Aan alles is gedacht, alle wensen van de hockeyploeg zijn ingewilligd

Niets mag een topprestatie op de Spelen in de weg staan', zei Joop Alberda, lid van het team de mission....

Tekst Tynke Landsmeer Foto's Guus Dubbelman

MIEKETINE WOUTERS pakt stick en schoenen uit de kleedkamer en slikt een paar hinderlijke tranen weg. Het afscheid van de hockeyploeg, vijf weken voor de Olympische Spelen, valt haar zwaar. 'Zaterdag, toen het volkslied werd gespeeld, was ik heel emotioneel. Ik heb het gered, dacht ik. Ik ben eindelijk op niveau.'

De begeleidingsgroep oordeelt anders. Zes jaar zonder internationale ervaring blijkt in een half jaar niet te overbruggen voor de heringetreden international. Bij Wouters rinkelt zondagavond de telefoon. 'Zie het maar als een soort examen', had bondscoach Tom van 't Hek tegen zijn speelsters gezegd. 'Je kunt tussen acht en half negen worden gebeld.'

Vier jaar geleden behoorde Ageeth Boomgaardt tot de laatste afvallers. Het herstel van twee gebroken ribben verliep voorspoedig maar niet snel genoeg. Ze verloor het gevecht om een plaats op de bank. 'Ik wist dat ik in de hoek zat waar de klappen zouden vallen. Dan ben je iets gereserveerder over je kansen. Het telefoontje kwam niet geheel onverwacht', zegt ze nu.

'En dan nog komt de klap hard aan. Je bereidt je erop voor, maar tegelijkertijd kun je je er niet op voorbereiden. Het is zo verschrikkelijk balen wanneer je niet mee mag. Ik heb de wedstrijden via de wereldomroep op het strand in Frankrijk gevolgd. En achteraf was ik toch wel trots op mezelf. Ik was net niet goed genoeg geweest voor een team dat uiteindelijk derde werd.'

Onverwacht derde. Na een bewogen periode waarin het vrouwenhockey aan de hand van coach Bert Wentink naar een bedenkelijk niveau was afgezakt, kwam met oud-international Van 't Hek de ommekeer. En op het bondsbureau tekende de succescoach, net als zijn collega Roelant Oltman bij de mannen, voor vier jaar bij.

'Voor die tijd werkten we niet met langdurige contracten', zegt Johan Wakkie, directeur van de hockeybond. 'De bondscoach werd per toernooi afgerekend. Zo werden overeenkomsten van slechts zeven maanden afgesloten. Maar tegenwoordig zijn de coaches fulltime in dienst en denken we in olympische trajecten van vier jaar. Zodra de ploeg terugkeert uit Sydney wordt er geëvalueerd en nagedacht over de volgende Spelen.'

Daartoe is de hockeybond min of meer gedwongen sinds het NOCNSF, de belangrijkste subsidieverstrekker van de afdeling tophockey, deel uitmaakt van het voorbereidingstraject. 'Niets mag een topprestatie op de Spelen in de weg staan', heeft Joop Alberda, lid van het team de mission gezegd. En dus lijkt the sky the limit, vooral nu het budget voor tophockey is opgeschroefd naar 3,2 miljoen gulden per jaar. Ter vergelijking: vier jaar geleden was dat nog 1,8 miljoen.

De bondscoaches wilden graag op kunstgras trainen zoals dat ook in Sydney ligt. En dus verscheen een dergelijk veld naast het Wagenerstadion. Het zou ook mooi zijn, zo filosofeerde het duo verder, als daar op loopafstand een permanent krachthonk kwam te liggen. En dat kwam er dus. Stapelbedden in de kleedkamer, internetaansluitingen in de rustruimte, een scherm rond het veld. Aan alle verzoeken kon worden voldaan.

'Wat we nu hebben gedaan is ideaal', zegt Wakkie. 'Alle wensen zijn ingewilligd.'

Om het topsportklimaat van de hockeysters zo gunstig mogelijk te maken, sieren elf rode beatles, een kadootje van de sponsor, de parkeerplaats voor het trainingscomplex in het Amsterdamse bos. Studenten krijgen 27 duizend gulden netto per jaar uitgekeerd (inclusief een onkostenvergoeding van 12 duizend gulden) en de werkenden ontvangen het minimumloon wanneer ze tijdens trainingskampen of trips naar het buitenland onbetaald verlof moeten opnemen. De hockeybond kan de salarissen desgevraagd aanvullen met gelden uit de SIBT-pot, de Stichting Individuele Begeleiding Tophockey. Nog geen vier jaar geleden bedroeg de vergoeding voor een hockeyer maximaal 4800 gulden per jaar.

