De eerste dagelijkse Volkskrant

1 oktober 1921: een bescheiden begin voor wat komen gaat

null Beeld

Ze telt acht pagina’s, en het zou nog tweeënhalf jaar duren voordat er foto’s worden afgedrukt, maar uit de eerste dagelijkse Volkskrant spreekt trots en triomf. Daar is-ie dan.

De eerste zin in het ­dagblad de Volkskrant, de eerste van de vele miljoenen die zouden volgen, die eerste zin van hoofdredacteur Jan Vesters, op zaterdag 1 oktober 1921, links bovenin onder het één­kolomskopje ‘Ons dagblad’ luidt zo: ‘Het dagblad van de Volkskrant moge er misschien een beetje onverhoeds zijn, niemand zal beweren of meenen dat het te vroeg gekomen is.’

Nee, natuurlijk niet, het is precies op tijd, het had niet veel langer moeten duren dat de Volkskrant van een ‘anderdaagsch’ blad (driemaal per week) overgaat naar dagelijkse frequentie. De tijd is er rijp voor, het is ruim drie jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog en hoewel die aan Nederland is voorbijgegaan, loert het gevaar nog van alle kanten.

‘Het verschijnen van de Volkskrant als dagblad valt in een moeilijken, veelbewogen maar tevens gewichtigen tijd – een tijd van allerlei mogelijkheden en van veel strijd. Strijd op sociaal en op politiek terrein. Bij dezen strijd zal men de Volkskrant op haar post vinden en zal zij als dagblad te beter haar grote taak kunnen vervullen. Van den eenen kant dringt de sociaal-democratie onstuimig op, van den anderen kant spant de reactie al haar krachten in. En het liberalisme (…) schijnt een fellen aanval op het christelijk bewind in den zin te hebben. Naar alle kanten zullen wij ons dus hebben te verweren.’

Vesters heeft er duidelijk zin in.

Onder het kopje ‘Ons eigen blad’ toont ook J.Th. Schellekens uit Zwolle zijn grote blijdschap: ‘Wie de pen heeft, heeft de toekomst!’ schrijft hij. ‘Futura nobis!’ De redactie is het zo hartgrondig met hem eens, dat zijn brief pontificaal wordt afgedrukt op de voorpagina. De Volkskrant ‘zal een ‘eigen haard zijn voor ons katholieke volk, waar het kind beveiligd is tegen den verpestenden adem der moderne lectuur, het gezellige tehuis dat ontwikkeling brengt aan het gevoelsleven en het verstand der moeders en waar wij katholieke mannen geschaard om het immer sprankelende haardvuur van Rooms gelooven nader tot elkaar worden gebracht en meeningsverschillen beslecht worden.’

De katholieke elite had al De Maasbode en De Tijd, nu heeft het katholieke arbeidersvolk haar eigen krant, die niet voor niets de Volkskrant heet. Het aantal abonnees houdt nog niet over en ligt onder de 5.000. Losse nummers kosten een stuiver, voor een weekabonnement betaalt de ­lezer een kwartje. Vergeleken met de Rotterdamse krant De Maasbode – in die tijd een soort katholieke NRC – is de krant goedkoop: een kwartaalabonnement op de Volkskrant kost 3,25 gulden, bij De Maasbode is dat 2,15 gulden meer.

Het grote nieuws in de eerste Volkskrant is het verschijnen van de eerste echte dagelijks verschijnende Volkskrant. Er spreek trots uit, de stemming is triomfantelijk. Het is gelukt, daar is-ie dan, de krant voor de katholieke arbeider. Hij telt, omdat het ­zaterdag is, acht pagina’s, zes redactionele en twee advertentiepagina’s, waarvan bijna één ter aankondiging van de ‘Huishoud-week’ bij het goed-katholieke Vroom & Dreesmann.

Standplaats: Den Bosch

De krant is nog gevestigd in Den Bosch. Naast hoofdredacteur Jan Vesters maken de vakbondsmannen Henri Hermans en Kees Kuiper deel uit van de uit vier personen bestaande redactie. Beiden zijn tevens lid van de Tweede Kamer namens de RKSP, de voorloper van de KVP.

