27 holes tussen heide en paardenbloemen

Er is iets vreemds aan de hand met de golfbaan in Renkum. De directie probeert het spel te verbinden met de natuur....

Tekst Caspar Janssen

‘Pling.’ Een ouder lid van golfclub Heelsumse Veld heeft uitgehaald vanaf de afslagplaats (de tee, voor de kenner) van hole vier en bekijkt tevreden het resultaat. Het balletje landt zo’n 200 meter verderop, net achter een natuurlijke hindernis in de vorm van een droogdal uit de ijstijd dat dwars door het golfterrein loopt. ‘Niet slecht voor een man op leeftijd’, constateert de golfer tevreden en hij zet het samen met zijn spelkameraad op een wandelen, langs stroken heide, hoog gras vol paardenbloemen en stuifkuilen, het balletje achterna.

Er is iets vreemds aan de hand met deze golfbaan in de gemeente Renkum. Zeker, op de fairway, het middelste deel van de golfbaan, is het gras keurig gemaaid, net als op de green, het eindpunt, waar het gras nog korter is. Maar sta je in een bunker (een zandkuil in de baan) en kijk je om je heen, dan lijkt het soms alsof je als golfer op de verkeerde plek terecht bent gekomen – namelijk op de heide van Kootwijk. Een natuurgebied dus.

‘En dat is precies de bedoeling’, zegt Adrie van der Werf, baancommissaris van de club, en bioloog bovendien. Hij wijst even later op een ‘bunkercomplex’ op de golfbaan. Stuifkuilen zijn het, zoals je ze hier vroeger zag, toen het nog de Renkumse heide was; voordat de arme zandgrond begin deze eeuw in gebruik werd genomen voor de akkerbouw. Slechts een van de stuifkuilen behoort tot de baan, de rest is ‘natuurlijk’. ‘Dit is ook ideaal voor de beestjes’, zegt Van der Werf. ‘Hier kwam ik laatst zomaar tapuiten tegen. Hier zullen ook al wel zandhagedissen zitten.’

Het past allemaal in het plan van Van der Werf en Gert Mulder, samen de directie van de golfclub. ‘We proberen de spelelementen te verbinden met de natuurlijke elementen.’

Van der Werf en Mulder proberen vooral een golfbaan te maken die lijkt op een natuurgebied. Internationaal zijn ze daarmee voorloper, in Nederland zijn ze naar eigen zeggen een ‘buitenbeentje’ in hun streven om de natuur consequent in de baan te verweven. Of beter andersom; de golfbaan onderdeel te laten uitmaken van het bestaande landschap. In dit geval het landschap zoals het er lag voordat het werd geëgaliseerd en in gebruik werd genomen voor de landbouw.

Revolutionair
En Mulder en Van der Werf laten er geen gras over groeien. Hun plan resulteerde in een revolutionaire samenwerking met Natuurmonumenten, die de club met raad en daad bijstaat. ‘Wij stonden er in eerste instantie van te kijken dat een golfclub zich bij ons meldde’, zegt Machiel Bosch, Natuurmonumentenbeheerder Zuidwest-Veluwe. ‘We moesten over onze eigen schaduw heen springen. Ikzelf moest ook de switch maken naar: golf is niet alleen een bedreiging, maar kan ook een kans zijn.’

Het project lijkt innovatief en dat dachten Mulder en Van der Werf zelf ook even, totdat ze een Schotse baanarchitect op bezoek kregen die zei: ‘Dit is niks nieuws, dit is gewoon de oude methode.’

Dat had Mulder zelf ook al deels ontdekt op zijn reizen door Engeland. ‘Golf is ooit begonnen als: met een balletje door de natuur slaan en alles wat je tegenkomt proberen te overwinnen.’ Om preciezer te zijn: ‘Golf is begonnen toen een paar Schotten een stukje grond zochten waar ze met een balletje konden slaan. Dat vonden ze aan de kust: ongebruikte grond waar schapen het gras kort hielden. Zo ontstonden de golflinks.’