'We kunnen nu rustig naar de Spelen toe leven. In de voorbereiding op Atlanta moest een aantal speelsters tot de dag van het vertrek werken', zegt Van 't Hek. 'Maar we moeten de hoofdzaak niet uit het oog verliezen. Het gaat om de sport. En je kunt nog zoveel verbeteringen aanbrengen, het wezen moet bij de sporter zelf vandaan komen.

'Abe Lenstra was in deze tijd ook een goede voetballer geweest. Echt goede sporters maakt het niet uit of ze verwend worden of niet. Welvaart werkt niet louterend voor topsport, je moet het uiteindelijk op het veld laten zien. Als de Spelen achteraf niet hebben opgeleverd wat we ervan hadden verwacht, dan kunnen we ons dat alleen maar zelf verwijten.'

De welvaart heeft de sporter veranderd, vindt Lisette Sevens, manager van de ploeg. Zelf maakte ze deel uit van het hockeyteam dat in 1984 olympisch kampioen werd. Met Margriet Zeegers, Sophie von Weiler en Fieke Boekhorst had de ploeg supertalenten in huis, en ook uitgesproken leiders. 'We scholden elkaar verrot als iemand zijn taak niet goed uitvoerde.

'Die straatvechtersmentaliteit mis ik soms. In deze ploeg is iedereen aardig voor elkaar. Wij moesten er veel harder voor werken. Tegenwoordig is alles van de wieg tot het graf geregeld. Bij ons ging er wel eens iemand mee om de pionnen op de juiste plaats te zetten, maar verder waren we gedwongen om vooral zelf over de zaken na te denken. Maar dat heeft ons waarschijnlijk ook sterker gemaakt. Wij hadden al die faciliteiten niet, maar die hadden we ook niet nodig. Zonder werden we ook olympisch kampioen.'

Maar ook in die tijd werd een voorbereidingsperiode van een aantal weken ingelast. Sevens: 'Daarvoor nam je gewoon vrij. Geld interesseerde me niks. In de aanloop naar de Spelen hadden we een coach, een fysio, een manager en een dokter. Maar over voeding werd nauwelijks gesproken. Als ik geen zin had om te koken dan at ik een zak chips.' Van 't Hek lacht. 'En als voedingssupplement dronken we een biertje.'

De begeleidingsstaf is inmiddels uitgebreid met een assistent-coach (Koen Pijpers), een videoanalyst (Roberto Tolentino), een keepers trainer (Carel van der Staak) en een inspanningsfysioloog (Jos Geijssel). De arts (Simone van Haarlem) adviseert tevens over voeding. Voor het overige is er veel bij het oude gebleven. Van voedingssupplementen wordt ook tegenwoordig nauwelijks gebruik gemaakt en een biertje na de wedstrijd zal volgens Ageeth Boomgaardt vermoedelijk nooit uit de hockeysport verdwijnen.

'Al begrijp ik best dat een duursporter ons voor gek zal verklaren. Hoe dichter de Spelen naderen, hoe meer ik merk dat we er ook naar gaan leven. Twee keer per dag trainen vraagt heel veel van je lichaam. Dan ben je 's avonds zo uitgeteld dat je absoluut niet meer de behoefte hebt om te gaan stappen. Maar we worden daarin wel vrij gelaten. Er is niemand die het je verbiedt.'

Van Haarlem, longarts in opleiding, is geen voorstander van voedingssupplementen. Eventuele tekorten kunnen ook met gevarieerde voeding worden aangevuld, vindt ze. 'Bovendien is het de vraag of het echt werkt. De producten zijn overal vrij verkrijgbaar zonder dat ze op hun werkzaamheid of samenstelling zijn getest. Juist omdat de samenstelling vaak zo ondoorzichtig is, kunnen er stoffen inzitten die op de dopinglijst staan. Het is een enorm grote markt, maar er is nauwelijks controle op.'

