Aangestraald met laser: gebouwtje weg

F-16-piloot Martin heeft één keer bommen afgeworpen in Afghanistan. Ze waren raak, weg huisje. Hij schiet op aanwijzingen vanaf de grond....

Van onze verslaggever Noël van Bemmel

F-16-piloot Martin (33) sliep de afgelopen weken geregeld naast zijn vliegtuig op een landingsbaan in Kabul. Sinds de NAVO de controle heeft overgenomen in Zuid-Afghanistan moeten hij en zijn collega’s vaak halsoverkop de lucht in om steun te verlenen aan grondtroepen die onder vuur liggen. De Nederlandse vliegers wierpen acht 500-ponds-bommen af en gebruikten negen maal hun boordkanon.

Heeft u ook bommen afgeworpen boven Afghanistan?

‘Ja, één keer. Tijdens een trainingsvlucht kreeg ik over de radio te horen dat er troops in contact waren in de buurt. Ik typte de coördinaten in mijn boordcomputer in en ben gaan kijken. We vliegen hier namelijk altijd met wapens rond.’

Wat was daar te zien?

‘Het bleek een klein plaatsje in het noorden van de provincie Helmand. Daar was niks bijzonders te zien. Ik zocht over de radio contact met de troepen die mijn hulp hadden ingeroepen en hoorde van een Britse Forward Air Controller dat zij in contact waren van coördinaat zus tot zo. Sniper, RPG’s and small arms fire!, riep hij. Het vuur kwam volgens hem vanuit zo’n standaard compound waarvan er miljarden zijn in Afghanistan: een zandkleuring huisje met een omheining eromheen. Ik bekeek het huis door mijn cameralens, maar zag niemand.’

Hoe weet u dan of je goed zit?

‘Ik zag nu niks. Soms hoor je schoten over de radio, maar ook dat was er niet. In principe mag ik alleen mijn wapens gebruiken voor de zelfverdediging van ISAF-troepen. Ik zit achter de knop, maar ik kan dat moeilijk zelf controleren. Ik heb nog wel gevraagd of zij nog steeds onder vuur lagen. Ja, zei hij. Hij vertelde ook waar zij zelf zaten. Ik vond het wel heel dichtbij, maar hij vond het veilig genoeg*’

Dus?

‘Ik heb het huis aangestraald met mijn laser en er een GBU-12 van 500 pond op gegooid. Mijn collega in de tweede F-16 heeft er nog een op gegooid. Toen de rook was opgetrokken riep de Brit op de grond: direct hit. Ik heb het later teruggezien op de video, het gebouwtje was weg. Hebben jullie nog vuurcontact, vroeg ik. De Brit zei dat het afgelopen was.’

Bent u niet bang dat je onschuldige burgers doodt?

‘Ik weet waarop ik gemikt heb en ik weet honderd procent zeker dat dát het huis was dat die Forward Air Controller bedoelde. Ik heb geen last van mijn geweten. Ik was heel blij dat ik die troepen heb kunnen helpen. Natuurlijk kunnen zij het verkeerde huis hebben aangewezen, maar ik ga ervan uit dat die man op de grond even professioneel bezig is als ik.’

Hoeveel missies heeft u gevlogen?

‘Een stuk of vier per week. Zes weken achter elkaar. Soms slaap je ‘op de lijn’, een containertje naast de landingsbaan om binnen een halfuur in de lucht te kunnen zijn. Zonder oordopjes, ja, anders hoor ik de telefoon niet. Soms moeten we in vijftien minuten in de lucht kunnen zijn, dan zit ik al in mijn G-broek klaar naast het vliegtuig. Dan is het nog wel een halfuur vliegen naar Zuid-Afghanistan.’

Hoe gevaarlijk is zo’n missie?

‘Ik vlieg eerst zo laag mogelijk noordwaarts door de vallei om het moeilijk te maken op me te mikken. Daarna klim ik snel buiten bereik van mogelijke raketten en geweervuur. Vanaf die hoogte ziet Afghanistan eruit als één kale zandvlakte, met ruige bergen eromheen waar af en toe een riviertje stroomt. Daar is dan een streepje groen. Onder mij: heel veel kleine huisjes bedekt met stof. Soms kijk ik naar een huisje dat zó ongelooflijk afgelegen ligt, dat ik me afvraag hoe die mensen overleven.’

De F-16 krijgt wel eens motorpech.

‘Ja, dat kan. Ik heb geen woestijntraining gehad. Er ligt een scenario klaar voor als ik mijn schietstoel moet gebruiken. Ik heb twee flesjes water bij me, een radiobaken en een pistool. Maar alles hangt van de omstandigheden af. Ik kan gaan lopen, maar er liggen hier overal mijnen. Wachten kan ook gevaarlijk zijn. Ik heb tegen mijn vrouw gezegd: ik voel me veilig in de lucht. Ik loop meer risico in het Nederlandse woon- werkverkeer.’

Hoeveel dagen nog?

‘Ik vlieg morgen terug. Zaterdag speel ik weer met mijn 3-jarig zoontje, zondag gaan we naar een verjaardag.’

Meer over