INTERVIEWhistoricus Alanna O'Malley

75-jarige Verenigde Naties moeten zich nog bewijzen in coronacrisis – de kans dus voor een nieuw elan

Eind deze maand had het 75-jarig bestaan van de Verenigde Naties feestelijk gevierd moeten worden. Het coronavirus gooide roet in het eten. De Ierse hoogleraar Alanna O’Malley, kenner van de VN, betreurt dat. ‘Maar dit biedt ook gelegenheid op bezinning over de toekomst van de VN’, zegt ze.

De Ierse historicus Alanna O'Malley, bijzonder hoogleraar United Nations studies in peace and justice in Leiden.Beeld Kiki Groot

‘De VN hebben een slechte reputatie, maar op het gebied van humanitaire hulp hebben ze grote successen geboekt’, zegt O’Malley, bijzonder hoogleraar United Nations studies in peace and justice aan de Universiteit Leiden en de Haagse Hogeschool. Samen met de gemeente Den Haag, die haar leerstoel in het leven heeft geroepen, werkte ze onder meer aan de voorbereiding van activiteiten ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de VN, op zaterdag 24 oktober. 

Het coronavirus heeft een streep door die activiteiten gehaald, maar wat veel belangrijker is: ‘Het virus heeft de tekortkomingen van de VN blootgelegd. De noodzaak van versterkte samenwerking, van unilateralisme is eens te meer aangetoond. Zelfs een supermacht kan het virus niet op eigen houtje bestrijden’, aldus O’Malley per telefoon.

WHO vleugellam

De afgelopen jaren zijn de VN gaan ‘piepen en kraken’, zegt ze. Onder president Donald Trump draaiden de VS, de grootste donor, de geldkraan dicht voor enkele VN-organisaties, waaronder – tijdens de pandemie – de Wereldgezondheidsorganisatie WHO. ‘Hij zocht een zondebok, iets of iemand moest toch de schuld krijgen van de verspreiding van het virus.’ O’Malley betreurt het dat de WHO vleugellam wordt gemaakt. ‘Ik zie niet gebeuren dat andere landen in het vacuüm van de VS springen. Ze steken hun geld nu liever in de eigen gezondheidszorg.’ Het werk van de WHO beschouwt de hoogleraar juist als een van successen: zo is door grootschalige vaccinatieprogramma’s de kindersterfte wereldwijd gedaald, met 62 procent sinds 1945.

Het ‘imagoprobleem van de VN onder gewone burgers’ is volgens haar vooral te wijten aan de aandacht van media en politici voor de VN-Veiligheidsraad. ‘Onevenredig veel aandacht.’ Het machtigste orgaan van ’s werelds grootste organisaties (193 lidstaten) word verscheurd door twisten tussen de P5, de vijf permanente leden met een vetorecht: de VS, China, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Maandenlang had de Veiligheidsraad nodig om gehoor te geven aan een oproep van VN-chef António Guterres: een resolutie aannemen over een (tijdelijk) staakt-het-vuren, waar ook ter wereld, tijdens de pandemie. Zo’n resolutie is bindend, behoort tot het internationaal recht.

O'Malley: ‘Het virus heeft de tekortkomingen van de VN blootgelegd.’Beeld Kiki Groot

O’Malley: ‘Hoe die tot stand kwam is ontluisterend voor het aanzien van de Veiligheidsraad, maar ‘op de grond’ waren wel degelijke VN-organisaties actief. Via humanitaire corridors konden ze de bevolking bereiken met hulpgoederen. Het Wereldvoedselprogramma (WFP) bijvoorbeeld in Jemen, de vluchtelingenorganisatie UNHCR en Unicef (voor hulp aan kinderen, red.) in Libië.’

Schoon drinkwater

Historicus O’Malley noemt het werk van deze en andere VN-instellingen indrukwekkend. In het blad Clingendael Spectator gaf ze onlangs voorbeelden. De UNHCR heeft 50 miljoen vluchtelingen geholpen hun leven weer op te bouwen, Unesco heeft miljoenen kinderen onderwijs geboden, het UNDP (een ontwikkelingsorganisatie, red.) heeft 2,6 miljard mensen toegang gegeven tot schoon drinkwater. De hoogleraar juicht het toekennen van de Nobelprijs voor de Vrede 2020 aan het WFP toe: ‘De organisatie verschaft voedsel aan 97 miljoen mensen in 88 landen. Een geweldige prestatie.’ De prijs ‘komt ook het imago en het prestige van de VN als geheel ten goede’.

‘Doordat in de publiciteit te veel de nadruk wordt gelegd op de Veiligheidsraad, is het beeld versterkt van een zwakke, inefficiënte, archaïsche instelling die verlamd wordt door bureaucratie.’

Aarzelingen en onmin in de Veiligheidsraad hebben ook bijgedragen aan ernstige oorlogsmisdaden waaraan vredestroepen (blauwhelmen) niet het hoofd wisten te bieden. ‘De burgeroorlog in Rwanda is, met ongeveer een miljoen doden in 1994, het dieptepunt. In Nederland denken jullie natuurlijk vooral aan het Srebrenicadrama.’ O’Malley erkent dat vredesmissies (momenteel telt de VN er dertien, vooral in Afrika) ‘vaak negatief in de publiciteit komen: als ze falen bij de bescherming van burgers of verwikkeld zijn in schandalen, zoals seksueel misbruik’.

Eigenbelang

Maar ook dat beeld is eenzijdig, in elk geval onvolledig, zegt O’Malley. ‘Neem bijvoorbeeld de vredesmissie op Cyprus, een van de oudste VN-operaties. Als sinds 1964 lukt het blauwhelmen een bufferzone te vormen tussen Grieks-Cyprioten en Turks-Cyprioten. Oorlog is al die decennia uitgebleven.’ Bovendien, zegt ze, valt het vredessoldaten elders vaak niet aan te rekenen dat ze tekortschieten. ‘Missies zijn onderbemand, het ontbreekt aan wapens en materieel, het mandaat is te zwak. En ook hier moeten we kritisch kijken naar de VN-Veiligheidsraad. De permanente leden besteden slechts 1 tot 2 procent van hun militaire uitgaven aan vredesmissies.’

Veel kritiek was er deze maand op de toetreding van China en Rusland tot de 47 leden tellende VN-Mensenrechtenraad. Alsof je een brandstichter toelaat tot de brandweer, schamperde de organisatie UN Watch. O’Malley ziet het anders: ‘Door die landen te ‘omarmen’ verplicht je ze in discussie te gaan over de eigen misstanden, zoals kampen voor de Oeigoerse minderheid en vergiftiging van politieke tegenstanders. Schenders van mensenrechten kunnen aangesproken en bekritiseerd worden bínnen het systeem van de VN. Naming and shaming.

Al met al concludeert O’ Malley dat het tijd is voor een nieuw elan bij de VN, een ‘revitalisatie’ na 75 jaar. De coronacrisis is een dwingend argument. ‘Als er straks een vaccin gevonden wordt, is het aan de VN om te zorgen voor een eerlijke verdeling. Het mag niet zo zijn dat rijke landen ermee aan de haal gaan, ten koste van armere, vaak zwaarder getroffen lidstaten. Het eigenbelang mag niet voorop staan, de crisis leent zich bij uitstek voor internationale samenwerking – de reden waarom de VN zijn gericht.’

Meer over