Aan ziek personeel valt te verdienen

Het schot tussen het reguliere en het private hulpverleningscircuit vertoont barsten. Sinds de privatisering van de Ziektewet lopen werkgevers financieel risico als hun personeel ziek wordt: ze kiezen vaker voor commerciële oplossingen....

DRIEHONDERD opgebrande werknemers uit de gezondheidszorg en het onderwijs kunnen na de zomer een uitnodiging verwachten voor een zogeheten burnout-training door het commerciële instituut Hoogduin Schaap en Kladler, HSK. De kosten, 5400 gulden per persoon, dik anderhalf miljoen, komen voor rekening van het zogeheten Rea- of Reïntegratiefonds van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het fonds wordt gevuld met WAO- en werkloosheidspremies. Collectieve middelen dus.

Het Rea-fonds is bedoeld om mensen met een handicap weer aan een baan te helpen. De werkgever (ziekenhuis, schoolbestuur) betaalt de rest. Per saldo zijn dat óók collectieve middelen: scholen worden immers betaald door het ministerie van Onderwijs, ziekenhuizen door de zorgverzekeraars.

De burnout-cursussen, kortgeleden goedgekeurd door het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (LISV), zijn de zoveelste bevestiging van de tweedeling in de gezondheidszorg, waarbij zieke werknemers eerder worden geholpen dan niet-actieven. En niet alleen eerder, belangrijker nog is het dat de werkende geen cent hoeft uit te geven voor de behandeling door een commerciële hulpverlener (dat doet immers de werkgever of de collectieve kas), terwijl iemand zonder baan die private behandeling uit eigen zak moet betalen.

De Sectorraad Zorg en Welzijn, de sociale partners voor de bedrijfstak Gezondheid Geestelijke en Maatschappelijke belangen, nam het initiatief voor de burnout-cursus door HSK. 'We moesten wel', zegt Harry Vessies, directeur van het facilitair bureau van de sectorraad. 'Onze sector en het onderwijs zijn heikele gebieden. Per jaar komen er 1500 werknemers bij de bedrijfsarts met burnout-klachten.'

Demissionair minister Borst van Volksgezondheid mag dan grote bezwaren hebben tegen tweedeling in de zorg, sinds de privatisering van de Ziektewet, in 1994, lopen werkgevers financieel risico als hun personeel ziek wordt, en dus ontstond er al snel naast de reguliere zorg een privaat circuit waar bedrijven hun personeel laten oplappen. Werknemers met rugklachten kunnen al langer op kosten van het Rea-fonds terecht bij de commerciële RugAdviesCentra.

De werknemer en zijn baas hebben niet alleen beiden baat bij een kort ziekteverzuim, bovendien wordt door tijdige behandeling voorkómen dat iemand (tengevolge van burnout of iets anders) in de WAO belandt. Ook dát scheelt de werkgever in zijn portemonnee. Immers: hoe meer WAO'ers, hoe hoger de WAO-premie die de werkgever moet betalen.

D E DRIEHONDERD werknemers die in aanmerking komen voor de speciale training worden geselecteerd door de arbodienst Avios, waar veel instellingen in de zorgsector bij zijn aangesloten. Deze quick scan (775 gulden per werknemer) komt voor rekening van de werkgever. Na gemiddeld 28 trainingen kan de werknemer weer aan de slag, al dan niet op zijn oude werkplek, is de verwachting. Cadans, de instantie die verantwoordelijk is voor de uitbetaling van uitkeringen, beziet of de hulp door HSK effectief was. Als de proef slaagt, kunnen straks meer uitgetelde werknemers bij HSK terecht.

De keuze voor HSK als hulpverlener is niet toevallig. Het bijna tien jaar geleden opgerichte instituut heeft inmiddels een reputatie opgebouwd. HSK heeft een ruime expertise opgedaan met het behandelen van psychisch zieke werknemers. Dat is het gevolg van een strikte afbakening van werkterrein en een strak gereguleerde wijze van behandelen. Die strakke protocollering maakt de resultaten makkelijk meetbaar. De methode is daardoor ook vrij eenvoudig over te dragen aan andere behandelaars, verwachten de opdrachtgevers.

'Wij kunnen niet méér dan wat een Riagg zou kunnen doen. Ik doe mijn hele leven al niet anders', zegt dr Kees Hoogduin, hoogleraar psychopathologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en managing partner van HSK. 'Alleen werken wij buiten het corset van de collectieve financiering. Wij brengen netjes in praktijk wat universitaire instituten hebben ontwikkeld.'

