Aan de Donau geen dissonant

Met het decor van Sissi-paleis Schönbrunn, opgetrokken in de lengte van de Arena, troeft hij de Rolling Stones af. André Rieu, violist en ondernemer, creëert een zoete droomfabriek, waar je je ‘inner Cinderella’ ontmoet....

Merlijn Schoonenboom

Buiten, op het parkeerdek van de Amsterdam Arena, staat een gouden koets tussen de auto’s. Een koets zoals een koets moet zijn: een koninklijk open rijtuigje met grote wielen, gedeeltelijk afgedekt met zeil.

Hij staat er, en wacht tot vrijdag, dan komt Sissi erin. Sissi zal de Arena binnenrijden, voortgetrokken door zes witte paarden, begeleid door de klanken van violen en twee klaterende fonteinen.

Eerder stond het koetsje al te wachten in Düsseldorf, daarvoor in Toronto, Canada. Toen waren het overigens 36 paarden en 14 koetsen, die het stadion binnenreden. En nog weer eerder, in oktober 2007, was zo’n koetsje al even in de Arena, en liet André Rieu zich er zelf mee naar de persconferentie rijden, vergezeld door een lieftallige in baljurk getooide dame.

Grote grijns, de bekende lokken; Rieu (58) maakte voor het eerst zijn plan bekend van ‘het grootste transporteerbare decor ter wereld’. Grootte: enorm doch variabel. Er is allergrootst (Toronto), maar Amsterdam doet het met gewoon groot; een paar meter verschil in de breedte. Gebouwd over de lengte van de Arena, waar het als derde locatie vrijdag en zaterdag verschijnt, in een tournee die uiteindelijk tot Australië zal leiden. Opbouwtijd: een week.

De feiten heeft Rieu alvast op zijn website laten zetten:

Een ‘gouden’ balzaal van 21 bij 15 meter, compleet met vergulde kroonluchters.

Podiumafmetingen: 125 meter breed, 30 meter diep, 34 meter hoog.

600 vierkante meter ijsvloer

100 podiumbouwers, 250 stafleden, 250 performers.

150 vierkante meter LED beeldschermen.

Samen vormen ze een kasteel. Het kasteel van Sissi, het slot Schönbrunn in Wenen, waar de keizerin woonde wier levensverhaal dankzij de film tot romantiek is geworden. De gevel met balkon is nagebouwd op ware grootte. Inclusief plafondschilderingen, inclusief 80 dansende paren, inclusief ijsschaatsers.

Op de werkvloer in de Amsterdam Arena kan er overigens nog steeds wel een beetje om gelachen worden. Ze begrijpen de verbazing, het vermoeden van megalomanie. Een violist, bekend om het zachtaardige genre van de wals, bedenkt een decor waarmee hij de Rolling Stones aftroeft. Maar, klinkt het, zo gaat het bij Rieu en zijn team: ‘Als hij morgen 100 olifanten nodig heeft, proberen wij het ook te regelen’, zegt productiemanager Roos Aerts, verantwoordelijk voor de opbouw.

Zelf waren Rieu’s medewerkers dan ook minder verbaasd. Aerts weet al jaren dat Rieu ‘waanzinnige ideeën’ heeft. ‘Maar’, zegt ze toegeeflijk: ‘Kan niet bestaat niet bij André’. En dus opperde Rieu het plan twee jaar geleden, en nu staat het er gewoon.

Want, zegt Aerts, vanuit zijn loopbaan bekeken is deze World Stadium Tour immers helemaal niet zo vreemd. Voor zijn dvd’s reist Rieu al jaren naar pittoreske plaatsen: Cortona in Italië, Wenen, Maastricht. Hij geeft er openluchtconcerten met feeërieke achtergronden. Toen hij twee jaar geleden bij Schönbrunn neerstreek, viel alles op zijn plaats: ‘Alles kwam samen wat hij gedaan had. Toen zei hij: dit zouden we zelf ook moeten hebben.’

Enige overdrijving is Rieu nu eenmaal nooit vreemd geweest. Op de dvd’s spoten de fonteinen altijd al fris, de vrouwen hadden altijd al blonde lokken en ruisende baljurken aan. Hij deed het allemaal al, hij doet het nu alleen nog een stapje groter. Hij gaat nu niet meer naar de locatie toe, maar hij maakt hem zelf. Dus staan er bij de Arena 80 containers voor zijn A Romantic Vienna Night. Dus lopen er tientallen werkmannen, Canadezen, Duitsers, Limburgers.

