Aanslag in Pakistan: 81 doden

De gouverneur van de Pakistaanse provincie Baluchistan houdt het veiligheids- en inlichtingenapparaat van het land verantwoordelijk voor de bloedige aanslag van dit weekeinde in de provinciehoofdstad Quetta. Bij de aanslag door extremisten op een drukke groenten- en fruitmarkt vielen zaterdag 81 doden.

QUETTA - 'De terreuraanval op de sjiitische Hazara-gemeenschap is een falen van de inlichtingen- en veiligheidsorganen', zei gouverneur Nawab Zulfiqar tijdens een bezoek aan een ziekenhuis waar een deel van de 180 gewonden wordt verpleegd. 'We hebben de veiligheidsdiensten de vrije hand gegeven actie te ondernemen tegen terroristen en extremisten, desondanks vond dit incident in Quetta plaats.'

De aanslag, de zoveelste in korte tijd op de Hazara's, werd opgeëist door de soennitische terreurgroep Lashkar-e-Jhangvi. Mensenrechtenorganisaties verwijten de Pakistaanse autoriteiten dat zij niet genoeg doen om sjiitische moslims te beschermen. Sjiieten zijn vaak het doelwit van gewelddadige soennieten die hen als ketters zien. Veiligheidsfunctionarissen zouden uit angst voor wraakacties hun werk verzuimen of de terroristen zelfs steunen.

De bom van zaterdag werd volgens de politie van afstand tot ontploffing gebracht. Ze was verborgen in een watertank die per tractor de markt op werd gereden. De aanslag vond plaats terwijl tientallen vrouwen met hun kinderen boodschappen deden. Na de ontploffing gingen boze sjiieten de straat op. Ze staken autobanden in brand, gooiden stenen naar auto's en vuurden in de lucht.

De staking die de Hazara Democratische Partij na de aanslag afkondigde bracht het openbare leven in Quetta zondag tot stilstand. Volgens critici van de regering zouden de inlichtingendiensten terreurgroepen in het verleden hebben gesteund in hun strijd tegen het Indiase leger in Kashmir.

'We geven de regering 48 uur om de daders te arresteren', waarschuwde de vicepresident van de Hazara Democratische Partij. Hij dreigde met grootschalige demonstraties. 'Als de regering dit had willen voorkomen, zou niemand ook maar een keukenmes naar mijn markt kunnen meenemen', zei een marktkoopman in Quetta.

undefined

Meer over