nieuws

56 doden bij bombardement op Tigray-vluchtelingenkamp, kort na handreiking Ethiopische regering

Bij een luchtaanval op een vluchtelingenkamp in de Ethiopische regio Tigray zijn vrijdagnacht zeker 56 doden gevallen. Volgens hulpverleners raakten ook tientallen mensen gewond, onder wie veel kinderen. Een staakt-het-vuren leek vrijdag juist dichterbij te komen, nadat de regering aangaf met de Tigrese rebellen te willen praten.

Carlijn van Esch
Bij het bombardement raakten tientallen mensen gewond, waaronder kinderen.  Beeld REUTERS
Bij het bombardement raakten tientallen mensen gewond, waaronder kinderen.Beeld REUTERS

Het bombardement vond plaats in de nacht van vrijdag op zaterdag. ‘Het was pikkedonker en ze konden niet vluchten’, zei een hulpverlener tegen persbureau Reuters. Het aangevallen vluchtelingenkamp ligt nabij de plaats Dedebit in het noordwesten van Tigray. De lokale autoriteiten hebben het dodental bevestigd.

Het is het tweede bombardement op een vluchtelingenkamp in korte tijd. Woensdag werd vluchtelingenkamp Mai Aini in het zuiden van Tigray geraakt. De Verenigde Naties maakte donderdag bekend dat daarbij drie slachtoffers vielen, waaronder twee kinderen. Het is nog niet duidelijk wie verantwoordelijk is voor de aanvallen. Wel wees de VN erop dat de Ethiopische regering de benodigde luchtmacht heeft in het gebied.

Het drama ontvouwde zich luttele uren nadat de Ethiopische regering bekendmaakte dat het met de Tigrese rebellenbeweging in gesprek wil gaan. ‘De sleutel tot blijvende vrede is dialoog’, staat in de verklaring van de overheid. Ook verleende de regering amnestie aan prominente politieke gevangenen die steun hadden betuigd aan de opstandelingen in Tigray.

Terugtrekking rebellenleger

Vorige maand gaf het in het nauw gedreven Tigrese rebellenleger aan in gesprek te willen gaan over een staak-het-vuren. De troepen van het Tigrese Volksbevrijdingsfront (TPLF) trokken zich vervolgens volledig terug binnen de regio. Wekenlang bleef een publieke reactie van de Ethiopische regering uit en werd gevreesd dat het regeringsleger haar opmars niet zou willen beëindigen. Tot de overheid vrijdag, op het orthodoxe kerstfeest, met de stap richting vrede kwam.

De oorlog in Ethiopië brak uit in november 2020 toen het TPLF zich tegen de regering van premier Abiy Ahmed keerde. Met hulp van milities uit aangrenzende gebieden en militairen uit buurland Eritrea, bezette het regeringsleger het overgrote deel van de noordelijke regio Tigray. Tigrese burgers werden daarbij het slachtoffer van grootschalige moord, plundering en verkrachting.

In juni van dit jaar keerden de kansen en slaagden de rebellen erin om de hoofdstad van Tigray, Mekelle, terug te veroveren. Daar bleef het niet bij. Het Tigrese rebellenleger stootte door in de richting van de nationale hoofdstad Addis Abeba. In die opmars maakten ook de rebellen zich schuldig aan onder meer verkrachting en executies. Dankzij drones geleverd door Turkije, Iran en de Verenigde Arabische Emiraten wist het regeringsleger haar overmacht weer terug te veroveren, waarna de TPLF langzaamaan werd teruggedreven.

Miljoenen ontheemden

Sinds het begin van het conflict zijn duizenden mensen gedood en miljoenen op de vlucht geslagen. De regering wordt er regelmatig van beschuldigd dat het geweld tegen burgers gebruikt in de al 14 maanden durende oorlog met de Tigrese rebellenbeweging, maar heeft dat steevast ontkent. Hulpgoederen zoals voedsel en medicijnen komen als gevolg van tegenwerking van het regeringsleger slechts mondjesmaat Tigray binnen. Hulporganisaties waarschuwen voor een massale hongersnood.

Na de terugtrekking van het rebellenleger, eind december, werden de luchtaanvallen op de opstandige regio voortgezet. Lokale hulporganisaties hielden bij dat er sinds 18 oktober minstens 146 mensen in Tigray door bombardementen zijn gedood. Volgens de VN maakt de grote regelmaat waarmee er luchtaanvallen plaatsvinden de regio onbereikbaar maakt voor humanitaire hulporganisaties. De hoop is dat een staakt-het-vuren nu eindelijk dichtbij is.

Meer over