Daarna verhuisde de sport naar het binnenland. Bij Londen bleken de woeste zandgronden met heide, onbruikbaar voor de landbouw, erg geschikt voor golflinks. Pas veel later, toen de Amerikanen gingen golfen, ontstond de moderne golfbaan. Mulder: ‘Zij egaliseerden het landschap met een bulldozer en maakten gemanicuurde banen. In die tijd zeiden de Amerikanen over de Engelsen: geef die lui 18 vlaggen en een natuurgebied en ze denken dat ze een golfbaan hebben. Waarop de Engelsen riposteerden: precies.’

In Nederland zijn er nog een paar van die klassieke golflinks, de overige banen zijn, vinden Mulder en Van der Werf, ‘vrijwel allemaal hetzelfde.’ Mulder: ‘Helemaal volgens het Amerikaanse model. Ze worden met behulp van lasertechniek ontworpen en gemaakt, met allemaal diezelfde eierdopjes erin.’

Mulder heeft foto’s verzameld van oude golflinks uit Engeland, die gemeen hebben dat ze veel lijken op duin- of heidegebied. ‘Voor de moderne golfer is dat veel te ruig. Die vindt dat niet leuk, dan raakt hij zijn balletje kwijt.’

Het idee van Mulder en Van der Werf om het heel anders aan te pakken ontstond geleidelijk. Toen de vereniging achttien jaar geleden het plan indiende om op de vrijgekomen landbouwgrond een golfbaan te beginnen, stelde de gemeente een aantal voorwaarden. Een daarvan was: tot een vergelijk komen met natuur- en milieuorganisaties. Want, zo zegt Machiel Bosch van Natuurmonumenten: ‘Dit terrein ligt tussen het zuidwesten van de Veluwe en de natte natuur langs de Nederrijn. Dit terrein is onderdeel van de ecologische poort tussen die twee gebieden. Uit die verbinding komen volop mogelijkheden voor natuurherstel voort.’

Drie concrete voorwaarden kreeg de golfclub mee: het terugbrengen van de loop van de oude droogdalen op het terrein, het aanbrengen van ‘meekleurende’ fairways en het open houden van het landschap. Dat deed de club, en de ontwerper van de baan, architect Hans Hertzberger netjes, in 2002.

Maar pas toen Gert Mulder in 2007 baandirecteur werd, kwam het proces in een versnelling. ‘Ik had in Engeland een paar mooie banen gezien en Adrie en ik vonden: dan kunnen we het net zo goed meteen helemaal goed doen.’

Goedgekeurd
Hun plan om de baan nog natuurlijker te maken werd goedgekeurd door de leden en Mulder schakelde de Britse baanarchitect Steve Marnoch in voor de uitvoering. Dat resulteerde in gecompliceerd bulldozerwerk, waarmee een ‘natuurlijk’ glooiend landschap werd aangelegd waarin de golfgedeelten als vanzelf overliepen.

De samenwerking met Natuurmonumenten ontstond toen Adrie van der Werf zich bij Machiel Bosch meldde met de vraag of hij soms ook heideplantjes over had. Machiel Bosch: ‘Die hadden wij wel. Want in Planken Wambuis plaggen we nogal eens struikheide af om de heide open te houden.’ In eerste instantie kwam er alleen heideplagsel, later werden stukken hei inclusief wortelstructuren en ondergrond ingebracht. Mulder: ‘We wilden wel snel resultaat zien.’

Nu staan de mannen gebogen over recent aangelegde heide. ‘Een deel is dood, een deel leeft’, concludeert Machiel Bosch. ‘Maar dit komt uiteindelijk wel goed.’ Gert Mulder verklaart: ‘We zijn nog altijd in gevecht met de bemesting en het fosfaat, vanwege de intensieve akkerbouw die hier zat.’

Inmiddels bestaat meer dan 55 procent van de baan uit ‘natuur’, en dat moet nog meer worden. Mulder: ‘We zijn zelf natuurbeheerder geworden. Alleen doen het het met privaat geld.’

