75ste Festival zal het vooral moeten hebben van twintigste-eeuws operawerk: Salzburger Festspiele omgeven met veel rumoer en folklore

De Salzburger Festspiele zullen hoogstwaarschijnlijk tot en met 2001 onder leiding staan van Gerard Mortier. Het bestuur zegt zijn overeenkomst met de vernieuwingsgezinde operaspecialist, wiens contract in 1997 afloopt, met vijf jaar te willen verlengen....

ROLAND DE BEER

Van onze verslaggever

Roland de Beer

SALZBURG

Naast de Belg Mortier blijft de Oostenrijker Hans Landesmann verantwoordelijk voor de financiën en voor de concertprogrammering. Toneeldirecteur Peter Stein heeft laten weten dat hij in 1997 opstapt, maar graag aanblijft als regisseur.

'Twist overschaduwt Salzburger Festspiele', riep de Weense kwaliteitskrant Die Presse donderdag niettemin op pagina 1, in een openingsverhaal dat in lengte en presentatie de gruwelen in Zaïre en de nieuwe getuigenissen over massagraven in Srebrenica naar het tweede plan verwees. Alsof ruzie rond - liefst tijdens - de Salzburger Festspiele iets bijzonders is.

Het is waar: het festival van Salzburg voltrekt zich in het 75ste jaar van zijn bestaan rumoeriger dan in de vorige drie afleveringen. Mortier, die in 1992 aantrad, heeft eind juli zijn eerste publieksdebâcle geïncasseerd. Zijn nieuwe produktie van Richard Strauss' opera Der Rosenkavalier, gedirigeerd door Lorin Maazel en geregisseerd door Herbert Wernicke, is trouwe liefhebbers in het Straussbastion Salzburg in het verkeerde keelgat geschoten, en werd bij de jubileumpremière op een hels boe-geroep onthaald.

Met Verdi's La Traviata haalde Mortier een week later ook een eerste, onvervalste zeperd bij de internationale pers (met uitzondering van de Italiaanse). Het bondigst in zijn oordeel was de Frankfurter Rundschau, die de futloze enscenering van Lluis Pasqual, compleet met de ouderwetse uitmonstering die het werk was van Luciano Damiani (een keus die maestro Riccardo Muti rustig moest houden) beoordeelde als een 'Karajaneske geestenbezwering', gestoken in een 'ranzig arrangement'.

Voor sommige Oostenrijkse critici was de vocale bezetting van de nieuwe Mozart-produktie Le nozze di Figaro een wisselvallige bedoening, lees een smakelijk hapje, waarbij het door Nikolaus Harnoncourt geleide European Chamber Orchestra fungeerde als nagerecht.

Alsof de duvel ermee speelt, wil het gerucht dat de omzet van Mozartkugeln in Salzburg met vijftig ton per jaar is afgenomen. Alsof dit nog niet genoeg was, meldde de krant Salzburger Nachrichten donderdag het failliet van twintig Salzburger restaurants en een teruggang in het hoteltoerisme met 400 duizend overnachtingen. Het wachten is op de eerste Weense commentaren die dit verlies toeschrijven aan Mortiers artistieke hervormingsbeleid. Verder is er ook dit jaar weer sprake van de langzamerhand onmisbare dreiging met een rechtszaak.

Niet afkomstig van de erven-Von Karajan, ditmaal, of van het Paasfestival van Salzburg. Ook niet van de immer recipiërende platenmaatschappijen, die Mortier deze zomer weer danig heeft weten te sarren door ze publiekelijk te bestempelen als 'doodgravers van de kunst' en 'souteneurs van opera-sterren' (Mortier: 'Hun recepties voor de high society hebben met het festival niets meer te maken'). Zij hebben het gelaten bij de klacht van een Decca-directeur, die meldde zich te voelen als een 'kettingroker onder gezondheidsapostelen'.

De dreiging met een geding is ditmaal afkomstig van de Weense sensatiekrant Kurier, die deze week een schoen aantrok die men kennelijk goed vond staan. Op de televisie beschuldigde Mortier 'bepaalde kringen in Wenen' ervan een media-intrige tegen hem te financieren. Kurier sommeert de Belg thans zijn woorden terug te nemen, een bevel dat de wakkere, wellicht paranoïde aangelegde intendant 'koud laat'.

Zoveel is duidelijk: de twist die Die Presse haar lezers diets maakt, speelt zich niet af tussen festival-betrokkenen. Het zijn ditmaal de Weense commentatoren, die zichzelf tot partij hebben gepromoveerd.

De Oostenrijkse folklore van het entfernen, het uit het kunstleven pogen te 'verwijderen' van een (liefst buitenlandse) leidende figuur, is in de rechtse media deze week in alle schoonheid opgebloeid. Die Presse, woensdag nog hoopvol gestemd over het gegeven dat Mortier zijn verlengingscontract pas in oktober wil ondertekenen, sprak die ochtend van 'grafrust'.

Redacteur Sinkovicz heeft - met het oog op Mortiers 'succesloze, soms desastreuze' Mozart-produkties, en met het oog op zijn heilloze relatie met topdirigenten, die hij naar een marge zou hebben gedrongen die zich slechts laat vergelijken met het 'getto' waarin hij moderne muziek zou hebben laten belanden - een oplossing: 'een Oostenrijker'.

Zijn oplossing heet Karl Löbl, de onlangs gepensioneerde omroepchef, die de post-Karajan-era sinds 1992 placht te kwalificeren als 'niets dan lucht', en nu in een wekelijkse column in Kurier zijn verlangen belijdt naar de tijden dat Mozart in Salzburg nog Mozart was, en Der Rosenkavalier niet 'gestoord werd door regisseurs'. Kurier gewaagde tezelfderdaags van sterke geruchten waarin Löbl werd 'genoemd' als mogelijke opvolger. Achter de schermen, meent ook de Weense Kronenzeitung, zou Mortier tot oktober nog een gevecht leveren om meer macht en een salarisverhoging. Een bewering die het Salzburgse bestuurslid Reschen op zijn beurt zwakzinnig noemt.

De tijd zal het leren.

Intussen is Alban Bergs opera Lulu met succes in première gegaan in een grotesk-macabere enscenering van Peter Mussbach. De jonge sopraan Christine Schäfer kwalificeerde zich, vocaal en fysiek, als een Lulu van verbluffende, niet guitige (à la Teresa Stratas) maar koele schoonheid, die haar ondergang eerder dromend dan handelend tegemoet ging.

De Nederlandse bariton John Bröcheler was haar tegenspeler in de persoon van een hevig malende Dr Schön - wiens overspannenheid door Mussbach overigens wel wat had mogen worden gestileerd. De bijval voor Bröcheler was verdiend, maar in de regie van Willy Decker kwam hij als Wozzeck bij de Nederlandse Opera beter tot zijn recht. (Als dirigent zouden we, in plaats van de betrouwbare, maar weinig fantasierijke Michael Gielen, eigenlijk ook Hartmut Haenchen hier wel aan het werk hebben willen zien.)

De Festspiele '95 zullen het, nog sterker dan in voorgaande jaren, moeten hebben van twintigste-eeuws operawerk. De sopraan, nee de ster Jessye Norman mag het de komende dagen bewijzen als soliste in Schönbergs 'monodrama' Erwartung, in een regie van Bob Wilson.

Als om critici bij voorbaat de mond te snoeren, staat de zitbank die Wilson voor Norman ontwierp reeds als kunstwerk in de hal van het Kleine Festspielhaus - een granieten replica waar zelfs een ster-sopraan van haar leven niet doorheen zal zakken.

Meer over