Daarom ook op de 1: een bericht over het dalende ledenbestand van de vakbonden. De Volkskrant is formeel geen vakbondskrant, maar de hele berichtgeving is doordrongen van het belang van de bonden. Het kan zo niet langer, de neergang moet worden gestopt. Dat leidt tot het eerste staaltje peptalk in de nieuwe krant: ‘En in groote drommen maken zij zich op, om straks de Novemberpropaganda te voeren met een élan, dat Nederland verstomd zal doen staan. De stormloop zal onweerstaanbaar zijn, want het ledenverlies moet worden omgezet in een winst niet alleen, maar een winst die met vier cijfers niet te schrijven is. (…) Ons ledencijfer moet en zal omhoog!’

Op de Internationale Christelijke Arbeidstersconferentie van 12 en 13 september te Brussel – dat de conferentie alweer bijna drie weken geleden heeft plaatsgevonden zal de Volkskrant worst wezen – is de Moederschapszorg aan de orde gekomen. De spreekster, mevrouw Heidema van het CNV, wil Moederschapszorg in de breedste zin, en niet om het werken van de vrouw te bevorderen of de afhankelijkheid van de echtgenoot en vader te verminderen, ‘maar om de nood der tijden’.

Ook op de 1 een halve kolom over Ouderdomsrente, van de Raad van Arbeid. ‘Daarom thans, voor het te laat is, het besluit gemaakt.’ Er staat kennelijk nog geen muur tussen ­redactie en advertentie-acquisitie: op de advertentiepagina’s staat een oproep van dezelfde Raad van Arbeid: ‘Wilt gij een onbezorgden ouden dag? Sluit dan een Vrijwillige Ouderdoms-Verzekering.’ Verderop meldt de krant het laatste nieuws uit alle bisdommen.

Is er ook nog ruimte voor gewoon nieuws? Voor ontspanning na een lange werkdag? Valt er nog iets te ­lachen in de Volkskrant, of mag dat niet van de bisschoppen en de vakbond?

In de rubriek ‘Van politiek terrein’ waarschuwt de krant: ‘Naast de christen-socialisten zullen we nu de christen-communisten gaan krijgen.’ Het moet bepaald niet gekker worden. De economische rubriek meldt de opening van nieuwe schachten in Eijgelshoven en Kerkrade. In de ‘Ingezonden Mededeelingen’ onder het kopje ‘Sombere uren’ wordt reclame gemaakt van de spectaculaire werking van Pink Pillen. Althans, volgens mej. Wed. W. Groeneveld: ‘Gedurende verscheidene jaren had ik een zeer slechte gezondheid. Ik was terneergeslagen, voortdurend vermoeid en zenuwachtig. Ik had pijn in al mijn ledematen en was nooit zonder hoofdpijn.’ Maar dankzij Pink Pillen is aan die rampzalige toestand een eind gekomen.

Pagina 2: bolsjewistische agenten

Onder op pagina 2 een moment van verstrooiing. Jan van St. Geertrui ­begint zijn feuilleton De Koning van het Goud. ‘De deur der groote zaal, waar alles straalt en flonkert in een zee van licht, wordt opengeworpen en een der bedienden in livrei roept met luidklinkende stem de namen af van de baron en barones de Horseux.’ Achter de nom de plume Jan van St. Geertrui schuilt de hoofdredacteur van de nieuwe krant, die als schrijver al een paar historische ­romans op zijn naam heeft staan en die 52 jaar eerder is geboren in Geertruidenberg als Jan Vesters.

De buitenlandrubriek is die eerste oktober nog aan de magere kant. De krant heeft nog geen buitenlandse correspondenten, zoals De Maasbode. Onder de kop ‘De communisten en de werkloosheid in Europa’: ‘Reuter verneemt uit Scandinavische bron, dat de bolsjewistische agenten in ­Europa orders ontvangen om het tijdperk van werkloosheid uit de ­buiten voor de ondermijning der bestaande regeringsstelsels.’

Verder is de rijkste man van Japan, ‘de Japanse Rockefeller’, Jani Iso ­Sasoeda, in koelen bloede doodgeschoten en heeft West-Hongarije nogal radicaal de onafhankelijkheid uitgeroepen. ‘Wie het zou wagen West-Hongarije binnen te komen zou eenvoudig doodgeschoten worden’.