Conclusie, daar bij de opbouw in de Arena: hier is een fiks bedrijf aan het werk. Rieu is allang niet meer alleen violist en dirigent, hij is ondernemer, directeur van een kleine multinational; de André Rieu Groep. Het Financieel Dagblad rekende het zaterdag nog na: André Rieu Holding bv maakte in 2006 ruim 3 miljoen winst op een jaaromzet van 31 miljoen euro. Met een kantoor in het New Yorkse Chrysler Building, met een eigen productiebedrijf, een eigen kasteeltje in Limburg, en een eigen loods in Maastricht waar de eerste schetsen van dit megadecor zijn gemaakt.

Niet voor niets toont Rieu op zijn eigen website trots de toptien van kaartverkoop wereldwijd in de eerste helft van 2007: ex-Pink Floyd-zanger Roger Waters op 1, popster Christina Aguilera op 10, en, daarboven, violist Rieu op 9 met ruim vierhonderdduizend tickets. Het resultaat van een trouwe stroom afnemers in (vooral) Australië, maar ook Amerika, Duitsland en Canada, voor wie Rieu, aldus Aerts, ‘elke keer weer wat nieuws bedenkt’. Een ‘wat ouder publiek’ dat, zo vertelt de medewerker in de Van Leest-cd-winkel, ook nog gewoon cd’s koopt en weinig weet heeft van downloaden.

Zodat de verrassende constatering gemaakt moet worden: met deze cijfers behoort André Rieu, violist uit Maastricht, op dit moment tot de succesvolste Nederlandse artiesten in het buitenland.

Alles moet perfect zijn. Roos Aerts maakt er in de Arena, een paar dagen voor het eerste concert, nog een grapje over. Ze weet hoe het gaat: Rieu controleert alles. Hij kijkt, als hij vrijdag binnenkomt na een week repetitie in Maastricht, zelfs onderop de kasteelmuur of de ‘stenen’ er allemaal wel goed uit zien. Of de vloerbedekking fijn is – zodat de mensen gaan dansen.

Op de metalen constructie van 34 meter hoog wordt daarom ook geen eenvoudig beschilderd zeil gehangen, maar aluminium platen met een realistisch ogend steenachtig goedje erop gespoten. De dansende paren, de schaatsers? Die komen regelrecht uit Wenen. De balzaal? ‘Die heeft exact dezelfde parketvloer als die in het echte Schönbrunn. Maar dan wel gloednieuw.’ Want het moet ‘echt’ overkomen, vindt Rieu: alleen dan heeft hij de sfeer die hij zoekt.

Je zou het zakelijk perfectionisme niet direct vermoeden als hij op het podium staat. Rieu maakt gezellige Limburgse grapjes tegen zijn bezoekers, organiseert dijenkletsers voor het publiek, laat ze meedeinen op bekende, erg bekende melodieën. Hij plaatst zijn favoriete recepten op zijn website, en relativeert tegelijkertijd zijn eigen aanpak – in dit keizerlijke decor staat ook maar een gewone jongen. Dat neemt echter niet weg dat het doel uiterst serieus wordt genomen. Zowel in de zaal, als op het podium.

In die zin is er niet zoveel veranderd met veertien jaar geleden, het moment van de doorbraak. Rieu en zijn Johan Strauss Orkest waren al jaren bezig met walsen, maar rolden in 1994 de Nederlandse hitparade in met een bewerking van een jazzsuite van Sjostakovitsj. Alleen Rieu had kunnen aanvoelen dat de melancholie van de Rus zich prima liet omvormen tot de meezinger Second Walz – tot in het voetbalstadion aan toe. Hij kreeg er de bijnaam ‘Walskoning’ mee, net als zijn inspiratiebron Johann Strauss jr. Hij presenteerde zich als de man die de klassieke muziek weer naar ‘de mensen’ bracht.

Ook nu, veertien jaar later, plaatsen Rieu-fans zich graag tegenover de klassieke muziekpuristen, ‘kenners’ die het echte gevoel verloren zijn. Hij, Rieu, speelt als Stehgeiger, de dirigerende violist, met het gezicht naar het publiek toe. Hij maakt contact met zijn bezoekers, en laat horen wat hij zelf echt mooi vindt. Hij weet, zeggen ze, het hart te raken.

Op zijn concerten zet hij er alle mogelijke melodieën voor in; musical, Mozart of popmelodie. Hij stopt er overigens even abrupt mee als het het meeneuriegehalte ervan wegzakt. Tot vreugde van fans, tot verbijstering van de niet-ingewijden. Zoals een criticus in Canada het formuleerde: ‘Als je er geen fan van bent, dan voel je je alsof je in een roeiboot op de Donau terecht ben gekomen, zonder peddel.’

