99ste Tour Neerlands bloed in de top-10

Vier Nederlanders mikken in de Tour de France op een klassering bij de beste tien. In 1939, tijdens de 33ste Tour, was Jan Lambrichs de eerste Nederlander die in de top van het klassement eindigde. In 1979, tijdens de 66ste Tour, finishten voor het eerst drie landgenoten in de top-10. En in de 99ste?

Het kan haast niet anders of de 99ste Tour de France luidt een ommekeer in: Neerlands bloed zal weer door de aderen van de top-10 vloeien.

De cijfers kunnen eenvoudigweg niet bedriegen. In de 33ste Tour, in 1939, eindigde voor het eerst een Nederlandse coureur in de top-10. In de 66ste Tour, in 1979, beleefde Nederland de primeur van drie landgenoten bij de beste tien. En zo zal in de 99ste Tour weer de weg omhoog worden ingeslagen.

Kwantitatief telt Nederland bij voorbaat weer mee. Achttien wielrenners zijn afgevaardigd, bijna 10 procent van het deelnemersveld. Zoveel zijn het er sinds 1991 niet geweest. Ter vergelijking: België heeft veertien coureurs in koers. Meer Nederlanders dan Belgen, dat is slechts twee keer eerder gebeurd.

Ook in kwalitatief opzicht heeft Nederland meer in de melk te brokkelen. België vestigt zijn hoop op Jurgen Van den Broeck en ook een beetje op Jelle Vanendert. Nederland heeft vier ijzers in het vuur voor de top-10 en het mooie is dat die ijzers nog wel even mee gaan.

De minst waarschijnlijke top-10-kandidaat in dit kwartet is Steven Kruijswijk. Hij debuteert in de Tour en moet zijn eigen weg zien te vinden. Geen knechten voor Kruijswijk. Maar de 25-jarige Raborenner bewees de laatste twee jaar in staat te zijn tot uitzonderlijke prestaties. Hij eindigde vorig jaar in zijn tweede Giro als achtste. Waar de meeste renners van zijn leeftijd in de derde week van een grote ronde aan kracht inboeten, lijkt Kruijswijk alleen maar sterker te worden.

De 24-jarige Wout Poels is kopman, maar bij een kleine ploeg, Vacansoleil, en niet bepaald van harte. Poels mikt liever op een ritzege dan dat hij zich opzadelt met ambities voor het algemeen klassement.

Vorig jaar viel Poels uit nog voordat de Tour toe was aan de bergen. Dat is zijn terrein. Nu begint hij beter voorbereid aan de belangrijkste koers van het jaar. Hij heeft de bergritten verkend en is beter geworden als tijdrijder. Kan dus best een verrassing worden.

Ook Bauke Mollema (25) begint aan zijn tweede Tour. Vorig jaar reed hij nog in de schaduw van Robert Gesink, maar de verhoudingen bij Rabo zijn veranderd door Mollema's vierde plaats in de Vuelta. Een kwaliteit van Mollema is zijn onverstoorbaarheid. Hij laat zich niet van de wijs brengen door tegenvallers of de druk die hem wordt opgelegd. In de Tour komt zo'n karaktertrek goed van pas.

Met zijn 26 jaar is Gesink de oudste van het stel, de meest ervaren ook. Hij begint aan zijn vierde Tour en dat heeft hem, naast een hoop ongeluk, ook al wat moois opgeleverd, zoals een vijfde plaats in 2010.

Gesink is laat in vorm gekomen door de beenbreuk in het najaar van 2011. Die heeft hem lang parten gespeeld. Met zijn zege in de Ronde van Californië en de goede prestaties in de Ronde van Zwitserland is hij de grootste Nederlandse kanshebber op een top-10-klassering.

2012

undefined

Meer over