Abdoesjaparov helpt Raas bij zoektocht naar geld

Op de valreep had zondag ook Jan Raas reden de Tour de France lachend te verlaten. In de bijna traditionele massaspurt op de Champs Elysées hield zijn kopman Djamolidin Abdoesjaparov eindelijk de zenuwen een keer onder controle en won....

Van onze verslaggever

Wybren de Boer

PARIJS

De Zeeuwse ploegleider heeft nog steeds geen nieuwe geldschieter gevonden die zijn profformatie ook volgend jaar op het asfalt kan houden. Raas liet tijdens de Tour weten zich allerminst zorgen te maken over de toekomst en desnoods met een goedkoop opleidingsproject te beginnen. De opluchting in het kamp van Novell, zondag nadat Abdoe alsnog een dagzege had binnen gehaald, deed vermoeden dat Raas' luchthartige woorden voornamelijk een pose zijn geweest.

De zes flessen champagne konden uit het laadruim van de bus, maar als voormalig vaandeldrager van het Nederlandse cyclisme zal Raas het wel uit zijn hoofd hebben gelaten een toost uit te brengen op het Hollandse presteren. Tussen Saint-Brieuc en Parijs kon de vaderlandse wielerelite weinig meer dan figureren. De ritzege van Blijlevens in Duinkerken was niet meer dan een lichtpuntje in een voornamelijk duistere tunnel.

Erik Breukink, al enige jaren afgevoerd van de lijst met hoofdrolspelers in de Ronde, toonde zich nog altijd veruit Nederlands beste klassementrijder. De nummer drie van de Tour in 1990 eindigde vijf jaar later op de twintigste plaats, op ruim drie kwartier van Indurain. 'Gezien mijn rol bij ONCE ben ik daar tevreden mee', zei Breukink. 'Ik ben geen supertopper meer, maar toch bepaald niet slecht.'

Het klassement was voor de coureur uit Kalmthout bijzaak. 'Bij onze ploeg zitten een paar hele sterke jongens, Zülle, Jalabert, Mauri. Het is logisch dat de andere renners in hun dienst rijden. Dat was eerst wennen, maar nu vind ik het normaal. Trouwens, als de ploeg er beter van wordt, word ik er ook beter van. En in de positie waar ik zit, blijft het mogelijk een etappe te winnen. Daar voel ik me nog altijd toe in staat.

Tot voor kort heette Eddy Bouwmans de troonopvolger te zijn van de generatie ronderenners waartoe ook Breukink behoort. Zijn veertiende plaats in het eindklassement in 1992 heeft Bouwmans, rijdend in de formatie van Raas, echter nooit kunnen herhalen. Het jaar daarop werd hij 45ste, dezelfde klassering waarmee hij gisteren zijn derde Ronde van Frankrijk afsloot.

Het is een ontwikkeling waar Breukink niet echt van opkijkt. 'Bouwmans was in zijn eerste Tour een belofte en dan wordt meteen verwacht dat hij een volgende keer bij de allerbesten zal horen. Maar het wielrennen als sport ontwikkelt zich ook. Elk jaar rijden ze harder in de bergen en de concurrentie in de tijdritten wordt ook steeds groter. Als je die ontwikkeling niet bij kunt houden, val je terug.'

Bovendien maakt Bouwmans deel uit van een ploeg waar voornamelijk gegokt wordt op dagsuccessen, in dit geval van Abdoesjaparov. Het keurkorps van Raas sloofde zich bijna drie weken lang uit om de Oezbeekse sprinter uit de wind te houden en in stelling te brengen voor massale aankomsten.

In dat spel diende ook Bouwmans mee te draaien. De kostbare energie die daarmee verloren ging had ook aangewend kunnen worden om een betere klassering in het algemeen klassement af te dwingen.

Van een 30ste of 25ste stek in de eindrangschikking raken sponsors echter niet onder de indruk. In ruil voor miljoenen zien geldschieters bij voorkeur ritzeges, een top-tien-notering of een trui (geel, groen, bolletjes) terug. Dergelijke prijzen zijn voor Bouwmans (nog) niet weggelegd.

Het is het dilemma voor veel ronderenners, weet Breukink. 'Misschien kan Bouwmans wel meer bereiken dan hij nu laat zien, maar hij krijgt de tijd niet om zich te ontwikkelen. Hij zit in een ploeg waar ze andere doelstellingen hebben. Dat is vanuit Raas' oogpunt logisch, maar jammer voor Eddy.'

Nederland zal het dal volgens Breukink voorlopig ook niet verlaten. Met slechts twee profploegen in koers, waarvan één (Raas) mogelijk verdwijnt, is er op de Nederlandse wielermarkt weinig werk voor ambitieuze coureurs.

Breukink: 'Er worden elk jaar maar heel weinig renners prof.' Dat een gebrek aan talent daarvan de voornaamste reden is, weigert hij te geloven. 'Ik denk dat er niet minder talent is. Het probleem is alleen dat ze geen kans krijgen.

'De beste opleiding die je kunt krijgen is tegenwoordig in Italië of Spanje. Daar zijn veel ploegen en elke ploeg heeft wel één hele goeie en ervaren ronderenner. Bij zulke ploegen nemen ze meestal ook twee jonge talenten in dienst die zich dan in alle rust mogen ontwikkelen. Maar ja, een Spaanse ploeg neemt natuurlijk liever een talent uit eigen land dan een jongen uit Nederland.'

Tien Nederlanders meldden zich op 1 juli in Saint-Brieuc voor de proloog. Van hen bereikten er zes de Champs Elysées, maar in het huidige cyclisme is dat niet voldoende, weet Breukink. 'Als je de Tour de France uitrijdt ben je een goeie renner. Maar tussen een goeie renner en een winnaar zit nog een enorm verschil. En daar komen wij Nederlanders tekort.'

TVM doet hardnekkige pogingen om Breukink weer in een Nederlands wielershirt te hijsen, maar heeft de twijfels bij de 31-jarige coureur nog niet kunnen wegnemen. 'Bij de start zei Priem een keer tegen me dat ze geïnteresseerd waren. Ik zal erover denken, zei ik. Dat was ons gesprek.'

ONCE was hem vorig seizoen liever kwijt dan rijk, aangezien Breukink de sportieve verwachtingen van ploegleider Saiz niet kon inlossen, maar wel een topsalaris genoot. Tegen een fiks gekort inkomen mocht Breukink blijven. Het jaar waarin hij van kopman in knecht veranderde, is hem goed bevallen.

'Ik hoor dan niet meer bij de groten, ik kan nog wel een beetje fietsen. En het is prettig rijden in een ploeg die veel succes heeft. Dat is in Nederland nog maar afwachten.'

Meer over