'9/11 zette alles op scherp' Keerpunt in hoogbouw

Vervolg van pagina 1.

In Europa kwam het onderzoek met de voor ons continent gebruikelijke ambtelijke vertragingen op stoom, pas een jaar of wat na 9/11, en voor tussentijds indommelen behoed door de aanslagen in Madrid (2004) en Londen (2005). In september 2004 besloot de Europese Commissie tot de oprichting van een 'European Security Research Programme', dat vanaf 2007 niet minder dan 1,4 miljard euro subsidie moest besteden aan veiligheidsonderzoek.

'Het woord terrorisme werd een goed verkoopargument voor ons onderzoek', erkent Raymond Veldhuis, leider van het onderzoek naar 'biometrie' aan de Universiteit Twente. 'Iedereen was bang. En iedereen dacht dat biometrie het zou oplossen.' Bioloog Felix Wäckers was toevallig net bezig een geurdetector te ontwikkelen gebaseerd op het scherpe reukvermogen van sluipwespjes: 'Prompt legde iedereen de link met die aanslagen en kwam ons onderzoek in het middelpunt van de belangstelling te staan.' Bij TNO liep men na de aanslagen wekenlang 'in opperste verwarring' rond, vertelt Kees d'Huy, manager safety & security bij TNO. 'Pas later gingen we het zien in termen van onderzoek. Het was een hele nieuwe tak van sport: kun je deze mensen herkennen?'

'Er vond een paradigmawijziging plaats. Een omslag in het denken', vertelt Beatrice de Graaf, historica en als onderzoeker verbonden aan het in 2007 opgerichte Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme in Den Haag. 'Veel onderzoeksprogramma's werden ingezet op basis van worstcasescenario-denken en het wegnemen van dreiging. 'Stel dat' en 'wat als' kwamen in plaats van empirisch kijken: maar gebeurt dit ook echt? Zo ging men risicodenken als leidraad nemen.'

Neem de angst voor bioterrorisme. Microbiologen wezen erop dat de Japanse sekte Aum Shinrikyo in de jaren negentig liefst negen keer tevergeefs had geprobeerd miltvuur- en botulismebacteriën los te laten op de bevolking en dat er dagelijks meer mensen overlijden aan griep dan er ooit zijn overleden aan miltvuur. Ze werden overtroefd door terreurbestrijder Gerald Epstein, die zich retorisch afvroeg hoe microbiologen het zouden vinden als men 'in een grot in Afghanistan een biotechnologisch vakblad zou vinden met sommige passages geel gemarkeerd'. De regering-Bush zou uiteindelijk liefst 60 miljard dollar (ruim 40 miljard euro) uittrekken voor de 'bioveiligheid'.

Ook in Nederland ontstonden curieuze situaties. Aan het Centraal Veterinair Instituut moest microbioloog Hendrik Jan Roest opeens stukjes stucwerk en beetjes waspoeder behandelen alsof het om dodelijke bacteriën ging. Dan was er weer ergens een poederbrief bezorgd, zegt hij. 'Al heeft iedereen er zo zijn gedachten bij: er is een protocol, en dat voer je uit. Want stel dat het wél wat is, dan is het huis gewoon te klein.'

Er was dan ook wel wat gebeurd, zegt TNO-onderzoeksleider d'Huy. 'We leerden: het onvoorstelbare gebeurt dus tóch. Dat hadden we nog niet meegemaakt.' Zijn collega, TNO-directeur innovatie Ida Haisma: 'Risico is kans maal effect. En na 9/11 is er meer aandacht gekomen voor dat tweede, het effect dat een gebeurtenis heeft.' Van pursue naar prepare, heet dat bij TNO: meer nadruk op het voorbereid zijn op de gevolgen van eventuele calamiteiten.

Terwijl Nederland een Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding inzette, historicus Bob de Graaf de eerste hoogleraar terrorismebestrijding werd en de campagne 'Nederland tegen terrorisme' van start ging, begon het manna van het terrorisme-onderzoeksgeld ook in Nederland op de wetenschap neer te dwarrelen. Via de coördinator, de subsidiegevers NWO en STW, en vanuit het bedrijfsleven. In Twente bloeide Veldhuis' biometriegroep op, in Delft en Amsterdam kwam het onderzoek naar slimme camera's tot wasdom, en elders richtten academici zich op radars, scanners, bomcontainers, computerbeveiliging, de historische en psychologische achtergronden van extremisme en wat al niet meer.

