‘Aardige’ Al Mansouri ziet in Iran dood in de ogen

‘Een bekender persoon dan hij bestaat er niet’, zegt de zoon over de vader. Dat geldt niet in Maastricht, waar de ‘president in ballingschap’ tot voor kort woonde....

‘Iedereen kent de PLO, maar niemand kent de ALO’, verzucht Adnan Faleh Al Mansouri. Hij is de zoon van ALO-president Abdullah Al Mansouri (60), de Iraanse vluchteling uit Maastricht die afgelopen mei in Damascus door de Syrische autoriteiten werd gearresteerd en uitgeleverd aan Iran. Zoon Adnan (34) is tevens woordvoerder van de Ahwaz Liberation Organisation (ALO).

Volgens Adnan is de positie van zijn vader te vergelijken met die van PLO-leider Arafat vroeger. Hij is president in ballingschap van de ‘Democratische Republiek Al-Ahwaz.’ Adnan: ‘We wonen in Maastricht in een heel gewone buitenwijk. Maar in Al-Ahwaz is mijn vader heel bekend en geliefd onder de acht miljoen Ahwazi’s. Een bekender persoon dan hij bestaat daar niet. De mensen hebben zijn portret in de kamer hangen, met de vlag van Al-Ahwaz erbij.’

De ALO strijdt voor de onafhankelijkheid van het voormalige Arabische prinsdom Al-Ahwaz, dat in 1925 door de Perzische sjah werd ingelijfd en tegenwoordig Khoezestan heet. In Iran worden de Ahwazi’s als Arabische minderheid onderdrukt.

‘We hebben altijd een eigen staat gehad’, vertelt Adnan. ‘Onze geschiedenis gaat terug tot 4000 voor Christus. In de bijbel heet ons land Ur. Maar de sjah heeft ons land afgepakt en de internationale gemeenschap heeft geen oog voor ons. De ALO strijdt voor de onafhankelijkheid van Al-Ahwaz, op een vreedzame manier, langs politiek-diplomatieke weg.’

Vorig jaar lekten plannen uit dat Iran de provincie Khoezestan nog verder wil ‘iraniseren’. Daartoe zouden veel Arabische Ahwazi’s uit het olierijke gebied moeten verhuizen naar andere streken en zouden Iraniërs van elders naar Khoezestan worden gehaald. Een soort etnische zuivering, aldus Adnan. Het nieuws leidde tot een volksopstand, waarbij veel doden vielen. Er vonden ook enkele bomaanslagen plaats.

Volgens Syrië heeft Iran om de uitlevering van Abdullah Al Mansouri gevraagd vanwege ‘terroristische activiteiten’. De Iraniërs zouden hem verdenken van betrokkenheid bij een bomaanslag vorig jaar april, waarbij twintig doden en tweehonderd gewonden vielen. Onzin, zegt Adnan fel. Het is een verzonnen aantijging om hem uitgeleverd te krijgen. ‘De ALO heeft de bomaanslagen juist fel veroordeeld. Wij doen niet aan geweld.’

Abdullah Al Mansouri was beroepsmilitair, eerst onder de sjah en daarna onder ayatollah Khomeiny. Hij klom geleidelijk op in de krijgsmacht tot luitenant-generaal. Die positie gaf aanzien en status. ‘Eerst viel het niet op dat hij ook politiek actief was’, aldus Adnan. ‘Maar de laatste vijf jaar vóór onze vlucht in 1987 kwam hij meer in beeld.’

In 1987 deed de geheime dienst van ayatollah Khomeiny een inval in hun huis. Adnan, toen 15 jaar oud, zag dat zijn vader werd afgevoerd in een geblindeerde Mercedes. Hij werd ter dood veroordeeld vanwege verboden politieke activiteiten, als de rechterhand van de toenmalige ALO-president. Maar, vertelt Adnan, door ‘een flinke som geld’ en door zijn connecties werd hij voor enkele dagen vrijgelaten, om bij zijn vrouw en kinderen te zijn. Het gezin vluchtte naar Irak, dat toen voluit in oorlog was met Iran. Na een jaar ballingschap in Bagdad kreeg Al Mansouri begin 1989 van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR de A-status. ‘We werden door de VN begeleid van Bagdad naar Amsterdam en van daaruit naar Maastricht’, herinnert Adnan zich. Sinds 1989 woont Al Mansouri met vrouw en vier kinderen in de Limburgse hoofdstad.

Vanuit Maastricht bleef Al Mansouri zich inzetten voor de ALO. In 1990 kreeg hij de leiding over de bevrijdingsorganisatie, nadat zijn voorganger in Iran was opgepakt en opgehangen. Als erkend politiek vluchteling werd hij tevens Nederlands staatsburger. In Maastricht ontpopte hij zich als mensenrechtenactivist, in de eerste plaats voor zijn eigen Al-Ahwaz, maar ook in bredere zin. Voor Amnesty International werd hij adviseur voor het Midden-Oosten. Hij zette zich ook in voor de integratie van allochtonen in Maastricht, onder meer als lid van de stedelijke integratiecommissie.

In 2001 kreeg hij zelfs een koninklijke onderscheiding. Toenmalig burgemeester Houben speldde hem het lintje van de orde van Oranje-Nassau op het revers.

Hij vond in Nederland steeds meer zijn draai. Rond de eeuwwisseling volgde hij als ‘oudkomer’ een inburgeringscursus en leerde hij Nederlands. In 2002 stond hij op de kandidatenlijst van GroenLinks voor de gemeenteraadsverkiezingen. ‘Een ontzettend aardige, open man’, zo meent Gerard Prickaerts van Amnesty International. ‘Heel maatschappelijk betrokken’, aldus GroenLinks-wethouder Wim Hazeu.

Zoon Adnan vreest, net als Amnesty International, voor het leven van zijn vader. Waar de Maastrichtenaar verblijft, is onbekend. Het gemeentebestuur heeft deze week de Iraanse ambassadeur om opheldering gevraagd. Hazeu: ‘We horen al maanden niets. Het vertrouwen in een goede afloop ebt weg.’

Adnan denkt dat hij zijn vader alleen terugziet als Nederland, de EU en VN zich werkelijk inzetten. ‘Maar dan moeten ze het niet vriendelijk en diplomatiek vragen aan Iran. Want dat werkt niet bij dat soort mensen. Ze moeten echt met de vuist op tafel slaan.’

Meer over