Analyse

Aan het compenseren van energierekeningen kleven de nodige dilemma’s

De Tweede Kamer wil huishoudens en bedrijven compenseren voor de hoge energieprijzen. Geld lijkt daarbij niet het probleem, maar verder is het makkelijker gezegd dan gedaan.

Een gaswinningslocatie van de NAM tussen de A28 en de woonwijk Kloosterveen. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Een gaswinningslocatie van de NAM tussen de A28 en de woonwijk Kloosterveen.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Minister Wopke Hoekstra van Financiën en zijn staatssecretaris Hans Vijlbrief kregen donderdagavond een stevig pak huiswerk mee. De Tweede Kamer vroeg het kabinet – in een breed gesteunde motie – om huishoudens en bedrijven ‘te beschermen tegen de sterke stijging van de energieprijzen’. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want er kleven nogal wat dilemma’s aan die gewenste financiële compensatie.

Geld is het probleem niet. De Miljoenennota was amper twee dagen oud of de Tweede Kamer besloot al een half miljard uit te geven aan compensatie voor de gestegen gasprijzen. Dat komt neer op zo’n 45 euro compensatie voor een gemiddelde energieverbruiker. Inmiddels vindt de Tweede Kamer dat bedrag te laag, omdat de gasprijzen sindsdien verder stegen. Er moet waarschijnlijk nog een paar miljard euro overheidsgeld bij.

Zonder compensatie zal de gemiddelde energierekening voor particulieren volgend jaar zo’n 60 procent hoger uitvallen (bij gelijk verbruik) dan dit jaar. Dat komt neer op 900 euro extra. Voor mensen die in slecht geïsoleerde huizen wonen en veel stoken, kan die kostenstijging oplopen tot 1.800 euro. Volgens TNO ligt voor 550 duizend Nederlandse gezinnen energiearmoede op de loer. Deze lage inkomens verbruiken veel meer gas en elektriciteit dan gemiddeld en worden dus hard geraakt door de extreem hoge gasprijs.

Onderlinge verschillen

Zowel Kamer als kabinet wil de compensatieregeling het liefst richten op huishoudens en bedrijven die de hulp écht nodig hebben. Ondernemingen en burgers die goed in de slappe was zitten, kunnen de hogere kosten ook zelf dragen. Een partij als de SP voelt er weinig voor de energierekening van een miljonair uit Aerdenhout te subsidiëren.

Maar een compensatieregeling die zich op heel specifieke doelgroepen richt, is per definitie moeilijk uitvoerbaar. De hersteloperatie kinderopvangtoeslag illustreert dat. De Tweede Kamer blijft er maar op aandringen dat de ouders sneller gecompenseerd worden. Staatssecretaris Van Huffelen blijft maar antwoorden dat het niet sneller kán, omdat bijna alle gedupeerden een heel individuele hulpvraag hebben en ook qua financiële schade sterk van elkaar verschillen. Daarom moet de overheid elke aanvraag apart behandelen.

Die grote verscheidenheid doet zich ook voor bij de gestegen energielasten. De hoogte van de energierekening is niet alleen afhankelijk van het individuele verbruik, maar ook van het contract met de leverancier. Ongeveer 44 procent van de Nederlanders heeft een contract met variabele energietarieven. Hun tarieven worden twee keer per jaar aangepast aan de marktprijs. Deze gezinnen krijgen per 1 januari een forse kostenstijging voor de kiezen. Er zijn echter ook huishoudens (37 procent) die hun energietarieven voor minimaal drie jaar hebben vastgezet. Als hun contract doorloopt, merken zij niets van de gestegen gasprijzen.

Buffers of faillissement

Dezelfde diversiteit is er onder bedrijven. Een van de grootste gasverbruikers in Nederland, kunstmestfabrikant Yara in Sluiskil, reageert allesbehalve paniekerig op de ‘gascrisis’. Het bedrijf heeft kennelijk voldoende buffers om de tegenvaller op te vangen. Yara heeft zijn productie teruggeschroefd totdat de gasprijzen in het voorjaar weer dalen – tenminste, dat is de verwachting. Aluminiumfabriek Aldel uit Delfzijl ligt tegelijkertijd bij wijze van spreken huilend op de stoep van het ministerie van Economische Zaken. Als er niet snel overheidscompensatie komt voor hun gestegen gasrekening, dreigt faillissement, aldus de noodkreet uit het noorden.

De meest genoemde compensatiemogelijkheid is het tijdelijk verlagen van de energiebelasting of van de btw op energie. Dat is een generieke maatregel waarvan ook burgers en bedrijven profiteren die de hogere energiekosten zelf kunnen dragen, en die dus relatief veel kost. Maar hij kan wel snel en gemakkelijk worden ingevoerd.

Een ander dilemma is hoelang een eventuele compensatiemaatregel moet gelden. Bij de coronasteun voor bedrijven werd dat van kwartaal tot kwartaal bekeken, maar een belastingtarief wordt doorgaans voor een heel jaar vastgesteld. Het kabinet loopt dus het risico dat het de energiebelasting voor heel 2022 moet verlagen, terwijl de compensatie maar een paar maanden nodig is.

Tot slot maakt het nogal wat uit hoe streng de winter wordt. In een extreem koude winter ligt het gasverbruik zo’n 60 procent hoger dan in een extreem zachte winter. Niemand kan vooraf voorspellen hoe de winter van 2021/2022 uitvalt, maar dat bepaalt in hoge mate hoeveel huishoudens in de problemen komen met hun energierekening.

Meer over