Er is nog een tweede reden waarom juist een commercieel bureau de burnout-trainingen gaat verzorgen voor zorgverleners en onderwijzers, en niet de reguliere geestelijke gezondheidszorg, de GGZ. De officieel erkende GGZ weet nog altijd weinig raad met psychische problemen die zich op de werkvloer manifesteren. Uit recent onderzoek door het Trimbos-instituut blijkt dat krap iets meer dan de helft van alle honderdzestig ziekenhuizen, Riaggs en verslavingsinstellingen zich bezig houdt met arbeidsrelevante (aan het werk gerelateerde) psychische aandoeningen. Zij helpen tussen de vijfduizend en tienduizend cliënten.

Bij de elf, binnenkort dertien, vestigingen van HSK alléén al melden zich per jaar een kleine tienduizend personen. Tachtig procent van hen komt binnen op verwijzing door de bedrijfsarts. Hun behandeling wordt betaald door de werkgever. Twintig procent van HSK's klandizie bestaat uit privé-patiënten, die de hulp zelf betalen dan wel vergoed krijgen van hun verzekeraar.

Patiënten met zware psychiatrische stoornissen zoals schizofrenie, vitale depressies of manische depressiviteit kunnen niet terecht bij Hoogduin en collega's. 'Wij doen geen echte psychiatrie. In die zin is er inderdaad sprake van tweedeling', erkent Hoogduin.

Intussen lijken de muren tussen de officiële GGZ en commerciële instituten zoals het uitdijende imperium HSK steeds poreuzer te worden. Een viertal reguliere psychiatrische instellingen, Parnassia in Den Haag, Zon en Schild in Amersfoort, de Rümkegroep in Utrecht en de GGZ Brabant-Oost, richtte enkele jaren geleden stichtingen op om aan de hulpvraag door bedrijven te kunnen voldoen. Sinds een jaar heeft HSK met elk van die vier stichtingen een bv gevormd. De winsten worden eerlijk verdeeld tussen beide vennoten.

De wat complexe constructie bleek nodig om de ziekenhuizen in staat te stellen de extra inkomsten uit private activiteiten te behouden. Want het is ziekenhuizen tot hun leedwezen verboden om verdiensten uit schnabbel-activiteiten in eigen zak te steken. De list met de stichting lost dat probleem ten dele op, vertelt Frits Verschoor, bestuurder van Parnassia.

A L VOOR DE privatisering van de Ziektewet in 1994 werd de Haagse GGZ benaderd door bedrijven, en ook door de overheid. Verschoor herinnert zich dat het ministerie van Onderwijs hulp zocht voor overspannen leraren. Later nam de vraag van bedrijven alleen maar toe. 'De nu nog bescheiden revenuen van de bv met HSK gaan dus niet naar zorg voor de psychiatrische patiënten in de regio Den Haag, maar naar de Stichting Vrienden van Parnassia', legt Verschoor uit. 'Dat betekent dat het geld ten goede komt aan de cliëntenraad van Parnassia.'

Maar misschien is er hoop. Het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg COTG, de rekenmeesters en waakhonden van minister Borst van Volksgezondheid, vindt dat ziekenhuizen de inkomsten die ze van werkgevers ontvangen voor het behandelen van werknemers, wel degelijk moeten kunnen besteden aan gewone patiëntenzorg.

De financiering van commerciële hulpverleners (zie HSK, zie RugAdviesCentra) met publieke gelden wordt, zo lijkt het, langzamerhand geaccepteerd, ook door de overheid. Zij het nog mondjesmaat. Maar het schot tussen het reguliere en het private hulpverleningscircuit begint haarscheurtjes te vertonen.

Demissionair minister Borst, die als lid van de paarse kabinetten-Kok de privatisering van de Ziektewet accepteerde, maar de gevolgen - tweedeling - afwees, is de laatste maanden ook gaan beseffen dat de werkelijkheid zich niet houdt aan haar wensen. Ze probeert nog wel greep te houden op reguliere hulpverleners door hen te verbieden private zorg te leveren. Maar het private circuit laat ze stilzwijgend ongemoeid. En de commerciële hulp aan werknemers met stress en burnout? Die noemt ze tegenwoordig eerstelijns-arbozorg. En die mag ook geleverd door commerciële instituten. Wég probleem.

Meer over