ReportageCao-onderhandelingen

Aan de cao-tafel: ‘Ik ga toch niet voor een paar klotecenten de straat op’

Met de inflatie groeit de druk op bedrijven om de lonen te verhogen. Lukt het de vakbeweging, die kampt met dalende ledenaantallen, nog die loonsverhogingen uit het vuur te slepen? De Volkskrant keek bij DSM mee met vakbond FNV.

Marieke de Ruiter
Bijeenkomst van werknemers van DSM Emmen over de cao-onderhandelingen. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Bijeenkomst van werknemers van DSM Emmen over de cao-onderhandelingen.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

FNV-bestuurder Sarah Baghat-Ziadi vraagt het de zaal maar gewoon op de man af: ‘Ben ik nou gek geworden?’ Zonder iets te zeggen, geven de vijftig DSM-medewerkers antwoord. Ongenoegen in hun ogen, kaken op elkaar, de gespierde armen voor de borst. Nee, zij vinden het niet gek dat Baghat namens hen een loonsverhoging van 4 procent heeft geëist. Wat ze wél gek vinden is het loonbod dat DSM daartegenover stelde: 1,75 procent over een looptijd van negen maanden. Terwijl de inflatie bijna de 10 procent heeft aangetikt.

Dat ‘magere’ loonbod is de reden dat Baghat (36) zich een week eerder terugtrok uit de cao-onderhandelingen met het concern. Ze ontmoet vandaag in Emmen, waar kunststoffen worden gemaakt voor de auto-industrie, een deel van haar achterban om de vervolgstappen te bespreken. De Drenten zijn duidelijk: de looneis wordt niet naar beneden bijgesteld. ‘We worden genaaid’, vindt de een. ‘Ons koppie zit in het stroppie’, zegt de ander. ‘Er zit maar één ding op’, concludeert de mondigste van het stel. ‘Staken.’

De onvrede onder werkenden groeit. Terwijl de inflatie records breekt, wil de loongolf maar moeizaam rollen. Niet eerder sinds het Centraal Bureau voor de Statistiek begon met meten, was het verschil tussen de prijs- en loonstijgingen zo groot als het eerste kwartaal van dit jaar: 7,4 procent tegenover 2,4 procent. Zelfs het kabinet riep, bij monde van premier Rutte, op de lonen te verhogen.

Chronisch personeelstekort

De vakbeweging is de partij die die loonsverhogingen uit het vuur moet slepen. Ruim 125 jaar nadat Amsterdamse diamantslijpers voor het eerst een collectieve arbeidsovereenkomst afdwongen, vallen nog altijd 8 op de 10 werknemers onder een cao waarin werknemers- en werkgevers afspraken maken over onder meer salaris, vakantiedagen en pensioen. Nu vrijwel alle sectoren kampen met een personeelstekort lijken de bonden de wind in de zeilen te hebben. Maar lukt het hen ook die macht te verzilveren?

De Volkskrant volgde de afgelopen maanden FNV-bestuurder Sarah Baghat-Ziadi tijdens de onderhandelingen over een nieuwe cao voor 3.500 medewerkers van DSM – het voedings- en materialenconcern dat voortkomt uit de Limburgse staatsmijnen. Het is een van de elf bedrijven die Baghat als bestuurder procesindustrie in haar portefeuille heeft. ‘Een mooie sector’, vindt ze. ‘Het zijn winstgevende bedrijven, dus er valt iets te halen.’ Zo ook bij DSM: dat boekte vorig jaar een winst van 1,7 miljard euro.

Baghat is een vakbondsbestuurder van de ‘nieuwe generatie’. Na haar studie rechten en een korte loopbaan als jurist begon ze tien jaar geleden als toen jongste bestuurder ooit bij FNV. Voor haar grote rechtvaardigheidsgevoel is het verleidelijk te wijzen naar haar vader: een gastarbeider die zich vanuit de Hero-fabriek in Tiel opwerkte tot reclasseringsmedewerker voor alcohol- en drugsverslaafden. Mensen die niet zo goed voor zichzelf kunnen opkomen dus, net als veel werknemers namens wie Baghat onderhandelt.

