Reportage

25 jaar Pride: van een zorgeloos feestje tot grimmige protestmars

De regenboogvlaggen wapperen weer, voor de 25ste keer in Amsterdam. Oorspronkelijk was de Pride een ode aan het tolerante Amsterdam. Nu is het steeds meer een demonstratie tegen onverdraagzaamheid. ‘Als ik een regenboogshirt draag, ben ik meer op mijn hoede.’

De Amsterdamse Reguliersdwarsstraat, befaamd om de vele gaybars, tijdens Pride van 2007. Beeld Joost van den Broek
De Amsterdamse Reguliersdwarsstraat, befaamd om de vele gaybars, tijdens Pride van 2007.Beeld Joost van den Broek

De gay geschiedenistoer van Amsterdam stopt altijd even bij het Koninklijk Paleis. ‘Daar in de grote Burgerzaal, waar nu Willem-Alexander staatsbanketten geeft aan wereldleiders, ontmoetten homo’s elkaar in de 17de eeuw’, vertelt Henk de Vries met zichtbaar genoegen. ‘Dan liepen ze naar de Vismarkt aan de overkant waar ze kort een kamer konden huren.’ De 59-jarige gids wijst op de betraliede rechtskamer van het Paleis: ‘en daar werden mannen gemarteld en veroordeeld tot wurging of verdrinking in een wijnvat wegens sodomie.’ De hoofdstad, wil De Vries maar zeggen, was niet altijd zo regenboog-vriendelijk.

Deze week wapperen de kleurrijke vlaggen weer door de hele stad, vanwege de 25ste Amsterdam Pride (tot en met zondag). De feestelijke botenpararade door de grachten, die doorgaans een half miljoen bezoekers trekt, is geschrapt wegens corona. Maar morgen lopen wel weer duizenden homo’s, hetero’s en alles daartussenin van het Martin Luther Kingpark naar het Centraal Station in de jaarlijkse Pride Walk.

Zo wordt de jubileumeditie van de Pride meer een protestmars dan een feestje. De wandelaars dragen vlaggen van landen als Indonesië of Marokko waar homoseksualiteit nog steeds strafbaar is; velen lopen ook mee om voor hun eigen rechten op te komen. Want de afgelopen jaren, stellen veel leden van de regenbooggemeenschap, is de stad die zich graag afficheert als de Gayway to Europe, een stuk onveiliger en onprettiger geworden voor lhbti’ers.

Homoparadijs

‘We bedachten de Pride als cadeautje aan alle Amsterdammers’, zegt medeoprichter Siep de Haan. Begin jaren negentig overheerste volgens hem trots en opluchting binnen de gay gemeenschap. ‘In de Reguliersdwarsstraat met al die gaybars liepen homo’s en hetero’s van alle kleuren harmonieus door elkaar en er was eindelijk een medicijn tegen hiv gevonden.’

De 63-jarige wiskundeleraar – toen net verhuisd naar Amsterdam – belandde naar eigen zeggen in een homoparadijs. ‘We wilden laten zien hoe trots we op onze liberale stad waren. Zonder activistische bedoelingen; politici waren niet eens welkom.’

De befaamde botenparade was volgens De Haan een wens van sponsors, voornamelijk gaybars. ‘Die wilden een opvallend element om Amsterdam op de kaart te zetten als toeristische gay-bestemming.’ En op het water was voldoende ruimte voor alle deelnemers en kijkers.

Vijf jaar later leverde het eerste homohuwelijk ter wereld, in 2001 gesloten door de burgemeester, de stad nog meer positieve aandacht op. De Haan: ‘Dat was dus ruim voordat Wilders en Baudet tegenstellingen gingen uitvergroten, voordat lesbische en homostellen werden weggepest uit hun woning en voordat de 14-jarige Frédérique in elkaar werd geslagen omdat ze er niet uit ziet als een meisje.’

Meer kleur, meer conservatisme

De Haan, die Pride Amsterdam tot 2006 hielp organiseren in zijn zomervakantie, is trots dat het evenement mee verandert met maatschappelijke ontwikkelingen. Dit jaar biedt de aangepaste Pride toch nog tientallen evenementen, van geëngageerde tentoonstellingen tot uitbundige dragshows. De protestmars op zaterdag (sinds 2014) is nadrukkelijk een voortzetting van de activistische Roze Zaterdag die belangenorganisatie COC in de jaren zeventig organiseerde. Zo transformeerde een zorgeloos cadeau aan de stad, deels in een grimmige demonstratie tegen discriminatie en onverdraagzaamheid.

Hoognodig, stelt De Haan, want Amsterdam krijgt meer kleur, maar haalt ook meer conservatieve ideeën binnen. ‘Dat merken niet alleen homo’s, ook Joden en vrouwen voelen zich minder prettig in de stad.’ Zelf loopt de wiskundedocent niet langer hand in hand met zijn man, samen fietsen doen ze liever buiten de stad en op de middelbare school waar hij werkt, timmerde vorig jaar een groepje jongens op de ramen van zijn lokaal en riepen: ‘homo! homo!’ De Haan: ‘Ik was geschokt, alsof ik in mijn gezicht werd gespuugd. Dat was mij in 35 jaar als leraar nog nooit overkomen.’

