Aantal werklozen in regio's Den Haag en Rotterdam stijgt sterk Deel economische motor hapert

De twee burgemeesters deden het rond de jaarwisseling ieder op hun eigen manier: Peper van Rotterdam door forse kritiek te uiten op de rijksoverheid, Havermans van Den Haag met een noodkreet....

AUKJE VAN ROESSEL

Van onze verslaggeefster

Aukje van Roessel

DEN HAAG/ROTTERDAM

Vraag een willekeurig iemand welke regio's in Nederland de klassieke probleemgebieden zijn en hij zal antwoorden: de noordelijke provincies, Twente en Limburg. De Randstad zal hij niet noemen. Die heet immers de motor van de economie te zijn. Maar er zit zand in de motor. Volgens burgemeester Havermans is het de hoogste tijd voor maatregelen. 'Haaglanden en meer nog Rotterdam dreigen structurele probleemregio's te worden', waarschuwde hij tijdens zijn nieuwjaarstoespraak.

Er zijn vele manieren om te beoordelen hoe een regio het economisch gezien doet. Zo maakte wethouder R. Smit van Rotterdam eind december cijfers bekend over de activiteiten in de haven. De overslag van containers bleek in 1995 te zijn gegroeid met 4,9 procent. Voor het eerst waren meer dan drie miljoen containers van schepen gehaald of er juist op geplaatst. Een historisch feit. Ook het rij-op-rij-af-verkeer groeide, en wel met 1,3 procent. De groei vertoonde weliswaar 'aarzelingen', zoals Smit het noemde, maar er was nog altijd groei.

Uit de jaarlijkse 'Economische Barometer van Zuid-Holland' zijn ook andere cijfers te halen. Het beeld wordt dan ineens heel somber. Zo maakt de Barometer 1995 melding van een daling van het aantal banen in Rotterdam met ongeveer 3100. Over de werkloosheid schrijft de Barometer: 'De werkloosheidsontwikkeling in Zuid-Holland en met name Rotterdam geeft reden tot grote zorg. De provinciale geregistreerde werkloosheid als percentage van de beroepsbevolking is na Groningen en Friesland het hoogst van Nederland.'

F. Boekema doceert regionale economie aan de Katholieke Universiteit Brabant en is daarnaast sinds kort hoogleraar in de economische geografie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Aan hem de vraag hoe het kan dat Rotterdam wereldhaven nummer één is en er toch tekenen zijn dat de stad dreigt af te glijden tot een 'structurele probleemregio'. Zijn antwoord is een wedervraag: 'Wat genereert de haven aan vernieuwende ontwikkelingen? De innovatie kost daar tot nu toe vooral werkgelegenheid.'

Dat is echter niet de enige oorzaak van de zorgwekkende werkloosheidscijfers en het dalend aantal banen in Rotterdam en Den Haag. Boekema legt een kaartje van Nederland op tafel; daarop staan pijlen getekend die vanuit Zuid-Holland-Zuid richting de rest van het land wijzen. Het laat in één oogopslag zien dat er bedrijven wegtrekken uit de regio's Rotterdam en Den Haag en waarheen ze gaan: de pijlen richting Brabant, Gelderland en de kop van Noord-Holland zijn het dikst. In cijfers uitgedrukt: Rotterdam verloor in de jaren 1993 en 1994 netto 582 bedrijven. Ook Den Haag kampt met een vertrekoverschot.

Wie 's morgens naar de filemeldingen luistert, kan minstens één van de redenen bedenken waarom bedrijven wegtrekken uit de Randstad. De regio Haaglanden zit 's morgens verstopt en ook de wegen rond Rotterdam slibben aanhoudelijk dicht. Maar de files zijn niet de enige reden.

'In de Randstad beconcurreren werken, wonen en recreëren elkaar om de schaarse ruimte. De traditioneel industriële bedrijven, die veel vierkante meters aan oppervlakte nodig hebben, kiezen daardoor steeds vaker voor een vestiging buiten de Randstad. '

Volgens Boekema spelen daarnaast de woonwensen van het hoger opgeleid personeel steeds vaker een rol bij de keuze van een vestigingsplaats. En ook die hangen weer samen met het ruimtegebrek in het westen. 'Buiten de Randstad zijn de huizen beter betaalbaar. Bovendien kun je daar nog kiezen.'

Om het tij te keren, willen Den Haag en Rotterdam zich sterk gaan maken voor een 'kustlocatie' en een uitbreiding van de Maasvlakte, oftewel het ruimtegebrek te lijf gaan door land te winnen op de zee. Boekema vindt dat geen verstandige keuze. 'Zo'n kustlocatie is financieel gezien een risicovolle onderneming. Kijk naar andere grote projecten zoals bij voorbeeld de Deltawerken, die werden altijd duurder. Bovendien bouw je met de kustlocatie opnieuw aan het uiterste randje van Nederland.'

Volgens Boekema moet Nederland zich herbezinnen op de vraag wat te verstaan onder de motorfunctie van de Randstad. 'Nederland is meer dan de Randstad. We zouden in ons denken de Randstad kunnen uitbreiden met de Brabantse steden, en dan de cirkel verder trekken via Nijmegen, Arnhem en Apeldoorn. Je krijgt daardoor een heel ander ruimtelijk patroon, waarop kan worden ingespeeld bij beslissingen over de infrastructuur. Niet alles hoeft dan in de huidige Randstad te worden gepropt.'

Boekema realiseert zich dat Den Haag en Rotterdam ook in dat geval iets zullen willen doen om niet, zoals een Haagse bestuurder het al eens heeft uitgedrukt, het troosteloze Liverpool van Nederland te worden. 'Als ruimtegebrek en filevorming de problemen zijn, dan moet creatiever worden omgegaan met de beschikbare ruimte. Misschien moeten we dan toch meer de hoogte in voor onze bedrijven en de diepte in voor de vervoersstromen.'

De oplossingen van Boekema stuiten alle op één groot probleem. De 140 duizend werklozen in de Randstad zijn voor het grootste deel laag tot zeer laag opgeleid. Geldt dit landelijk gezien voor 34 procent van de werklozen, in de regio Haaglanden is dat percentage 73. Het zijn juist deze mensen die niet meeverhuizen naar Brabant en Gelderland en die bovendien niet aan de slag komen in de bedrijven die Den Haag en Rotterdam binnen hun grenzen moeten zien te krijgen.

'Je blijft inderdaad zitten met de discrepantie tussen het opleidingsniveau van de werklozen en dat van het aangeboden werk. Ik snap dat de politici de werklozen niet kunnen laten vallen. De Melkert-banen zijn een ultieme poging daar wat aan te doen. Ook als niet-politicus vind ik dat je er alles aan moet doen om dat spookbeeld van de werkloosheid te lijf te gaan. Maar we moeten misschien toch leren leven met een relatief grote groep langdurig werklozen die niet meer via de reguliere markt aan de slag komt.'

Meer over