14-18

Alles is in de overtreffende trap in 14-18. De muziek is bombastisch, de gevechten zijn spectaculair.

'Dit is ook ons verhaal, of we willen of niet. Wij zijn allemaal kinderen van de oorlog.' Met die tekst, op sonore toon uitgesproken, begint de musical 14-18, over Belgische soldaten die in de Eerste Wereldoorlog naar het front werden gestuurd. Het is herdenkingsjaar in België, dus er moest ook een musical over die grote oorlog komen. Geproduceerd door Studio 100, bekend geworden in de entertainmentindustrie met fenomenen als Kabouter Plop, Piet Piraat en K3. Eerder al maakte Studio 100 een musical over Daens, de priester-weldoener uit Aalst.

'Een spektakelmusical', zo luidt de nadrukkelijke ondertitel van 14-18. Alles is dan ook in de overtreffende trap: het aantal medewerkers, de oppervlakte van het podium, de grootte van de zaal, de technische hoogstandjes. Alsof het publiek op bezoek is op een gigantische filmset. Met als grootste trouvaille: een bewegende tribune waarop 1.500 man heen en weer schuiven en aldus op het podium in- en uitzomen. Hierdoor kunnen massascènes en intiemere momenten worden afgewisseld. Alsof je in en uit een enorme kijkdoos wordt geschoven. De Nekkerhal is zo immens groot dat er naast de tribune op vier plekken schermen hangen waarop scènes in close-up te zien zijn, vooral prettig voor de mensen die achterin zitten.

Goed bedacht, maar matig uitgevoerd, want die tribune werkt met horten en stoten. In die zin hebben de producenten van Soldaat van Oranje dat beter gedaan met hun draaiende plateaus. Naar die productie is goed gekeken, al zegt niemand van Studio 100 dat hardop. België moest en zou zijn eigen theaterspektakel krijgen. Dat is met 14-18 ten dele gelukt. Het verhaal is simpel gehouden: vier jeugdvrienden worden in 1914 naar het front gestuurd; België vecht tegen de Duitsers. In de loopgraven ondergaan zij talloze ontberingen, thuis wachten ongeruste moeders en meisjes op hen. Intussen voeren vechtlustige generaals de jongens aan en neemt de onmacht toe.

Die jongens zijn in stereotypen ingedeeld: de gevoelige, de stoere met de grote bek, de goedmoedige held, de slimme. In 14-18 wordt veelvuldig met flashbacks gewerkt. Daarin zien we hoe de mannen van nu ooit jongetjes waren die indiaantje speelden, hoe ze hun vriendinnetjes voor het eerst zoenden. Zoete Vlaamse tafereeltjes zijn het, afgewisseld met de gruwel van de oorlog.

De muziek is bombastisch effectief en schatplichtig aan Les Misérables en andere musicals uit het zwaardere genre. De gevechtsscènes zijn spectaculair, maar helaas onverstaanbaar. Duizend bommen en granaten hebben de makers hierop losgelaten, inclusief licht- en geluidseffecten, met acteurs die van de weeromstuit geheel op de loei- en schreeuwstand gaan. Echte paarden draven af en aan, vrouwen met kinderwagens slaan op de vlucht. Veel intiemer zijn de scènes over de persoonlijke beslommeringen van de soldaten. Daarbij vormt de liefde tussen Jan Laenens (Jelle Cleymans, de sterke motor van de voorstelling) en zijn meisje Anna (Free Souffriau) de rode draad. Hij moet vechten; zij baart zijn kind. Dat levert meteen het mooiste moment op, als hij door de linies breekt om voor het eerst zijn zoontje Louis te zien. Effectief sentiment met als resultaat: tranen met tuiten.

Fraai is ook de scène tijdens kerstnacht 1917, als de soldaten het verder vertikken en Duitsers en Belgen met elkaar Stille Nacht zingen (waargebeurd). Visueel hoogtepunt: ergens in de Vlaamse velden wordt een houten kruis in de grond gezet en meteen verschijnt een overdonderend vergezicht van kruizen, grijsgrauwe luchten en benevelde aarde. Schitterend.

14-18, spektakelmusical, is een evenement dat zich beweegt tussen een oprechte poging de oorlog te blijven herinneren in zang, spel en beweging en piefpafpoef in de Efteling.

undefined

14-18, Spektakelmusical door Studio 100. Script Allard Blom en Frank van Laecke. Muziek: Dirk Brossé. Choreografie: Martin Michel. Regie: Frank van Laecke. In Nekkerhal Mechelen, België, 20/4. Daar t/m eind juni. 14-18.nu

Meer over