Toch is er is natuurlijk wel degelijk wat veranderd, sinds de Second Walz. Muzikale emoties zijn inmiddels slechts een deel van het Rieu-effect. Dvd’s en openluchtconcerten, TROS-road-soaps en een publiek van tienduizenden zijn erbij gekomen.

Rieu geeft namelijk al lang niet meer gewoon een concert, hij belooft een complete ervaring. Een ‘atmosfeer’, zoals zijn productiemanager het noemt. Of, zoals de Canadese criticus na de première in Toronto opmerkte; het gaat niet zozeer om Rieu zelf, en niet eens om de wals: het gaat erom tienduizenden mensen in contact te brengen met ‘their inner Cinderella’.

Terwijl Walt Disney zijn sprookjeswereld moderniseert met ironie en vette knipogen, terwijl de beeldende kunst romantische thema’s graag gepaard laat gaan met ‘vervreemding’ en Hollywood onbereikbare sterren creëert, kiest Rieu steeds meer voor het tegenovergestelde: nog zoeter, nog groter, nog gezelliger de droomfabriek.

Rieu wil een totaalervaring, waar zijn fans een paar uur rozengeur en maneschijn kunnen halen. Er is het André Rieu-servies: dromerig wit, met een statig klassiek gouden rand en zwierige letters. Er is de onveranderlijke outfit; het rokkostuum in historische stijl. En – cruciaal: er is de setting. Die moet romantisch zijn, maar tegelijk vrolijk spektakel bieden.

In De Efteling – waar de dvd André Rieu in Wonderland (2007) is opgenomen – kwam al alles voorbij: dansende Frau Antjes, een Mozart-zingende zwarte hogepriester uit Harlem, grappende kabouters. A Romantic Vienna Night is een logisch vervolg; ijsschaatsers en Sissi, doedelzakspelers en de wals, alles in het vergulde decor van keizerin Sissi en keizer Franzl.

In de Arena gaat Aerts voor langs het paleis van Sissi. De platen zitten er al op, de fonteinen komen later. Ze wijst: kijk, daar in het midden, daar komt Rieu zelf te staan, voor zijn orkest. Boven hem is de balzaal, waar debutanten uit Wenen dansen, net als leden van de Weense staatsopera. Links en rechts van hem de schaatsers (ook uit Wenen en in baljurk) inclusief een aantal beroemde kampioenen. De 21-jarige blondgelokte sopraan Mirusia Louwerse vliegt aan een kabel door de lucht. Verder is er gewoon een vrolijke optocht van prima solisten en melodieën als An der schönen blauen Donau en My Heart will go on.

Een verhaallijn zal Rieu niet uitwerken, daar in zijn grootste transporteerbare decor ooit. Zijn grapjes kan hij gewoon maken, daar zijn nu de beeldschermen voor. Zodat de ‘totale atmosfeer’, zegt Aerts, ook in de voetbaltempel is zoals die moet zijn.

Rieu is er volstrekt helder in: in zijn romantiekervaring in klank en beeld hoeft niemand het idee te hebben dat er opeens iets pijnlijks gaat gebeuren. La vie est belle, zo noemde hij zijn zelfgeschreven compositie, de eerste die hij op cd uitbracht in 2000. Zijn eerste dvd in 2001 heette: Dromen. En nu zijn ook Wenen en zijn muziekgeschiedenis bij Rieu als een plaatjesboek voor de hele wereld. ‘Be part of history’, juichte de Canadese slogan voor de Rieu-tickets. Dat de historische Sissi een groot deel van haar leven gekweld werd door depressies en uiteindelijk zelfs ellendig aan haar einde kwam, wordt in A Romantic Vienna Night uiteraard buiten beschouwing gelaten.

Geschiedenis zonder zwarte bladzijden, schoonheid zonder keerzijde. De dissonant, de meest typerende stijlfiguur in de kunst en muziek van de 20ste eeuw, heeft Rieu volledig uitgebannen. Hij biedt wat zijn publiek in deze tijden elders ontberen moet: een gezellige doch glinsterende wereld, waar nostalgisch verlangen naar zwierige sprookjesprinsen en schuine grapjes over blonde feeën prima samen kunnen gaan.

Zoals een Duitse recensent schreef: ‘De wereld is bij Rieu, al is het maar heel even, compleet in orde.’

Meer over