Aangeraakt door de Kunstenaar

'Kunst heeft als taak de mensen te begeleiden, overal waar hun onvermoeibaar leven stroomt en werkt, zodat het levensvuur in de mensen niet dooft', schreven de Russiche kunstenaars Antoine Pevsner en Naum Gabo in het Realistisch Manifest in 1920, vol van poëzie en idealisme....

Merel Bem

Maar algauw gingen anderen er met hun ideeën vandoor. Kunstenaars als El Lissitzky en Aleksander Rodtsjenko ontdeden het manifest van zijn dichterlijke laagje. Zij associeerden constructivisme met techniek en rauw rationalisme, met objectiviteit en form follows function. Zij verwierpen het schilderij als een nutteloze kunstuiting; de wáre kunstenaar werkte in de fabriek en zette zich in voor een nieuwe, industriële vormgeving.

Daar hadden de broers Pevsner geen zin in: ze ontvluchtten de benauwde Moskouse kunstscene en kwamen via Berlijn in Parijs terecht, 'het paradijs voor kunstenaars', zoals Antoine later zou zeggen. Hier voelde hij zich thuis, hier heerste totale vrijheid en 'joie de vivre'. In deze stad zou hij tot zijn dood blijven, geïnspireerd door de Bauhaus-groep van Mondriaan, door Delauney en Duchamp, maar vooral door ideeën over ruimte en tijd. Gabo kon er echter niet aarden; het leidde tot een ruzie tussen de twee broers, die nooit meer werd bijgelegd.

In het Centre Pompidou in Parijs is nu een overzichtstentoonstelling van Pevsners werk te zien, samengesteld uit giften van de kunstenaar en van zijn vrouw na zijn overlijden in 1962. Een ambigue expositie is het: saai en braaf aan de ene kant - een groot (overigens prachtig) beeld bij de ingang, biografie ernaast en vervolgens een stroom aan beelden, tekeningen en schilderijen in chronologische volgorde. En overdreven ophemelend aan de andere kant.

Het is vooral dat laatste dat irritatie wekt. Naast Pevsners kunstwerken worden ook vitrines met materialen uit zijn atelier getoond (de metalen draden waarmee hij zijn sculpturen maakte, potjes met pigmenten en gereedschap). Als relikwieën of objets trouvés liggen ze uitgestald om te worden aangegaapt: aangeraakt door de Kunstenaar, dus automatisch verworden tot Kunst. De expositie ontbeert elke relativering, kunsthistorische context ontbreekt.

En dat terwijl Pevsners beelden werkelijk getuigen van groot kunstenaarsschap. Neem La Colonne de la Victoire uit 1955 (het mooie beeld bij de ingang), ook wel De Vlucht van de vogel (L'Envol de l'oiseau) genoemd. Het is een fascinerende constructie van gebogen metalen draden, cement en gips, geliefde materialen, die door een explosie vanuit het niets ontstaan lijkt te zijn en die de omringende lucht als het ware heeft weggedrukt - net zoals de aarde ooit ontstond uit de oerknal. En het is misschien wel juíst dat oergevoel, of liever: dat gevoel van tijdloosheid dat je bekruipt wanneer je naar Pevsners beelden kijkt, dat maakt dat ze zelfs vandaag nog, middenin het cyberspace-tijdperk nota bene, futuristisch aandoen.

Pevsners schilderijen daarentegen zijn inmiddels hopeloos gedateerd. De gekleurde vlakken en strenge geometrische vormen, waarvan de verf in de loop der tijd is gaan craquelleren, zijn inwisselbaar voor elke andere collectie schilderijen van welke constructivist dan ook. Bovendien is duidelijk te zien dat Pevsner in dit medium achter de feiten aanliep: in 1961, zo'n veertig jaar nadat de schilder Robert Delauney zijn kleurige experimenten uitvoerde, maakte Pevsner Rencontre des Planètes: een soort antroposofische voorstelling van sterrenlichamen in alle kleuren van de regenboog, en een slechte imitatie van zijn vriend en voorganger.

Voor deze tentoonstelling maakt het niets uit: hier is alles even slecht, of alles even goed, net hoe het uitkomt. Op een interessante vergelijking tussen Pevsner en de constructivisten die ervandoor gingen met zijn manifest, hoef je niet te rekenen. En hoe het komt dat Pevsner in zijn schilderijen duidelijk de contructivistische strengheid volgde, maar in zijn beelden juist het tegenovergestelde toeliet (organische vormen én het dichterlijke laagje dat El Lissitzky en consorten hadden verwijderd), díe vraag wordt niet beantwoord. Zelfs het originele Realistisch Manifest uit 1920, dat achter glas te bewonderen is, biedt geen troost.

Misschien waren het de gulle giften van de stichting Pevsner aan het museum, misschien was het het schuldgevoel (Parijs heeft Pevsner immers veel te laat 'ontdekt'), in elk geval is in het Centre Pompidou de balans zoek. Een volgend overzicht van Pevsners werk heeft een hoop goed te maken.

Meer over