Opvallend: al direct begon het woord 'terrorisme' op de onderzoeksagenda's weg te zinken in het veel algemenere thema 'veiligheid'. Zoals bij TNO, waar Marieke Klaver en Albert Nieuwenhuijs in samenwerking met onder meer werkgeversorganisatie VNO-NCW in kaart brachten waar in Nederland eigenlijk de kwetsbaarste plekken zitten. 'Na tien jaar kunnen we zeggen dat terrorismebestrijding niet los gezien kan en moet worden van andere vormen van onveiligheid', zegt d'Huy. 'We hebben het dan over veel meer dan terrorisme. Denk aan dijkdoorbraken, grote branden of andere rampen. We leven hier in een delta, onze economie is in hoge mate van veiligheid afhankelijk.'

Er was meer aan de hand, zegt terrorisme-onderzoeker De Graaf. Het land, opgeschrokken door de vuurwerkramp in Enschede (2000) en de brand in café 't Hemeltje in Volendam (2000/2001), was kennelijk toe aan een veiligheids-makeover. 'In de jaren negentig waren politieorganisaties al bezig met het uitproberen van nieuwe technologische middelen. De veiligheidsmonitoren waren in die tijd ook al opgekomen, net als de spanning rondom immigranten', zegt ze. '9/11 zette alles op scherp. Terecht werd er een systeem van terrorismebestrijding opgezet. Maar ik denk dat de aanslagen in Amerika, bij alle tragiek, veel mensen ook goed uitkwamen.'

Vergelijk het maar eens met de jaren zeventig van de vorige eeuw, zegt De Graaf. 'Destijds was er in ons land veel meer terrorisme dan nu. De PKK, de RAF, de Palestijnen, de Molukse treinkapingen: er vielen tientallen doden, er was van alles aan de hand, maar toch zette niemand het onderwerp op de politieke agenda.'

Dat was nu wel anders. 'Terrorisme is voor veel partijen ook een window of opportunity', zegt politicologe Marieke de Goede, die onderzoek doet naar de veiligheidscultuur in Europa. 'Er wordt onder het mom van terrorisme veel techniek genormaliseerd die dat voorheen niet was.' Onderzoekster Lonneke van Noije van het Sociaal Cultureel Planbureau signaleert dat ook. '9/11 heeft aanleiding gegeven tot tamelijk onorthodoxe maatregelen. Bodyscans, identificatieplicht, fouilleren op straat; het zijn toch dingen die in de jaren negentig ondenkbaar waren.'

Zeker toen duidelijk werd dat de terroristen naar Al Qaida-model de deur bij ons nu niet bepaald platliepen, begonnen de vindingen die het antiterrorismeonderzoek opleverden uit te waaieren. De bomvrije container Episafe, ontwikkeld door TNO en het bedrijfsleven en op de folder nog geadverteerd als probaat middel tegen bomkoffers, vond aftrek bij onder meer de luchtmacht en in landen als Irak, Afghanistan en Indonesië. Wäckers' sluipwespendetector wordt onderzocht als opsporingsmiddel van onder meer schimmelgifstoffen in pinda's, berengeur in varkensvlees en bedwantsen; de slimme camera's van onder meer Rothkrantz worden getest in stadions, op perrons en in het openbaar vervoer. 'Agressie en de openbare veiligheid zijn belangrijke thema's geworden', vertelt Rothkrantz.

Dat is dan één-nul voor de terroristen, klagen privacy- en mensenrechtenbewakers in koor. In een vernietigend rapport schrijft Statewatch, een Europese denktank van privacy-activisten, dat we onder het mom van antiterrorisme een maatschappij hebben opgetuigd met Big Brother-trekken, maar dat het vooral de veiligheidsindustrie is die daarvan profiteert.

Beatrice de Graaf kan zich daarbij wel iets voorstellen. 'Rond het thema veiligheid is een hele industrie ontstaan van adviesbureaus en consultancygroepen, die de wetenschap van het risicodenken verkopen en handelen in veiligheidsadviezen, veiligheidsmonitoren en beveiligingsconcepten. Voorzorg, preventie en veiligheid zijn big business geworden. Dat was misschien onvermijdelijk, maar de vraag is wie erop toeziet en waar het toe leidt.'

'Ik zou de term Big Brother nooit gebruiken', zegt hoogleraar politicologie De Goede intussen. 'Maar het valt mij wel op dat bij veel initiatieven die in naam van het antiterrorisme zijn gestart weinig vragen worden gesteld. Je zou die initiatieven afzonderlijk op hun voor- en nadelen moeten beoordelen.'

