader order uitgesteld.

Meer over