MET alle speelsters zit Van Haarlem individueel van tijd tot tijd rond de tafel. Eén keer in de twee jaar wordt een sportmedische keuring verricht waarbij onder meer een intern onderzoek wordt gedaan, een inspanningsonderzoek en schoenadvies wordt gegeven. Desgewenst worden individuele speelsters doorverwezen naar een diëtist of een psycholoog.

'Mijn functie is veelomvattend. De ene keer krijg je te maken met vaccinaties, de volgende keer een knie-operatie. Naarmate de Spelen dichterbij komen worden de details aangescherpt. Ook op medisch gebied. We willen een klimaat waarin iedereen optimaal kan presteren. Veel van mijn werk is preventief. Ik moet de speelsters er bijvoorbeeld op attenderen dat iedereen vóór Sydney nog een keer langs de tandarts moet.'

De dikke wang van aanvoerster Dillianne van den Boogaard is daarvan het resultaat. Tijdens een bezoek aan de tandartspraktijk van André Bolhuis, voorzitter van de hockeybond, wordt een verhoogd risico op een ontsteking van één van de verstandskiezen geconstateerd. Om calamiteiten in Sydney te voorkomen wordt de kies uit voorzorg getrokken.

Ze mist er aan het begin van de voorbereiding één training door en later in de week bekijkt Van den Boogaard een oefenwedstrijd vanaf de kant, om de gezwollen wang rust te geven. Ze krijgt gezelschap van Myrna Veenstra die herstellende is van een hamstringblessure. Ook Julie Deiters stopt voortijdig met de training. Het herstel van haar knie, waaraan ze is geopereerd, verloopt wonderbaarlijk. Meer last heeft ze van een flinke snee in haar voet.

Van Haarlem, oud-speelster van Kampong en het Nederlands team, controleert de hechtingen. 'Iedere arts kan dit werk doen, maar het is een voordeel dat ik aan de kant van de speelsters heb gestaan', zegt ze. 'Je spreekt dezelfde taal. Daarom is het belangrijk dat ik er straks in Sydney ook bij ben. Iemand anders kan mijn taak wel overnemen, maar het vertrouwen valt dan weg. Vooral op medisch gebied is dat belangrijk.'

Van Haarlem is nog niet zeker van een olympische accreditatie. Als ze niet door NOCNSF wordt uitgezonden, zal ze op kosten van de hockeybond naar Australië gaan. Extra geld, zo'n 65 duizend gulden, is begroot om vier reserve spelers (twee van de mannen en twee van de vrouwen) en de overige leden van de beide begeleidingsgroepen mee te nemen naar Sydney.

MAARTJE Scheepstra en Miek van Geenhuizen zijn door Van 't Hek aangewezen als nummers 17 en 18. Bij een blessure kunnen zij tot een dag voor de Spelen nog aan de selectie worden toegevoegd.

Eefke Mulder en Denise Mosbach haken geblesseerd af, zij gaan niet naar Sydney. Dat is pijnlijk.

De definitieve selectie heeft overigens lang op zich laten wachten. Van 't Hek twijfelde over de blessures van Veenstra en Mosbach. Uiteindelijk geeft hij de voorkeur aan de ervaring van Veenstra. 'Van Myrna weet ik dat ze binnen zeer korte tijd fit en op niveau kan zijn.'

Verrassender is de terugkeer van Daphne Touw. Ze vervangt reservekeepster Eveline de Haan.

'Dit zijn altijd vervelende momenten', zegt Van 't Hek. 'Het is een definitief afscheid van mensen met wie je een band hebt opgebouwd en met wie je veel hebt meegemaakt. Het is van belang dat je een helder en goed doordacht besluit neemt. Ik kan dat nu beter dan een aantal jaren geleden.

'Ik selecteer op talent, gedrag in de ploeg, opofferingsgezindheid en mentale weerbaarheid. Voor je het weet zit je in de bus naast Lance Armstrong. Maar het moet ook niet te braaf zijn allemaal. De ideale reserve is een naar predikaat.'

Hanneke Smabers viel eerst af en mocht later door de blessures van anderen wel weer mee naar Sydney. Een jaar geleden zegde ze haar baan als managementassistente bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat op om haar hoofd volledig vrij te maken voor hockey.

Tijdens de Champions Trophy in Amstelveen moest Smabers veel wedstrijden vanaf de tribune aanschouwen. Voor die tijd twijfelde ze geen moment aan haar deelname aan de Spelen. Sinds het WK is ze voor de bondscoach altijd een vaste keuze geweest. 'Ik hoor ook gewoon in de selectie.'