Aan gene zijde van de oceaan wordt inmiddels openlijk betwijfeld of de wetenschappelijke oorlog tegen terrorisme eigenlijk wel heeft opgeleverd waar het toch allemaal om was begonnen - minder kans op aanslagen. In een vernietigend artikel in het vakblad Nature constateert polemoloog Peter Zimmerman deze week dat de miljardenuitgaven aan het science & technology-programma vooral triviale foefjes hebben opgeleverd, zoals een nieuw ademhalingsapparaat voor de brandweer. In een al even vernietigend commentaar in Science schrijft Harvard-hoogleraar Lewis Branscomb dat de VS 'in 2011 nog steeds kwetsbaar zijn' voor allerlei rampspoed.

Het is lastig te beoordelen hoe dat in Nederland zit. Tegen de aanslagen die er waren, stond de wetenschap in elk geval machteloos. Karst T. en Tristan van der V. waren autochtone eenlingen, de Nigeriaanse onderbroekterrorist Abdulmutallab werd niet gesnapt door slimme scanners, maar besprongen door de alerte passagier Jasper Schuringa. 'Terroristen worden vooral gevangen door de oplettende agent of burger op straat. Of doordat het al bekende terroristen zijn die werden afgeluisterd', zegt De Graaf. 'Niet door al die moeilijke systemen.'

Maar de systemen zijn dan ook nog in ontwikkeling, zeggen de onderzoekers. Zo wijst Veldhuis op de 'flinke vooruitgang' die onderzoekers boeken met gezichtsherkenning en voorziet Rothkrantz 'over tien jaar' echt slimme camera's. Behalve dat dat de bewaking verbetert, moet dat ook wel, zegt d'Huy: er komt een tekort aan lager opgeleide jongeren, en dus zal de beveiligingswereld te maken krijgen met personeelskrapte.

Haisma en d'Huy voorzien een maatschappij waar de beveiliging subtiel is ingeweven in de omgeving en de systemen naadloos aan elkaar zijn geknoopt om overlap te voorkomen - 'seamless security', zoals dat in TNO-taal heet. 'Je voelt je veilig, maar hebt er geen last van. Dus geen rijen meer op de luchthaven, wel slimme camera's die zonder dat je het merkt afwijkend gedrag detecteren.' Ook politicologe De Goede denkt dat de echte nasleep van 9/11 nog tot wasdom moet komen. 'Ik denk dat er veel in gang is gezet dat nog lang aanwezig zal blijven en grote maatschappelijke effecten zal hebben.'

Ook zonder terroristen gaat de wetenschappelijke oorlog tegen het terrorisme gewoon door. 'Niets doen, daar geloof ik toch niet zo in', zegt Rothkrantz. 'Tankstations en winkels waar camera's hangen, worden minder lastiggevallen, en na de rellen in Londen kon men achteraf veel relschoppers identificeren. Dat vind ik toch wel een prettig idee.'

Bij een pilotproject aan de Belgische grens vond TNO-onderzoeker Kees d'Huy bewijs dat slimme camera's echt werken. Het systeem waarom het ging - @migo, spreek uit Amigo - leest kentekens en verrijkt die met achtergrondinformatie, waarna het motoragenten van de Marechaussee attendeert op verdachte auto's. 'Als een auto uit Maastricht bij Breda de grens over gaat, of een voertuig gaat twee keer in een half uur de grens over, dan wil je eens met zo'n bestuurder praten.' Dat zorgde ervoor dat de pakkans 'enkele procenten' groter werd, aldus d'Huy. Maar belangrijker, zegt hij, was dat de Marechaussee op een andere manier ging kijken. 'Hun selectie werd anders. Motoragenten hebben toch bepaalde ingesleten ideeën over hoe een verdachte auto eruit ziet. Dit systeem geeft ze een objectiever beoordelingscriterium.'

Grotere pakkans

'In ons vakgebied hebben we van 9/11 twee lessen geleerd', zegt hoogleraar hoogbouw Rob Nijsse (TU Delft). 'Het is cruciaal dat de hitte van een brand de hoofddraagstructuur van het gebouw niet kan aantasten, zoals bij de Twin Towers gebeurde. En je moet altijd zorgen dat de vluchtwegen hun eigen noodtrappenhuis hebben dat bestand is tegen bommen en brand.'

