Aanslag

De Nationale Coördinator Terrorismebestrijding NTCb had ons nog zo gewaarschuwd, een maandje geleden. We moesten bedacht zijn op mensen ‘die gewoon even de weg kwijt zijn’ en die daarom rare dingen gaan doen....

Weliswaar ging dat over mogelijk geweld tijdens de verkiezingscampagnes, maar weet iemand die gewoon even de weg kwijt is veel. Die ziet een hoop mensen bij elkaar staan op de Dam, premier en koningin erbij, dus die denkt: als dát geen politiek is, laat ik eens iets raars doen.

Laat ik eens héél hard gaan schreeuwen.

Laat iemand anders van schrik zijn koffertje uit zijn handen vallen, begint er iemand te gillen, roept er verderop iemand ‘bom, bom, vlucht!’ – en er is even zo’n dolle paniek dat je nog van geluk mag spreken dat er geen doden vallen.

Dat een halvegare begint te gillen tijdens de twee minuten stilte is niet goed te praten, maar het kan gebeuren. Sommige types worden nerveus van stilte. Dat iemand vervolgens van schrik zijn koffertje laat vallen, oké. Maar dat een ander daarna ‘bom, bom, vlucht’, begint te schreeuwen, duidt op overspannen zenuwen. Niet elke schreeuw is de schreeuw van een terrorist en niet elke koffer is gevuld met explosieven, dus er was geen logische reden voor de paniekerige waarschuwing en het vluchtadvies.

Verslaggever Mark Schenkel van NRC die toevallig in de buurt stond beschreef wat hij dacht. ‘Wij, omstanders, aarzelen. Aarzelen een tel. Dan: angst. Blinde angst. In deze ene fractie van een seconde flitst door mij heen wat (...) door iedereen heen flitst: een aanslag. Een bom. Of een machinegeweer. Die gil, die ijzingwekkende gil kan dat niet alleen betekenen: een aanslag?’

Waar kwam dat ‘bom, bom, vlucht!’ vandaan? Waarom denkt Schenkel meteen aan een aanslag als er iemand gilt?

Drie jaar geleden publiceerde Volkskrant-journalist Peter Giesen Land van lafaards? – geschiedenis van de angst in Nederland. Uitstekend boek, onbegrijpelijk dat ik het dinsdag bijna voor niks kon aanschaffen bij De Slegte in Maastricht. Een paar uur na de aankoop prees ik de Voorzienigheid, toen ik op televisie de angst van Nederland in beeld zag.

De inleiding van Giesens boek heet ‘Wanneer komt de aanslag?’. Giesen beschrijft een leeg Amsterdam CS in 2005 – vanwege een paar mannen in witte jurken in een trein – en de gedachte: eindelijk, daar is ie dan, de onvermijdelijke aanslag.

Volgens Giesen zijn we de bezweringsformules voor onze angsten kwijtgeraakt en dat heeft ons tot een bange samenleving gemaakt. Vroeger bestreden we de angst voor immigranten met de formule van de ‘multiculturele samenleving’, maar die hebben we ingeleverd en nu zijn we als de dood.

Maar ik denk dat dinsdagavond ook meespeelde dat we ons bang hebben laten máken. Door de NTCb met z’n zinloze ‘dreigingsniveaus’ en vage geweldswaarschuwingen. ‘Wat vroeger onvoorstelbaar was, moet nu voor mogelijk worden gehouden’, zei zo’n NTCb-bangmaker een maand geleden. Wat wilde hij daarmee bereiken? Dat we bij de eerste de beste gil meteen ‘bom, bom’ gaan roepen? Dan is de campagne geslaagd.

De Groningse massapsycholoog Hans van de Sande zei gisteren op Radio 1 dat we bang zijn gemaakt door de media, met hun op scoren gerichte sensatieverhalen – ongetwijfeld ook waar. Een deel van de politiek: ook medeverantwoordelijk.

‘Ons leven is veiliger dan ooit, en we zijn banger dan ooit’, zei Van de Sande. ‘We’ve got nothing to fear but fear itself’, zei Franklin Roosevelt.

Meer over