Aardbeienijs met dadels

Onder de straffe regie van hun Tunesische vader worden Sabrina en Hassen Bouazza klaargestoomd tot voorbeeldige Nederlandse burgers. Het Wilhelmus kennen ze uit hun hoofd - alle vijftien coupletten....

Door Sander van Walsum

Het schemert in de Arnhemse Forelstraat. Her en der scholen kinderen samen - op zoek naar vertier. Sabrina en Hassen Bouazza, respectievelijk 12 en 11 jaar oud, zoeken geen aansluiting. Dat doen ze eigenlijk nooit, zeggen ze. Spelen doen ze op school. Zo nemen ze in de pauze weleens deel aan meehelptikkertje, een spel dat daar nu in zwang is. Maar thuis werken ze - onder de straffe regie van hun vader, de 42-jarige Tunesier Bouraoui Bouazza - aan hun algemene ontwikkeling.

Vandaag volgen ze het spoeddebat in de Tweede Kamer over de flirt van minister Nawijn met de doodstraf. Over alternatieve tijdsbestedingen hadden ze eigenlijk niet nagedacht: ze geven doorgaans gehoor aan de wenken van hun vader. En die kent veel betekenis toe aan het debat. Niet eens zozeer vanwege de inhoud. Daarover matigt hij zich geen oordeel aan. Nee, het is nuttig voor de kinderen om te zien wie het volk vertegenwoordigen.

Met sonore stem, af en toe een vragende blik op zijn vader werpend, noemt Hassen de namen van de sprekers, en resumeert hij hun betoog. En dat is niet zo makkelijk. Want de familie volgt ook de verrichtingen van de parlementaire enquêtecommissie. En die synchroniteit leidt bij een 11-jarige weleens tot begripsverwarring.

Vader Bouazza corrigeert zijn zoon waar nodig met zachte maar dwingende stem. De vraag of zijn kinderen niet buiten moeten spelen, stuit bij hem op enig onbegrip. Van spelen leer je niets. Maar wat belangrijker is: als burger dien je de wederwaardigheden van je land te volgen. Dat gebod mag door het gros van de Nederlanders tegenwoordig dan worden genegeerd, de nieuwkomer - juist de nieuwkomer - moet het burgerschap uiterst serieus nemen.

Zo kenden Sabrina en Hassen reeds enkele maanden na hun verhuizing van Tunesië naar Nederland - in 1997 - het Wilhelmus. Niet alleen het eerste en het zesde couplet, die slechts tot de culturele bagage van de meest patriottische Nederlanders behoren, maar de hele mik. Vijftien coupletten dus. En zij wisten, naar eigen zeggen, nog wat zij zongen ook. Een prestatie die niet onopgemerkt bleef in de media.

Aangemoedigd door deze respons, namen de kinderen in 1999 een nieuw project ter hand. Met ook ditmaal een verdieping van de kennis van de Nederlandse samenleving als oogmerk: een getekende weergave van de vaderlandse geschiedenis - van de Bataven tot de troonsafstand van koningin Juliana. Het resultaat van hun inspanningen - veertig ingelijste tekeningen - is momenteel te bezichtigen in Paleis Het Loo in Apeldoorn. Kopers van de tentoongestelde werken ondersteunen een nog nader te benoemen charitatieve actie in Tunesië.

Het mooie initiatief had een nogal triviale aanleiding. Sabrina en Hassen plachten hun vrije tijd, of wat daar na de verplichte oefeningen nog van restte, te besteden aan het illustreren van zelfverzonnen verhaaltjes. Op voorspraak van hun vader zijn ze de geschiedenis van het nieuwe vaderland als script gaan gebruiken. De voorkeur voor dit thema was overigens plaatsgebonden: als ze nog in Tunesië hadden gewoond, was de geschiedenis van dat land als leidraad gebruikt.

Dat deed geen afbreuk aan de ernst van hun taakopvatting. 'We hebben stap voor stap de hele geschiedenis doorgenomen', zegt Sabrina. 'Daarna hebben we het verhaal in veertig stukjes geknipt die we allemaal hebben geïllustreerd. Dat gebeurde heel streng. We overlegden hoe die tekening er ongeveer uit moest zien, en dan maakte onze vader een schets. Als wij daarna zelf een tekening hadden gemaakt, overlegden we over de kleuren die we zouden gebruiken. Ook dat werd weer door onze vader gecontroleerd. Als hij een kleur te donker vond, of als we over de lijntjes waren gegaan, moest de hele tekening worden overgedaan.'

Vader Bouazza knikt instemmend bij deze voorstelling van zaken. 'Voor u ben ik een aparte, rare man', veronderstelt hij. Maar in zijn eigen perceptie is de goede vader streng en veeleisend. Wie liefde voelt voor zijn kinderen, is bereid hen pijn te doen. Ook in de letterlijke betekenis. Het taboe op slaan behoort tot de Nederlandse cultuurkenmerken die hij zich welbewust niet heeft eigengemaakt. 'Natuurlijk moet een kind dat een beetje vervelend is een beetje pijn voelen', legt hij uit. 'Later zal hij degene die hem heeft behoed crimineel te worden dankbaar zijn.' De maatvoering van de lineaal waarmee ouders hun kinderen desgewenst corrigeren - niet te lang en zeker niet te smal - moet hen voor geweldsexcessen behoeden.