Het jubileum roept de vraag op: is Amsterdam – en wellicht Nederland – de afgelopen 25 jaar toleranter of juist intoleranter geworden jegens lhbti’ers? Vraag het aan de deelnemers van de Pride en de meesten antwoorden stellig. Zij noemen het incident met Frédérique of een eigen nare ervaring als bewijs van het laatste.

Eigenaar Stefaan van der Sleen van Pink Point, het informatieloket annex queer souvenirshop (al 23 jaar naast het Homomonument) vermoedt dat ook. Hij is nooit slachtoffer geweest van geweld, maar passerende allochtone jongens op scooters roepen ‘homo!’ tegen hem. Veel toeristen beginnen al te giechelen als ze de kiosk naderen. ‘Dan denk ik: er is nog veel werk te verrichten.’ Van der Sleen fietste vandaag in een regenboogshirt van huis. ‘Dan ben ik alerter, meer op mijn hoede.’

Discriminatie en acceptatie

Vorige week publiceerde Amsterdam een rapport over de aard en frequentie van lhbti-discriminatie op basis van vijftien interviews met slachtoffers en hulpverleners. Het overgrote deel van de gemeenschap, concluderen de onderzoekers, wordt dagelijks geconfronteerd met discriminatie.

Vaak is dat verbaal geweld in de eigen woonomgeving door groepen hangjongeren, in combinatie met bedreiging en vandalisme. Sommige respondenten durven niet meer alleen hun huis uit, of vermijden sommige ov-haltes. De gemeente moet volgens de respondenten meer werk maken van voorlichting aan jongeren op scholen. Bij voorkeur door een persoon met dezelfde religieuze of culturele achtergrond als de leerlingen.

Dat onderzoek is met vijftien geïnterviewden niet representatief, maar cijfers zeggen hetzelfde. Bij de Amsterdamse politie nam het aantal meldingen over discriminatie wegens seksuele gerichtheid toe van 111 in 2017 tot 296 in 2020. Landelijk steeg dat cijfer vorig jaar naar 981 meldingen, circa eenderde van alle discriminatiemeldingen bij de politie. Dat wil nog niet zeggen, waarschuwen deskundigen, dat het geweld tegen lhbti’ers toeneemt. Wellicht weten meer mensen het klachtenloket te vinden. Of misschien waren de jaren tachtig minder paradijselijk dan gedacht omdat in elkaar geslagen homo’s toen niet naar de politie stapten.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau meldde in 2018 dat een steeds groter deel van de Nederlandse bevolking (74 procent) juist positief denkt over homo- en biseksualiteit. Met als kanttekening dat die acceptatie een stuk lager ligt onder protestanten en onder Nederlanders met een niet-Westerse migratieachtergrond. Daar komt bij dat de tolerantie voor zichtbare genegenheid in de openbare ruimte een stuk lager ligt: 29 procent van de Nederlanders vindt bijvoorbeeld zoenende mannen aanstootgevend.

De laatste LHBT-Monitor (2018) van het Planbureau stelt vast dat de acceptatie hoger is, maar ook dat de leefsituatie van lhbti-personen is verslechterd. Ze zijn op het werk vaker slachtoffer van geweld en pesterijen, transgenders leven vaker in armoede en lhbti-jongeren kampen met veel psychische problemen. Het Planbureau benadrukt wel dat homofoob geweld in de publieke ruimte de afgelopen jaren is afgenomen, ondanks allerlei zorgwekkende berichten in de media. Ook hier een kanttekening: die daling kan het gevolg zijn van een gedragsverandering. Als lhbti’ers zich minder veilig voelen, lopen zij niet langer hand in hand en vermijden ze sommige plekken in de stad.

Panseksuelen

Pauline Thoomes, een 26-jarige docent Engels uit Alphen aan den Rijn, vindt de geschiedenistoer machtig interessant. Met grote ogen luistert ze bij het Homomonument naar het verhaal over verzetsstrijder Willem Arondéus die het bevolkingsregister hielp opblazen en voor zijn executie in 1943 tegen zijn advocate gezegd zou hebben: ‘Zeg tegen de mensen dat homoseksuelen niet per definitie zwakkelingen zijn.’ Arondéus kreeg deze week een eigen Stolperstein in de stad.

Thoomes loopt zaterdag mee met de Pride Walk. ‘Het is nog steeds superbelangrijk dat we laten zien dat we bestaan’, zegt zij. ‘En dat we met veel zijn.’ Het geweld tegen Frédérique heeft haar meer geraakt dan ze had verwacht. ‘Ik heb de mazzel dat mijn omgeving het accepteert dat ik onder de regenboogfamilie val’.

Toergids De Vries: ‘Welke letter ben jij?’ Thoomes opgewekt: ‘Ik geloof dat ik een p ben. Wij panseksuelen vallen gewoon op mensen. Want waarom zou ik in hokjes denken? Waarom moet ik überhaupt een letter kiezen?’

Meer over