Zo snijdt het mes aan twee kanten, aldus Mulder. ‘Wij maken gebruik van de expertise van Natuurmonumenten. Voor Natuurmonumenten is het interessant dat golfclubs meehelpen met natuurbeheer. Voor het imago van Natuurmonumenten is het ook niet slecht. Ze laten zien dat ze wel degelijk openstaan voor samenwerking met ondernemers.’

Bijkomend voordeel in dat verband: golfclubs kunnen meer geld bieden voor landbouwgrond. Machiel Bosch: ‘Alles hangt af van de continuïteit. Als je vastlegt dat de club ook nadat Gert en Adrie weg zijn de natuur koestert, dan is dit een constructie die je vaker kunt toepassen.’

Mulder: ‘De meeste golfclubs liggen niet voor niets langs de snelweg. Niemand houdt van golfbanen. Ze zien golfers toch als een elitair stelletje mensen dat grote stukken land gebruikt voor hun hobby. Wij willen midden in de samenleving staan.

‘ Adrie en ik hebben ook wel meer zendingsdrang gekregen in de loop der tijd. Dit is een klein land, er wordt gesteggeld over grond voor de ecologische hoofdstructuur. En Natuurmonumenten droomt van een verbinding met de Doorwerthse heide, even verderop. Daar ligt nog maar een stuk akker tussen. Het zou mooi zijn als golf dan iets kan bijdragen aan die verbinding, aan de realisatie van die groene infrastructuur.’

Dan buigen de mannen zich over enkele plantjes, terwijl een zingende veldleeuwerik de stilte opvult. ‘Kruipbrem’, constateren Adrie van der Werf en Machiel Bosch. ‘Die moet hier vanzelf gekomen zijn.’ Van der Werf: ‘We hebben hier steeds meer soorten, 140 inmiddels.’

Gert Mulder: ‘Toen we voor het eerst planten bestelden bij een kweker, begreep hij er niets van. Hij was gewend dat golfclubs gekweekte producten bestelden. Maar wij wilden juist de meest wilde planten.’

De eerste natuursuccessen zijn inmiddels geboekt. Van der Werf: ‘De adder is gezien, de zandhagedis zit hier al, en steeds meer vogelsoorten. Vorig jaar hadden we hier een natuurwandeling van IVN op het terrein. Ze vonden het prachtig.’

En Machiel Bosch ziet hier over een paar jaar al een schaapskudde lopen. Mulder: ‘Wist je dat er Engelse golfclubs zijn met regels over uitwerpselen van schapen? Als je balletje erin ligt, mag je hem verplaatsen. Je hoeft dus niet de stront om je oren te laten vliegen. Maar als je voet in de poep staat, moet je blijven staan.’

De zandhagedis zit prominent in het logo van de golfclub. Waarin het beest onlangs blijkbaar een uitnodiging zag om ook het clubgebouw te betreden. Tot grote schrik van de serveersters, die op de bar sprongen.

Dat roept de vraag op: wat vinden de leden eigenlijk van al die natuur op hun baan? Mulder: ‘Het aantal bezoekers groeide vorig jaar met 20 procent, dat zegt wel iets. De meeste leden vinden het wel mooi. Ik hoor van mensen dat ze het zelfs geweldig vinden om gewoon op de baan te wandelen. En sommige leden klagen.’

Adrie van der Werf: ‘Over paardenbloemen bijvoorbeeld. Daar houden golfers niet van.’ Hij wijst: ‘En deze stekelige plantjes, die zijn voor golfers een ramp.’

Mulder: ‘De meest gehoorde opmerking is: mooi hoor, ga zo door, maar de baan is wel moeilijk geworden.

‘Dat laatste is niet helemaal waar. Op de meeste banen bestaat het spel vooral uit: zo ver mogelijk en zo hoog mogelijk slaan. Hier is het helemaal niet moeilijker, maar tactischer. Als je hier geweldig uithaalt en je slaat mis, dan kom je op plekken waar je nooit meer uitkomt, hahaha.’

Meer over