Looneis

Die onderhandelingen doet ze in overleg met de kaderleden; de aanspreekpunten van de vakbond op de werkvloer. Met hen bepaalt ze de looneis. In dit geval: een tweejarige cao met jaarlijks 4 procent loonsverhoging, plus 125 euro bruto per maand én een verlenging van het sociaal plan met drie jaar. Haar mandaat, de bodem waaronder ze niet onder mag zakken, is 3,3 procent (gelijk aan het inflatiecijfer van oktober). Dat wijkt niet alleen af van wat DSM wil (1,75 procent voor negen maanden in verband met ‘de onrust in de wereld’) maar óók van de centrale looneis van FNV, die automatische compensatie voor inflatie eist.

Dat is niet zonder reden. Naast FNV zitten ook de kleinere bonden CNV, de Unie en VHP aan de onderhandelingstafel. Als Baghat haar looneis niet met hen afstemt, riskeert ze dat DSM haar passeert en met die bonden zaken doet. Dat gebeurde de afgelopen jaren bijvoorbeeld al in de winkelstraat en de kinderopvang. Soms zetten werkgevers de traditionele vakbonden zelfs helemaal buitenspel: in 9 procent van de bedrijfstakken en ondernemingen zijn zij geen partij meer.

Bedelen aan de poort

‘Dat ze met 1,75 procent dúrven komen.’ Het is half maart en Baghat is voor een ledenvergadering naar Delft getogen waar onder meer de onderzoekstak van DSM zit. Onder het systeemplafond zitten achttien laboranten, genetici en administrateurs met serieuze brillen en fleecetruien. Ze mogen dan met een stuk minder zijn, hun frustraties over het loonbod zijn minstens zo groot als in Emmen. ‘De aandeelhouders hebben er net 4 procent bij gekregen’, zegt een laborant. Een geneticus vraagt zich af hoe lang DSM denkt dat hij ‘coulant’ blijft. ‘Als ik wil, word ik zo ergens anders aangenomen.’

Baghat hoort het geduldig aan. ‘Maar’, zo merkt ze op, ‘ik hoor niemand zeggen: ik sta er tegen op.’ Een productieplanner schudt zijn hoofd. ‘Als je naar de situatie in Oekraïne kijkt, heb ik geen zin om voor een paar klotecenten de straat op te gaan’, zegt hij. ‘Als we nu gaan staken, dan zul je ze horen: het is oorlog en jullie gaan aan de poort bedelen voor je benzinekosten?’ De laborant is het daar niet mee eens: ‘Er is altijd wel ergens oorlog.’

Dat het Delftse kantoorpersoneel minder strijdvaardig is dan het productiepersoneel in Emmen, komt niet alleen door hun kennelijke betrokkenheid met de oorlog in Oekraïne. Ze zitten met een organisatorisch probleem: waar in Emmen 80 procent van de werknemers vakbondslid is, telt hun vestiging maar 150 leden op 1.000 medewerkers. De DSM-vestigingen in Heerlen en Leeuwarden meegerekend, komt het aantal vakbondsleden binnen het concern niet boven de 40 procent.

Organisatiegraad lager

De organisatiegraad is in meer sectoren een zorg voor de bonden. Het aantal vakbondsleden daalt al jaren: was begin jaren tachtig nog een derde van de werkenden vakbondslid, nu is dat nog maar een zesde. Meer dan 75 procent is bovendien 45-plus. Het geeft te denken hoe representatief de vakbond nog is voor alle werknemers binnen een bedrijf die volgens de Wet collectieve arbeidsovereenkomsten allemaal onder de cao vallen – lid of geen lid.

Als de vakbond slecht vertegenwoordigd is, ontbeert deze bovendien zijn belangrijkste troef: de macht om een bedrijf plat te leggen. De tijden van ‘gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil’ lijken voorbij. Dat merkt ook Baghat tijdens de onderhandelingen met werkgevers. ‘In organisaties waar ik niet veel leden heb, zeggen ze tegen me: dit is mijn eindbod en hier moet je het mee doen. Zonder achterban kun je toch niets maken.’

Overigens komt het tijdens een cao-traject uiteindelijk zelden tot een staking. ‘Leden willen het vaak wel’, zegt Baghat. ‘Maar staken is voor niemand leuk: het leidt tot een tweedeling tussen de werknemers die wel en niet staken en tussen werknemer en werkgever, terwijl je daarna ook weer moet samenwerken.’ Bovendien kost staken geld: uit de stakingskas van de vakbond komt maximaal 80 euro per dag, de rest moet een werknemer zelf bijleggen. Als Baghat dat aan haar leden uitlegt, is het enthousiasme doorgaans snel bekoeld.