Maar het meest aangrijpende buitenlandse bericht, een typische wat-ik-hier-nou-lees, gaat over een dierenarts die is gedood door een olifant. Dr. Camezzo uit Rome opereerde eerst zonder problemen een grote orang-oetang en verwachtte daarom geen problemen met de olifant. ‘Doch toen de derde snede aangebracht was, rukte de olifant zich van de bewakers, die hem met kettingen vasthielden, los en wierp zich woedend op de dokter, die onder de logge poten van het woeste dier ­totaal verbrijzeld werd.’ Een huivering gaat door het katholieke huisgezin. Duidelijk is, dat de nieuwsvoorziening over de internationale geopolitieke ontwikkelingen nog op gang moet komen.

Uit het ‘Binnenland’, op pagina 3, heugelijk nieuws dat heeft te maken met de jonggeborene: in Breda wappert de driekleur van het gebouw van de Diocesanen Bond van de R.K. werklieden. ‘Dit als uiting van vreugde van de R.K. werklieden over de verschijning van hun dagblad de Volkskrant.’ Directie en redactie danken de Bredase werklieden voor ‘hun uiting van instemming en sympathie voor ons blad’. Nu allemaal nog even abonnee worden.

Het ‘Tweede Blad’ van de krant, de vroegste voorloper van het katern V, opent met een briefwisseling tussen de correspondent uit Amsterdam (‘Uit de hoofdstad’) en die uit Den Haag (‘Uit de residentie’). Beiden hebben er veel zin in. Onderop staat een tweede feuilleton, Tweemaal Ridder: ‘‘Hartmuth von Kronbergh!” riepen moeder en dochter als uit één mond. (Wordt vervolgd).’ De auteur wordt niet vermeld, maar het is andermaal de hoofdredacteur die zich aan nóg een feuilleton heeft gewaagd; hij heeft moeiteloos de halve krant volgepend.

Pagina 6: ‘Voor de vrouwen’

De krant heeft ook een rubriek ‘Voor de vrouwen’, op pagina 6. ‘Gelijk in vele andere bladen vinden de lezeressen dan wekelijks haar eigen hoekje, waar zaken behandeld worden die meer op het terrein der vrouw liggen, of waarin vrouwen nu eenmaal bijzonder belang stellen.’ De schrijver komt alvast met een tip: ‘Een aardig handwerkje kan als tijdpasseering soms prettiger zijn en veel meer voldoening geven, dan ’t eeuwige ­lezen van boeken uit de bibliotheek.’ Of het lezen van het ene feuilleton na het andere.

Merkwaardig is een lang verhaal dat op dezelfde pagina begint en doorloopt naar pagina 7, ‘Een zelfmoordenaar?’ Het gaat over een ‘Engelschman’ die zelfmoord wil plegen op de Eiffeltoren, maar die zich uiteindelijk ontpopt als een ordinaire dief. Het is oppassen geblazen, vooral in Parijs.

De eerste Volkskrant lijkt op deze laatste pagina’s nog een beetje te lijden onder een tekort aan kwaliteitskopij. Op pagina 7 staat de uitgebreide moppenrubriek ‘Even lachen’, een stuk over ‘Gezondheidsleer’ (over het verschil tussen alcohol en water), de ‘Smettelijkheid van melk’ (overgenomen uit het Maandblad van de afdeeling Amsterdam der Nederlandsche Vereeniging van Huisvrouwen) en de rubriek ‘Raadsels’: ‘Karel heeft 4 broers en zijn zusje Marie 5. Hoeveel zoons heeft Karels vader?’

De lezers hebben mooi de vrije zondag om rond de haard een oplossing te bedenken, voor op 3 oktober de vier pagina’s tellende maandagkrant in de bus valt. Met, een traditie die honderd jaar gehandhaafd zal blijven, een uitgebreide sport­rubriek.

De dagelijkse krant de Volkskrant is bescheiden maar enthousiast begonnen aan wat honderd jaar later best een triomftocht mag worden genoemd.

Meer over