Om zichzelf niets te kunnen verwijten ging Smabers daarom tijdens de vakantie samen met Mieketine Wouters naar Curaçao om zich drie weken lang te onderwerpen aan de strenge trainingsschema's van marinier John Kenbeek. Fitter dan ooit keerde ze terug in het Amsterdamse Bos, maar voor een plaats bij de beste zestien waren de inspanningen aanvankelijk niet voldoende. Later weer wel.

NU de laatste zestien namen bekend zijn gemaakt, keert de rust terug in de ploeg. Het startsein voor de laatste weken van de voorbereiding is gegeven. 'Heel langzaam begint het te kriebelen', zegt Ageeth Boomgaardt. 'Op tv en in de kranten wordt er steeds meer aandacht aan besteed. Ik las laatst een verhaal over clean up day, in Sydney werden alle straten schoongeveegd. En dat doen ze omdat jij daar straks komt. Dat is een gek idee.

'De eerste keer dat we echt het gevoel kregen dat we met een belangrijk toernooi bezig waren, was toen we Europees kampioen werden. Dat was zo'n enorme ontlading. Dat we een jaar voor de Spelen al zeker waren van deelname. Hoewel niemand er op dat moment natuurlijk van verzekerd is dat ze ook daadwerkelijk naar Sydney gaat. De groep is zo breed dat het maar even niet lekker hoeft te draaien of je bent je basisplaats kwijt.

'Na de vreugde volgde eigenlijk direct het besef dat we daar ook iets moois willen neerzetten. Dat we er niet alleen naar toe gaan om deel te nemen. Daarvoor zijn we knetterhard aan de slag gegaan.'

Op de tonen van Tom Jones' Sexbomb, waarmee op de omliggende velden deelnemers aan een hockeykamp worden gewekt, werkt de ploeg op maandagochtend de warming-up af. Tijdens een aanval-verdedigings oefening op beide helften van het veld wordt bloedfanatiek gestreden om elke millimeter terreinwinst. 'Je kunt zien dat het om de Spelen gaat', zegt Van 't Hek.

'Er is heel bewust niet gekozen voor een trainingskamp in het buitenland. De speelsters zijn straks toch al weken van huis. En zo'n verre reis kost meer energie dan het uiteindelijk oplevert. Bovendien is hier alles prima geregeld.' Van 't Hek wijst op het clubhuis van hockeyclub Pinoké, dat tijdens de zomermaanden het thuis van de beide hockeyploegen is.

Tussen twee trainingen in wordt daar geluncht, geslapen of de krant gelezen. De bovenverdieping is verboden terrein voor de pers. Jacob Bergsma, persvoorlichter van NOCNSF, geeft er een lezing over omgang met de pers in Sydney. 's Avonds gaat de spelersraad, bestaande uit Carole Thate, Suzan van der Wielen, Dillianne van den Boogaard en Mijntje Donners eten met de begeleidingsgroep.

Van 't Hek onderkent het belang van zo'n spelersraad. Op een informele manier wordt er gesproken over de sfeer in de ploeg, de aanpak van de trainingen en sluimerende problemen. 'Dat is het mooie aan sport en teamgeest. Als je denkt dat je alles onder controle hebt, kan het binnen tien minuten weer door je vingers glippen. Natuurlijk heb je niet alles in de hand, maar ik ben niet bang voor hobbels. Die komen er ongetwijfeld.'

Het is daarbij zaak om vooral zo gewoon mogelijk te blijven doen. Een olympische voorbereiding is niet essentieel anders dan andere voorbereidingen, benadrukt hij. Het zijn dezelfde tegenstanders en het is precies hetzelfde spelletje. 'Omdat je langer fulltime bezig bent is de trainingsinhoud beter. We doen nu al dingen waaraan we tijdens de Champions Trophy nooit toe zijn gekomen. Maar we gaan geen dingen doen die we anders ook niet doen.

'Het is net als bij een eindexamen. Het WK of EK was een schoolonderzoek. Als je vlak voor je examen alles nog moet recht trekken door heel hard te leren, dan red je het ook niet meer. Je wordt geen olympisch kampioen in zes weken. We hebben ons goed voorbereid. We gaan voor de slagroom op de taart.'

Meer over