De kinderen zijn voor deze gelegenheid - de ontvangst van een journalist - in Tunesische koningsdracht gehuld. Als blijk van eerbied voor de gast. Bouazza en zijn Nederlandse vrouw hebben bij de inrichting van hun kleine woning geprobeerd het evenwicht tussen beide culturen te bewaren. In de ontvangstkamer, boven de vlaggen van beide landen, hangen de portretten van de staatshoofden van Nederland en Tunesië.

Talloze foto's getuigen van de reizen die de familie door Tunesië en de twaalf Nederlandse provinciën heeft gemaakt. Zelfs bij de maaltijden die Bouazza bereidt - 'Ik beschik over iets meer vrije tijd dan mijn vrouw' - wordt de pariteit tussen beide landen nauwgezet bewaakt. Deze avond wordt de Hollandse kippenpoot geflankeerd door Tunesische salades.

Maar het religieuze leven van de familie Bouazza wordt, een afbeelding in de woonkamer van het Laatste Avondmaal ten spijt, beheerst door de islam. Zeker nu, tijdens de ramadan. Meteen na zonsondergang prevelen Sabrina, Hassen en hun vader een kort dankgebed, en gaat een glas water - 'de bron van al het leven', legt Bouazza uit - van mond naar mond. De kinderen zien het vasten niet als corvee. Integendeel. Zij raken, naar eigen zeggen, vervuld van dankbaarheid en blijheid over de gaven van het leven.

'En wat zouden jullie doen als jullie op school een arme asielzoeker zouden tegenkomen?', wil de vader weten. 'Ik zou hem helpen', antwoordt Hassen. 'Met wat?' 'Ik zou hem onderdak verlenen', legt Sabrina uit. 'Ik zou hem mee naar huis nemen', verduidelijkt haar broertje. 'En wat zou je doen als jullie twee eitjes te verdelen zouden hebben?' 'Dan geef ik mijn ei weg, en deel ik het andere ei met Sabrina.' 'En hoe komt het dat je iets wilt geven aan een vreemde?', dringt Bouazza aan. 'Dat komt door het vasten', antwoorden ze in duet - de cirkel van het familiegesprek sluitend.

Vader Bouazza wil maar zeggen: jullie, Nederlanders, hebben een volstrekt verkeerde voorstelling van de islam. 'In plaats van barmhartigheid en solidariteit zien jullie slechts strengheid en kortzichtigheid.' En dat zit hem dwars, al maakt hij zijn gast persoonlijk geen enkel verwijt. 'Hoe durven de Nederlanders een oordeel over de islam te vellen? Daar zijn alleen onze imams voor toegerust.

'De Nederlanders zijn niet langer tevreden met zichzelf', stelt hij vast. 'Maar de buitenlanders ondervinden daarvan de gevolgen. Waarom werd er vroeger nooit over ons geloof gepraat? Omdat jullie ons nodig hadden. Maar nu gaan jullie opeens onze imams de maat nemen, en moeten onze vrouwen worden bevrijd. Zo ontstaan er onnodig problemen. Jullie moeten de buitenlanders accepteren zoals ze zijn. Inclusief hun geloof.' Ter illustratie van zijn standpunt verwijst hij naar het toetje: Hollands aardbeienijs met Tunesische dadels en amandelen. 'Als ik dadels koop, vraag ik toch ook niet of ik ze zonder pit kan krijgen? Dan stel ik toch een onzinnige eis?'

De inspanningen die zijn kinderen zich hebben moeten getroosten, zijn dan ook ten onrechte uitgelegd als een aansporing aan allochtonen om hun voorbeeld te volgen. Volgens Bouazza zijn het, integendeel, vooral de Nederlanders die er hun voordeel mee kunnen doen. Hun kennis van de eigen cultuur blijft immers ver achter bij die van Sabrina en Hassen. Wat verschaft hun dan nog het morele recht om over andere culturen te oordelen?

Diepe liefde is Bouazza nooit voor Nederland gaan koesteren. Hij respecteert het land, zoals zijn echtgenote Tunesië respecteert. 'Ik ben een loyaal onderdaan', vat hij zijn relatie met het nieuwe vaderland samen. Dat is wel het minste wat hij zijn vrouw verschuldigd is. Maar hij kan niet van Nederland houden zolang de Nederlanders dat zelf niet doen. 'Wie kwaad spreekt over het land waar hij leeft, vernedert vooral zichzelf.'

Veel ontvankelijkheid voor de impliciete boodschap van Sabrina en Hassen heeft hij hier dan ook niet waargenomen. Dat zij het Wilhelmus integraal kennen, werd als een curiosum afgedaan. En Bouazza oogstte bij de Nederlandse musea opvallend weinig bijval met zijn suggestie de tekeningen van zijn kinderen ten toon te stellen. De vroegere staatssecretarissen van Onderwijs, Adelmund en Netelenbos, hebben niet inhoudelijk gereageerd op de brief waarin hij hun zijn diensten als adviseur aanbood. En zelfs de directeur van de school van zijn kinderen is zich, denkt Bouazza, onvoldoende bewust van hun voorbeeldfunctie.

Maar goed. Het is hem niet om applaus te doen. Hij neemt slechts zijn verantwoordelijkheid als vader. Maar de samenleving plukt daar wel de vruchten van. Nu en straks. 'U zult nooit bang voor mijn kinderen hoeven te zijn. Zij zullen nooit een lantaarn kapotmaken, of iemand neersteken. Dat weet ik voor 99 procent zeker. Zij zullen voor u zorgen. Tot uw honderdste jaar.' Met een knikkende beweging bekrachtigen Sabrina en Hassen deze belofte.

Meer over