Aandeel voor weduwen en couponknippers

Met het einde van de duale bestuursstructuur, komt er een einde aan het aandeel Koninklijke Olie. Een aandeel van duizend euro leverde een belegger van het eerste uur in al die jaren 7,7 miljoen euro op....

D ertienhonderd aandelen waren er te koop op 8 mei 1890. Voor duizend Nederlandse guldens konden de geldschieters zich eigenaar noemen van een deel van de pas opgerichte Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch Indie. Het aandeel van het bedrijf dat olie ging zoeken en oppompen in de toenmalige kolonie van Nederland, is in de afgelopen 115 jaar uitgegroeid tot het paradepaardje van de Amsterdamse beurs.

Vandaag worden de aandelen Koninklijke Olie voor de allerlaatste keer in de oude stijl verhandeld. Vanaf woensdag 20 juli gaan de aandelen door het leven onder de nieuwe naam Royal Dutch Shell. Door de affaire met de afgeboekte reserves, wilden boze beleggers een einde maken aan de duale structuur die in 1907 was ontstaan. Sindsdien bezit de Nederlandse moedermaatschappij 60 procent van het energiebedrijf Shell. Het Britse Shell Transport & Trading heeft de andere 40 procent.

De Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij, zoals het bedrijf later ging heten, staat op de beurs bekend als 'Koninklijke Olie'. Beurshandelaren spreken liefkozend over 'de olies' of 'de Koninklijke'.

'De Koninklijke was het boegbeeld van de Amsterdamse beurs', vertelt oud-directeur Dirk de Jong van bank HSBC. 'In de jaren zeventig leefde beleggen totaal niet. Alleen oudere particuliere beleggers hadden aandelen. Zij belegden allemaal in Koninklijke Olie.'

'Pensioenfondsen en andere institutionele beleggers zijn pas vanaf de hausse in 1982 massaal in aandelen als Koninklijke gaan investeren', zegt beurskenner De Jong. Beleggingsfonds Robeco is een uitzondering. De Rotterdamse vermogensbeheerder heeft Koninklijke Olie als enige aandeel sinds zijn oprichting in 1929 in bezit. Wie in 1890 een aandeel heeft gekocht en al die jaren in eigendom heeft gehouden, zou nu miljonair zijn. Een aandeelhouder heeft door de geregelde uitgave van nieuwe aandelen, vooral winst geboekt met de toekenning van zogenaamde claimrechten. Dit voorkeursrecht om tegen korting nieuwe aandelen bij te kopen, is veel geld waard. Als alle claimrechten 'Koninklijke' in het verleden zijn omgezet in nieuwe aandelen, heeft een belegger uit 1890 inmiddels 83.524 aandelen in bezit. Bij de slotkoers van maandag zijn deze aandelen 4,4 miljoen euro waard.

De nieuwe aandelen gebruikte Shell om andere oliebedrijven in te lijven. In de eerste jaren van de 20ste eeuw kocht Koninklijke Olie onder meer Dortsche Petroleum en Moeara. Als houdstermaatschappijen van aandelen 'Koninklijke', stonden deze bedrijven nog tot begin deze eeuw op de Amsterdamse beurs genoteerd.

De nieuwe en oude aandeelhouders verdienden ook flink aan jaarlijkse uitkering van dividend. In 1884 deelt de Koninklijke Olie voor de eerste keer zijn winst met de aandeelhouders. Elk aandeel van duizend gulden levert dat jaar 80 gulden (36 euro) op. Alleen in de oorlogsjaren keert Koninklijke geen dividend uit. Sindsdien heeft het bedrijf zijn dividend jaarlijks verhoogd of gelijk gehouden.

Al die bedragen bij elkaar leverden de belegger van het eerste uur in totaal 3,3 miljoen euro dividend op. De totale opbrengst per aandeel komt zo op 7,7 miljoen euro.

De winsten van het energiebedrijf stuwen de koers van het aandeel Koninklijke in de jaren vijftig op tot boven de 6000 gulden (2700 euro). Zeker particulieren kunnen deze grote bedragen nauwelijks meer betalen. Shell besluit het oude aandeel van duizend gulden op te knippen in vijftig nieuwe aandelen met een nominale waarde van twintig gulden. In 1981, 1989 en 1997 zou deze truc nogmaals worden herhaald.

Deze aandelensplitsingen waren een heidens karwei. Veel beleggers hadden hun papieren aandelen toentertijd nog in hun eigen kluis of bij de bank liggen. Het klassieke aandelenbewijs bestond uit twee bladen, waarvan één blad met 95 coupons. Beleggersmoesten deze coupons uitknippen om hun dividend te incasseren. Bij de splitsing in 1989 waren er nog 720 duizend van deze aandelen in omloop. Per vliegtuig en auto werden de nieuwe aandelen vervoerd om de oude aandelen te vervangen. De couponknippers gaven aan Koninklijke Olie ook de naam weduwen en wezenfonds mee. Zo'n fonds vormt een degelijke belegging.

Nadat op 4 april 1978 in Nederland voor de eerste keer in opties kon worden gehandeld, kregen ook speculanten interesse in de Koninklijke. 'Het duurde zeker drie jaar voordat opties populair werden,' zegt toenmalig directeur Tjerk Westerterp van de optiebeurs. 'Alleen de opties van Koninklijke Olie waren vanaf het begin een laaiend succes.'

Meer over