Aartsvader van het moderne toneel

Harold Pinter..

Hein Janssen

Amsterdam Met de dood op Eerste Kerstdag van Harold Pinter, op 78-jarige leeftijd in Londen, heeft niet alleen Engeland maar de hele wereld een van de belangrijkste naoorlogse toneelschrijvers verloren. Pinter was al geruime tijd ziek. Hij was de afgelopen jaren als schrijver niet meer publiekelijk actief, op een paar stevige politieke statements na. Hij was fel tegen de Amerikaanse inval in Irak en de steun van zijn eigen regering daarvoor.

Toen hij in 2005 de Nobelprijs voor literatuur kreeg, maakte hij van de gelegenheid gebruik onomwonden van leer te trekken tegen de Amerikaanse regering. Daarbij noemde hij Bush en de toenmalige Britse premier Blair oorlogsmisdadigers. Los van dat politieke activisme zal het belang van Pinter zich altijd blijven doen gelden in zijn toneelstukken, waarvan De Thuiskomst, De Huisbewaarder, Niemandsland en Bedrog de bekendste zijn.

‘Meneer Pinter, u bent een van de belangrijkste toneelschrijvers ter wereld, maar...’

Voordat de interviewer van het BBC-programma Face to Face zijn vraag kon afmaken, werd hij door Harold Pinter in de rede gevallen: ‘Hoe bedoelt u, een van de*?’ Harold Pinter was zelf ook zeer overtuigd van de grote kwaliteiten van zijn werk. Alle lof die hem ten deel viel, onderstreepte hij als volkomen terecht.

Toen hem in 2005 de Nobelprijs voor Literatuur werd toegekend, was tot veler verrassing, behalve die van de schrijver zelf. ‘Harold Pinter, die in zijn toneelstukken de afgrond onder het alledaagse gezwets blootlegt en de gesloten deur waarachter onderdrukking heerst, loswrikt.’ Dat was de enige zin waarmee het Nobelprijscomité toen de toekenning motiveerde. De keuze was onomstreden, want de woorden van het comité klopten tot de laatste letter.

De kwaliteit van Pinters toneelwerk staat onomstotelijk vast. Hij is de aartsvader van het naoorlogse, moderne toneel, en degene die een nieuwe toneeltaal introduceerde. Hij debuteerde in 1957 met The Room. In zijn grote stukken als The Birthday Party (Het Verjaardagsfeest, 1958), The Caretaker (De Huisbewaarder, 1960) en The Homecoming (De Thuiskomst, 1965) schetst hij een klein universum waarin in een uiterlijk zeer realistische setting voortdurend dreiging voelbaar is.

Pinter werd geboren in het Londense East End als zoon van een joodse kleermaker. Hij studeerde kort aan de Royal Academy of Dramatic Art en sloot zich aan bij een rondtrekkend toneelgezelschap. Tot 1957 werkte hij onder de naam David Baron als acteur bij verschillende groepen. Om in zijn levensonderhoud te voorzien was hij onder meer kelner, bordenwasser en verkoper.

Zijn vroege toneelstukken worden vaak bevolkt door mensen uit de arbeidersklasse die zich met veel omhaal van woorden uit de ellende proberen los te wrikken. Later kroop Pinter meer en meer in de richting van de kunstminnende upperclass en werd het getob met de alledaagse werkelijkheid in steeds kalere taal verwoord.

Betrayel (Bedrog) en Ashes to Ashes (beide over wederzijds huwelijksbedrog) behoren tot zijn beste werk. Het heeft misschien ook te maken met Pinters eigen levensloop. Geboren in een eenvoudig arbeidersgezin, op 10 oktober 1930, trouwde hij in 1980 uiteindelijk met Lady Antonia Fraser, waardoor hij van de wereld van de pinten bier in die van de zilveren theelepeltjes belandde.

De personages van Pinter praten in een taal die zich juist loszingt van het alledaagse gebabbel, maar die in dat alledaagse toch wanhopig verstrikt raken. Het maakt ze tot intens eenzame mensen, die zich verschansen op de vluchtheuvels van gezin of relatie. En daarvan vervolgens weer een puinhoop maken. In zijn stukken worden schijnbaar zekere situaties vaak in één klap veranderd, doordat een buitenstaander de gebaande paden openbreekt.

In Nederland werd veel van zijn vroegere toneelwerk vertaald door Gerard Reve, een groot bewonderaar van Pinter. Het lezen van een stuk van Pinter is dan ook een groot genoegen: de dialogen zijn geschreven op het scherp van de snede, en als een muziekstuk gestructureerd – muziek over de ruis van het dagelijks leven. Pinterese language is de Engelse term daarvoor.

Pauze. Stilte. Dat zijn begrippen die veelvuldig in zijn teksten voorkomen en die voor verschillende manieren van woordloze expressie staan. Het is aan de acteur daar gestalte aan te geven en van de uiterst bedachtzame papieren Pinter-taal een levende taal te maken, zoals dat in het theater hoort.

Pinters stukken staan wereldwijd steevast op het repertoire. En in de perioden dat zijn werk in eigen land even niet zo populair was, veroorzaakte hij zelf veel publiciteit door felle politieke standpunten in te nemen. Hij nam het op voor de onderdrukte Koerden en schreef met zijn korte stuk Bergtaal een pamflet voor het behoud van een eigen taal. Pinter schreef ook verscheidene filmscenario’s, zoals voor de verfilming van Prousts A la recherche du temps perdu en The French Lieutenant’s Woman met Meryl Streep en Jeremy Irons.

Van meet af aan is het toneelwerk van Pinter in Nederland veelvuldig opgevoerd. Van de gloriejaren van Toneelgroep Centrum in de jaren zestig tot Toneelgroep Amsterdam in de jaren negentig. In 2004 speelde Toneelgroep Amsterdam nog Bedrog en het Nationale Toneel Niemandsland. Die laatste voorstelling behoort tot de hoogtepunten in 45 jaar Pinter-spelen in Nederland. De acteurs Lou Landré en Carol Linssen maakten met woorden kamermuziek. Dat was Pinter op zijn best: duister, onheilspellend, vragen oproepend en grote gevoelens verbergend. Volgend jaar wordt Bedrog opnieuw opgevoerd, dan in een vrije productie van Rick Engelkes met onder anderen Bastiaan Ragas en Isa Hoes.

Pinter leed al geruime tijd aan kanker, krabbelde af en toe op, nam in 2004 nog persoonlijk de Europese Prijs voor Theater in ontvangst, maar heeft ten slotte het gevecht tegen zijn ziekte beëindigd. De wereld heeft inderdaad een van zijn grootste toneelschrijvers heeft verloren. Maar zijn stukken zijn er nog, en zullen nog vaak gespeeld worden.

Hein Janssen

Meer over