Aanval VS op Syrië wekt ongeloof regio

De Amerikaanse aanval vanuit Irak op een Syrisch grensdorp heeft het afgelopen weekeinde de verhoudingen in de regio op scherp gezet....

De grote vraag is waarom de aanval juist nu plaatshad, terwijl strijders al jaren de grens overgaan. Een Amerikaanse regeringsfunctionaris zei: ‘Als je een belangrijke kans ziet, dan neem je hem.’ Hij voegde eraan toe dat de operatie succesvol was en dat een belangrijke mensensmokkelaar waarschijnlijk is gedood.

Damascus zegt echter dat bij de aanval acht burgers om het leven zijn gekomen en noemt de actie ‘terrorisme’.

De vergelijking die nu gemaakt wordt met de Amerikaanse aanvallen op de Taliban en Al Qaida in Pakistan, is nauwelijks van toepassing. Want hoe gevaarlijk de strijders ook zijn die vanuit Syrië Irak inkomen, ze dragen veel minder bij aan de strijd in Irak dan de Taliban aan die in Afghanistan.

Het doden van een ‘terroristensmokkelaar’, hoe belangrijk ook, is daarom een onwaarschijnlijk excuus voor zo’n actie, nadat vijf jaar lang niets soortgelijks is ondernomen. Het ongeloof leidt tot speculatie over politieke motieven voor de Amerikaanse aanval.

Sommige commentatoren menen dat de regering-Bush John McCain wil helpen door het vraagstuk van nationale veiligheid, waarin hij sterk scoort, op de voorgrond te brengen. Maar dat zou een gevaarlijke strategie zijn, omdat het net zo goed kan leiden tot een negatieve reactie onder de kiezers. Er zijn ook andere scenario’s.

De regering-Bush zou bijvoorbeeld een laatste kans hebben willen benutten om te laten zien hoe kwalijk het is dat het internationale isolement van Syrië afbrokkelt – een proces dat zou kunnen versnellen als Barack Obama de Amerikaanse verkiezingen wint.

Het incident is opmerkelijk omdat de Amerikanen slechts zelden de Syrische grens hebben overschreden. Bovendien waren de afgelopen maanden de beschuldigingen aan het adres van Syrië enigszins verstomd en was de Iraakse regering zelfs opmerkelijk positief over de onderlinge relatie.

Het Iraakse leger zegt echter eerder deze maand een groep strijders uit Syrië te hebben opgepakt bij Baquba, ten noorden van Bagdad. De Amerikaanse commandant in Irak beschuldigde Syrië daarop opnieuw militante strijders door te laten.

Damascus wijst die aantijgingen van de hand en zegt de grens nauwelijks te kunnen beveiligen omdat die te lang is en omdat het land geen geavanceerde surveillanceapparatuur kan invoeren, vanwege de Amerikaanse sancties. Ook wijst de regering op de anderhalf miljoen Iraakse vluchtelingen in het land en zegt dat die onmogelijk allemaal in de gaten gehouden kunnen worden.

In de praktijk is Syrië echter een zeer strak gecontroleerd land waar het autoritaire regime iedereen in meer of mindere mate in de gaten houdt en waar wel degelijk zeer scherp wordt gekeken naar wie het land binnenkomt en uitgaat. Regelmatige bewegingen van strijders en financiële en materiële hulp op enige betekenisvolle schaal zonder medeweten van het regime is vrijwel ondenkbaar.

De VS en Europa hebben Damascus jarenlang geïsoleerd vanwege de steun aan militante bewegingen in de hele regio. Voor de VS was de steun aan militanten in Irak wellicht een van de belangrijkste redenen voor de isolatie, maar zij was ook gericht tegen de Syrische steun aan Palestijnse strijders.

Sinds begin dit jaar is die isolatie van Syrië door Europa echter aan het afkalven. Vooral de Franse president, Nicolas Sarkozy, probeert Syrië te paaien. De Amerikanen blijven echter uiterst terughoudend, hoewel minister van Buitenlandse zaken Rice haar Syrische ambtgenoot kort zou hebben gesproken tijdens de algemene vergadering van de VN in New York.

Meer over