Aan een goede gemeente is de zorg voor zwakken wel toevertrouwd

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning is de kroon op het werk van dit kabinet, vindt Dik Wolfson. De gemeenten gaan de zorg organiseren, en dat is voor iedereen beter....

De WMO integreert welzijnsvoorzieningen uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en een aantal kleinere wetten. De gemeenten krijgen de regie en de zorgplicht. Die regie betekent niet dat ze zelf aan het zorgen moeten slaan, maar dat ze zorg moeten inkopen als er te weinig mantelzorg (van familie of vrijwilligers) beschikbaar is.

De gemeenten zijn verantwoordelijk, maar krijgen ruimte om de beste invulling te zoeken. Ruimte om, inspelend op lokale omstandigheden, nieuwe vormen van samenwerking te stimuleren op het terrein van werken, wonen en welzijn; wijkgericht en luisterend naar wat mensen zelf willen.

Gemeenten kunnen niet meer schuilen onder de paraplu van de bureaucratie of schermen met regels en wachtlijsten. Ze moeten een oplossing leveren, in maatwerk. Daartegenover staat een grote zak geld, gevuld met de kosten van alles wat vroeger gedetailleerd was vastgelegd; de winst uit hun eigen goede ideeën mogen ze zelf houden. De burgemeester van een kleine gemeente heeft me uitgelegd hoe dat dan gaat: 'Als de oude mevrouw X naar het ziekenhuis moet, hebben we die zak geld voor een taxi, maar we weten dat ze liever wordt gebracht door de slager, want dat is nog een neef van haar man zaliger. Dat weet ik niet, maar mijn secretaresse, want die is van het dorp. Mevrouw X is gelukkiger zo, en ik houd het taxigeld in mijn zak als opstapje naar een bibliotheekbus die er vroeger nooit afkon.'

Goede bestuurders doen wonderen met de WMO, slechte lopen tegen de lamp. Goede instellingen zullen creatief inspringen met nieuwe oplossingen en slechte zullen het onderspit delven. Geen wonder dat zwakke broeders veel moeilijkheden bij de WMO bedenken, en proberen daarmee het oor van Kamerleden te bereiken, nu hun rustige bedje wordt opgeschud. Laten we hopen dat die Kamerleden daar niet intrappen. Iedereen die hierbij betrokken is en die wil, kan beter worden van de WMO. Knelpunten in de mantelzorg kunnen worden weggenomen (bied die slager een kilometervergoeding), zorginstellingen en woningcorporaties krijgen meer ruimte om samen nieuwe oplossingen aan te bieden.

Kunnen de gemeenten dat aan? Het kabinet denkt van wel. In de toelichting op de wet roept het, met de regelmaat van een koekoeksklok, dat we de gemeente als een volwaardig bestuursorgaan moeten zien. Dat heeft iets van een bezweringsformule, maar bedenk daarbij wel drie dingen. Ten eerste dat gemeenten dichter bij hun burgers staan en de ruimte krijgen om oplossingen te vinden die aansluiten bij lokale omstandigheden en individuele behoeften. Ten tweede dat B & W niet zélf aan het bed wordt verwacht, maar zorg moet contracteren met onderling concurrerende partijen die moeten knokken voor de klandizie. Ten derde dat rechten op verzorging weliswaar niet meer zijn vastgepind in zoveel behandelingen zus en zoveel hulpmiddelen zo, maar dat de gemeente een afdwingbare plicht heeft om adequate zorg te waarborgen. De Kamer pruttelt nog wat, en wil die zorgvormen nog een tijdje in gedetailleerde regelgeving blijven voorschrijven. Koudwatervrees; te veel geluisterd naar instellingen die concurrentie vrezen. De staatssecretaris sluit compromissen om voor een overgangsperiode toch nog wat voorzieningen in maat en getal voor te blijven schrijven. Toe dan maar, alle begin is moeilijk, maar uiteindelijk moeten we af van de gedachte dat ze in Den Haag kunnen bedenken hoe je problemen in Lunteren oplost.

En - anders dan mevrouw Tonkens denkt (Forumcolumn, 28 december) - de zorgplicht blijft onverkort bestaan, na die overgangsperiode, maar dan ter invulling door de betrokken partijen in Lunteren zelf, of waar dan ook.

Tot zover het goede nieuws. Transparantie en rechtsbescherming blijven het kwetsbare punt. Gaat er straks niet te veel naar die bibliotheekbus en te weinig naar mevrouw X? Hier laten kabinet en Kamer het beide afweten. Het kabinet verwijst naar mogelijkheden van beroep en bezwaar uit hoofde van de Algemene Wet Bestuursrecht, waar geen normaal mens ooit van heeft gehoord. Als mevrouw X dáár aan wordt overgeleverd, komt ze nooit bij de dokter. De Kamer heeft hier tot dusver zitten slapen. Wil de WMO goed van de grond komen, dan is het essentieel dat de rechtsbescherming simpel en toegankelijk wordt. Een groot deel van de indicatiestelling zal via de huisarts lopen. Geef die, de andere eerstelijns-zorgers en de (familie van de) cliënt toegang tot een regionale vertrouwensarts die, waar nodig, meteen koppen tegen elkaar kan slaan en de Inspectie kan mobiliseren, als de gemeente of een instelling tekort schiet. Er gaan in de komende jaren honderden huisartsen met (vroeg) pensioen; keuze genoeg.

Mooi, maar dan blijft nog de vraag waarom dit allemaal zo nodig is, of zelfs zo baanbrekend. Wat is er mis met tot in detail voorgeprogrammeerde zorgvormen en voor iedereen gelijke, gestandaardiseerde rechten? Daarbij weet iedereen toch waar hij aan toe is? Ja, inderdaad, maar dan is het nog maar de vraag of je krijgt waar je behoefte aan hebt. Wie in Rotterdam een nieuwe knie heeft gekregen, alleenstaand is en drie hoog woont, kan niet meteen uit zijn ziekenhuisbed naar huis. De verzekering betaalt dan wel een revalidatiehuis, maar als dat vol is, blijf je een duur ziekenhuisbed bezet houden. Daar is niemand bij gebaat. In de toekomst - de WMO wordt geleidelijk ingevoerd - stuurt het ziekenhuis de rekening naar de gemeente, en dan contracteert die echt wel voldoende revalidatiebedden.

Baanbrekend is dat de WMO passende oplossingen zoekt in de onmiddellijke omgeving van de mensen om wie het gaat, en dat alle betrokkenen - de zorgvrager, de familie, de instelling en de gemeente - daarbij in redelijkheid hun eigen verantwoordelijkheid dragen. Een heel eilandenrijk van voorzieningen dat nu nog vanuit Den Haag wordt gestuurd, wordt onderling verbonden op een burger-nabij niveau: een doorbraak.

De proef op de som is of we dit inderdaad willen. Of 'rechts' een hoog niveau van bescherming wil handhaven opdat de maatschappelijke ondersteuning (weer) in de juiste vorm bij de juiste mensen terechtkomt, dan wel de huidige malaise wil gebruiken als dekmantel voor een greep in de kas van de verzorgingsstaat. Of 'links' krachtig wil optreden tegen bureaucratie en weinig doeltreffende voorzieningen, dan wel buigt voor instellingen die opkomen voor gevestigde, maar niet meer gerechtvaardigde belangen. Of de ambtelijke regelzucht kan worden omgebogen naar een luistercultuur; en, zeker niet in de laatste plaats, of burgers hun burgerschap weer serieus willen nemen. Daar bent u zelf bij.

Meer over