Toch verschijnt eind april een artikel in De Limburger: ‘Stakingen dreigen bij DSM’. Het is vier maanden nadat de cao-onderhandelingen met het voeding- en materialenbedrijf zijn begonnen. Baghat is na de ledenraadplegingen opnieuw om tafel gegaan om de werkgevers te vertellen dat het bod van 1,75 procent niet wordt geaccepteerd. Daarop heeft ze een nieuw bod gekregen van 2,5 procent. Een eindbod, wat betekent dat verder onderhandelen volgens DSM geen zin heeft.

Baghat weet heus wel: na zo’n eindbod volgt meestal nóg een eindbod. Toch verbaast het haar dat er zo weinig onderhandelingsruimte blijkt te zijn. Het stelt ook de leden teleur, die het bod massaal afkeuren. Gelukkig weet Baghat ook waar DSM als beursgenoteerd bedrijf gevoelig voor is: slechte pr. ‘Ik maak daar geen misbruik van, maar ik gebruik het wel’, glimlacht ze. ‘We hebben na dat eindbod dus direct met het communicatieteam overlegd en een persbericht uitgestuurd: we staken nóg niet.’

Er is nog een reden waarom DSM niet zit te wachten op negatieve publiciteit. Het voormalig staatsmijnenbedrijf wil zich voortaan alleen richten op voeding en heeft daarom de materialentak in Emmen te koop gezet. Dat de vakbondsleden op die fabrieksvloer rondlopen met stickers met de tekst ‘ik staak nóg niet’ op de helm, komt met het oog op potentiële kopers niet best uit.

Broodjes brie

Of het nou die stakingsdreiging was, de goede kwartaalcijfers, de verder oplopende inflatie, of de gunstig stemmende broodjes brie: Baghat weet het niet. Maar op dinsdagmiddag 10 mei zit ze, na iets meer dan drie uur onderhandelen, met een grote glimlach op het terras bij het Golden Tulip in Helmond. Ze heeft zojuist een akkoord gesloten: DSM-medewerkers krijgen een loonsverhoging van 4,86 procent over een looptijd van anderhalf jaar, met een bodem van 1.800 euro waardoor mensen in lagere schalen er in ieder geval dat bedrag op vooruitgaan.

Misschien, mijmert ze, was het wel die verrassingsaanval die ze opende. In plaats van af te wachten tot DSM met een loonbod zou komen, deed ze zélf een voorstel. Ze vertelde er direct bij dat er weinig ruimte in zat. ‘Op een gegeven moment zaten we nog maar 0,25 procent uit elkaar’, zegt ze. ‘Toen heb ik gezegd: is het jullie nou echt waard dat we voor die kwart procent gaan staken?’

Natuurlijk, wat ze heeft binnengesleept is niets vergeleken bij de inflatie en het is bovendien minder dan waarop ze had ingezet. Toch is Baghat meer dan tevreden. Net als haar achterban, waarvan 90 procent voor de cao stemt. ‘Weet je wat het is’, zegt ze. ‘Dit hele onderhandelingsproces gaat niet om geld, maar om waardering. Uit onderzoek is gebleken dat het effect van loonsverhoging maar heel tijdelijk is. Het gaat erom dat werknemers het gevoel hebben dat wat ze krijgen eerlijk is. Dát effect is blijvend.’

Reactie DSM

De Volkskrant heeft DSM van tevoren gevraagd mee te werken aan dit verhaal. Dat wilde het bedrijf niet. In een reactie laat het concern weten: ‘We herkennen ons niet in het artikel. Onze kant van het verhaal ontbreekt.’ Verder stelt het bedrijf dat het openingsbod van 1,75 procent voor negen maanden zou neerkomen op 2,3 procent loonsverhoging op jaarbasis (dat was ongeveer in lijn met de loonstijging in januari van 2,6 procent). Het bedrijf koos echter voor een kortere looptijd vanwege de ‘onrust in de wereld’. Omdat het gemiddelde van de afgesloten cao’s in mei was opgelopen, kwam DSM tot een nieuw voorstel.

Meer over