nieuws

Aantal jongeren bij jeugdzorg daalt voor het eerst sinds 2015, blijkt uit cijfers CBS

In 2020 waren er minder Nederlandse jongeren die jeugdzorg ontvingen dan in het jaar ervoor. Het is voor het eerst dat het aantal daalt sinds de jeugdzorg door decentralisatie bij de gemeenten kwam te liggen in 2015. Ondanks de daling maakt nog steeds bijna 1 op de 10 jongeren gebruik van een vorm van jeugdzorg.

De forse stijging van jongeren in de jeugdzorg sinds de decentralisatie komt met deze cijfers tot stilstand. Beeld Hollandse Hoogte / Joyce van Belkom
De forse stijging van jongeren in de jeugdzorg sinds de decentralisatie komt met deze cijfers tot stilstand.Beeld Hollandse Hoogte / Joyce van Belkom

Het aantal jongeren tot 23 jaar met jeugdhulp, de belangrijkste vorm van jeugdzorg, nam met 14.300 personen af, blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). In 2020 kregen 416.700 jongeren jeugdhulp, bijna net zoveel als twee jaar ervoor. Het gaat om 9,3 procent van de jongeren. Minder jongeren begonnen met een jeugdzorgtraject in 2020.

De forse stijging van jongeren in de jeugdzorg sinds de decentralisatie komt tot hiermee tot stilstand. Is dit een kentering in de jeugdzorg of een tijdelijk effect van de coronapandemie? Het CBS noemt de pandemie als mogelijke reden, maar benadrukt dat hier niet specifiek onderzoek naar is gedaan. Bovendien ontvangt het CBS de gegevens per gemeente nu de jeugdzorg is gedecentraliseerd en heeft het onderzoeksinstituut geen goed zicht op verschillen in de aanpak per gemeente.

Regionale verschillen

Een belangrijke oorzaak voor de daling is in elk geval de afname van het aantal gestarte trajecten bij jeugdzorg. In de cijfers van het CBS vond de sterkste afname plaats in de maanden april en mei van 2020: precies toen de maatschappij voor het eerst werd stilgelegd vanwege het coronavirus.

De grootste daling vond plaats bij jongeren met zogenoemde ambulante jeugdhulp. De jongeren wonen dan thuis en ontvangen daar of in de buurt hulp. Het aantal jongeren in de gesloten jeugdzorg, waarbij ze op een gesloten afdeling verblijven, nam eveneens af. Er zijn sterke regionale verschillen, schrijft het CBS. In Midden-Limburg en Oost-Groningen krijgen relatief veel jongeren jeugdzorg. Voor de verschillen tussen regio’s noemt het CBS de sociaaleconomische omstandigheden en beleidskeuzes van gemeenten als mogelijke oorzaak.

Naast jeugdhulp onderscheidt het CBS ook twee andere vormen van jeugdzorg. Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter kan opleggen waarbij een jongere onder toezicht of onder voogdij wordt geplaatst. Het aantal jongeren in jeugdbescherming bleef nagenoeg gelijk. Daarnaast is er jeugdreclassering, een vorm van toezicht voor jongeren die vóór hun 18de in contact komen met de politie of leerplichtambtenaar. Die groep jongeren daalde licht in aantal.

Schrijnende situatie

Mogelijk biedt het afgenomen aantal hulpvragende jongeren verlichting voor de schrijnende situatie waarin de Nederlandse jeugdzorg verkeert. In maart verscheen een verontrustend rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, die toeziet op de kwaliteit van jeugdzorg. Doordat de afgelopen jaren meer personen bij jeugdzorg belandden, moeten jongeren die de hulp het hardst nodig hebben steeds langer wachten, schreef de inspectie.

Jongeren worden vaker doorverwezen naar jeugdzorg. Maar gemeenten moeten daarvoor betalen en die specialistische zorg zelf inkopen. Door structureel geldtekort kopen gemeenten minder complexe zorg in voor een groep met lichte klachten, terwijl voor de meest schrijnende gevallen niet de juiste zorg beschikbaar is. Zij komen op een steeds groeiende wachtlijst terecht.

Terwijl de wachtlijsten langer worden, gaan de gemeenten en Rijksoverheid rollend over straat. De gemeenten geven structureel meer geld uit dan ze van de overheid ontvangen voor jeugdzorg. Ze hebben het tekort geraamd op 1,7 miljard en willen nu compensatie zien. Anders moeten ze noodgedwongen andere voorzieningen sluiten, zoals bibliotheken en zwembaden, stellen de gemeenten.

Uiteindelijk besloot staatssecretaris Blok voor dit jaar 613 miljoen euro vrij te maken, bovenop 300 miljoen aan eerdere steun. Maar voordat hij de totale steun bijlegt, vindt hij dat de gemeenten hun geld doelmatiger moeten besteden. De steggelende overheidsinstanties komen er niet uit en daarom moet een arbitragecommissie het finale oordeel vellen. Niet eerder is zo’n commissie ingesteld om een geschil te beslechten tussen het Rijk en lagere overheden. In mei wordt de uitspraak verwacht.

Meer over