14 jaar coach, en maar één keer verloren

Korfbal kan niet zonder idealisten. Jan Sjouke van den Bos gaat proberen zijn sport olympisch te maken.

ROTTERDAM - 'Ik kan het nu wel een keertje zeggen', grijnst Jan Sjouke van den Bos, op een van zijn laatste werkdagen als bondscoach tijdens de Korfbal Challenge in Rotterdam. 'Het zou heel goed zijn als Nederland een keertje onderuit gaat...'

Veertien jaar lang stond Van den Bos (55) - grijze krullen, sikje, vale spijkerbroek, artistieke puntschoenen - langs de lijn bij de interlands van zijn team. In al die jaren verloor hij slechts één keer. Dat gebeurde in 2004, in Antwerpen. Nederland was niet bij de les en tot grote verbazing van de aanwezigen stond er na afloop een zege (16-11) van België op het scorebord.

De afzwaaiende bondscoach kan er wel om lachen, in de Topsporthal naast De Kuip. 'Ik heb niet te klagen over het aantal tegenslagen in mijn carrière.' Hij moet haast wel de meest succesvolle bondscoach uit de Nederlandse sporthistorie zijn.

Alleen, hoe serieus moet je een sport nemen waarbij van tevoren toch al bekend is wie de winnaar wordt? Al sinds 1978 gaan de WK-finales tussen Nederland en België. Van de negen wedstrijden won Nederland er acht.

De top in het korfbal is te smal, erkent Van den Bos. Vandaar dat hij bij het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond (KNKV) verder gaat als Mastercoach. In die hoedanigheid moet hij ervoor gaan zorgen dat de A-landen, Nederland, België en Taiwan, meer internationale concurrentie krijgen.

Er mag wereldwijd dan in 60 landen korfbal worden gespeeld, het niveau houdt vaak niet over. Bonden van EK-deelnemers als Wales en Servië beschikken slechts over een paar honderd leden. Op het afgelopen EK en WK deed zelfs Catalonië mee. Dat is een regio, geen land.

Van den Bos noemt zichzelf een idealist. Zijn hoop is gevestigd op de zogeheten BRICS-landen: Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika (South Africa). 'Alleen al in China wordt nu op 90 universiteiten gespeeld', vertelt hij. 'Als je kijkt naar het aantal inwoners van zo'n land, dan kan het heel snel gaan met de ontwikkeling van het korfbal.'

Toen Van den Bos deze zomer op het bondsbureau in Zeist een gesprek over zijn toekomst had met technisch directeur Kees Rodenburg viel al snel het woord vernieuwing. De bondscoach wist genoeg. 'Ik snap het wel, dat ze een nieuwe richting willen inslaan, maar het moment komt voor mij te vroeg. Al zou dat over twee of vier jaar ook te vroeg zijn gekomen. Zo'n beslissing komt nooit op het juiste moment.'

Veel tijd om terug te blikken heeft hij zichzelf nog niet gegund. Het hele weekend was Van den Bos nog in touw bij de Korfbal Challenge, een traditioneel toernooi tussen Kerst en Oud en Nieuw, met de beste teams van Nederland en België en het Nederlands team. De finales daarvan zijn vanavond.

Als dat achter de rug is, krijgt hij een receptie. 'Recepties zijn vooral leuk voor mensen die van recepties houden', zegt hij, veelbetekenend. 'We zullen het ondergaan. Maar goed, ze kunnen ook niets doen. Het is leuk dat ze aan me gedacht hebben.'

Onder Van den Bos veranderde het korfbal van een wedstrijdsport in topsport. Was bij zijn aantreden in 1999 het bondscoachschap nog een veredelde vrijwilligersfunctie, nu zijn er zes mensen fulltime in dienst in Zeist.

Nadrukkelijk noemt hij zijn korfballers 'atleten'. 'In het begin moest ik nog weleens discussiëren als er iemand naar een verjaardag wilde in plaats van naar een training. Die hobbysfeer heerst er niet meer. Korfbal is nu het eerste wat ze in de agenda zetten. Het is een echt beroep geworden, met 250 trainingsdagen per jaar.'

Die omslag in professioneel denken heeft de sport zichtbaar verbeterd, vindt hij. 'Als je vroeger 15 tot 20 punten scoorde, had je gewonnen. Nu vallen er gemiddeld 48 goals per wedstrijd.' En met een glimlach: 'En dan nog hoor ik voetbalverslaggevers over een korfbaluitslag praten als het ergens 5-3 is geworden.'

Vanaf woensdag begint hij dus aan zijn nieuwe missie: korfbal op de Olympische Spelen krijgen. Een zaak van de lange adem, beseft hij. Maar niets is onmogelijk. 'Vrouwenhockey is heel populair. Maar zeg eens eerlijk: hoeveel internationale concurrentie is daar nou in?' Eerder liet hij zich al eens uit over schietsporten op de Spelen. 'Staand, liggend, zittend, weet ik het allemaal. En hoeveel mensen denk jij dat er in Nederland snelwandelen?'

Hij blijft die onverbeterlijke optimist. 'Als je mij veertien jaar geleden had verteld dat ik met fullprofs zou gaan werken, had ik je voor gek verklaard. Ik geloof heilig in mijn missie: ooit zal korfbal op het wereldtoneel te zien zijn.'

undefined

Meer over