Maar de interessantste les van 9/11 vindt Nijsse een andere: 'We hadden er een prestigieus gebouw voor terug moeten zetten dat nog veel hoger was. Technologisch gezien kan dat, maar je ziet dat de Amerikaanse economie het niet meer kan opbrengen. Dat vind ik een belangrijk en onthutsend keerpunt: in Dubai en China kan het wél.'

'Ik vrees geen bioterreur'

'Het ebolavirus staat op het lijstje van virussen die sinds 9/11 extra in de belangstelling staan', vertelt onderzoeker Thijn Brummelkamp, pas terug van zeven jaar onderzoek in de VS. 'De veiligheidsmaatregelen zijn zodanig dat ik als onderzoeker zelf niet met het echte virus kan werken.' Daarom onderzocht Brummelkamp met een nagebootst ebolavirus hoe de ziektekiem cellen binnendringt - een vinding waarmee hij vorige maand Nature haalde. Gevaarlijk om op te schrijven? 'Hoe ik ook nadenk, ik kan echt niet bedenken wat een terrorist hiermee zou kunnen. Ik denk sowieso dat de pathogenen uit de natuur veel gevaarlijker zijn dan wat een terrorist zou kunnen.'

Biosensor profiteert

'Puur toeval', noemt bioloog Felix Wäckers het. Vlak na 9/11 kwam zijn vinding, een 'biosensor' waarbij sluipwespjes explosieven of andere stoffen opsporen, volop in de belangstelling. 'De aanslagen hebben eraan bijgedragen dat ons onderzoek, dat is gefinancierd door het Amerikaanse leger, kon doorgaan.' Inmiddels werkt Wäckers aan verfijndere toepassingen, waarbij de insecten bijvoorbeeld ook hogere concentraties van bepaalde chemicaliën kunnen detecteren tegen een lagere achtergrondconcentratie. 'Daarop hebben we nu net een vervolgpatent aangevraagd.'

Veiliger na 9/11?

Camera's, identificatieplicht, biometrische paspoorten, fouilleren op straat: is het land er sinds 9/11 veiliger op geworden?

Lastig te zeggen, vindt onderzoekster Lonneke van Noije van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Tussen 2001 en 2007 nam het aantal geweldsdelicten volgens de politie toe, maar dat kan mede komen door de hogere prioriteit die politie en justitie eraan gaven: het aantal mensen dat zelf aangaf slachtoffer te zijn geweest van geweld nam in diezelfde periode juist af. Intussen nam het gevoel van veiligheid onder burgers toe, maar ook dat zegt niet alles: uit onderzoek van Van Noije en collega's blijkt dat mensen de vraag 'voelt u zich weleens onveilig?' vaak aangrijpen om in plaats van hun persoonlijke angst voor slachtofferschap een algemeen gevoel van maatschappelijk onbehagen te ventileren.

Veelzeggend is een evaluatie die Van Noije en haar collega Karin Wittebrood in 2008 publiceerden, over de effecten van verschillende veiligheidsmaatregelen die de overheid in de nasleep van 9/11 nam. Aan de pluskant: de strengere aanpak van draaideurcriminelen leek de misdaad in elk geval op de korte termijn wat te drukken. Aan de minkant: cameratoezicht op straat bleek nauwelijks te helpen tegen geweld. 'Camera's worden vaak ingezet als preventief middel, maar die verwachting is in elk geval niet uitgekomen', zegt Van Noije. 'Ook op het gevoel van veiligheid hebben we geen positieve effecten vastgesteld.'

Opvallend is wel dat er minder inbraken en diefstallen waren. Maar dat komt hooguit gedeeltelijk door de camera's, zegt Van Noije: vooral de betere sloten op huizen en auto's maakten uit.

'Opeens stond nucleair terrorisme prominent op de agenda', zegt hoogleraar reactorfysica Tim van der Hagen van de TU Delft. 'Vroeger diende een kerncentrale beschermd te zijn als er toevallig een vliegroute in de buurt was; tegenwoordig moet je sowieso beschermd zijn tegen vliegtuigen.' Dat klinkt door in de nieuwe ontwerpen voor reactoren, zegt Van der Hagen. 'In de vierde generatie kernreactoren waaraan we werken, is dit soort beveiliging heel duidelijk aanwezig. Bovendien worden uitsluitend splijtstofcycli toegepast waarbij het nucleair materiaal alleen in een mengsel voorkomt dat ongeschikt is voor misbruik. Het terrorisme heeft wat dat betreft een behoorlijke impact gehad.'

Kernterroristen geweerd

undefined

Meer over