Zwigtman schuwt geen enkel taboe

Potenrammen, martelen, lol trappen met een lijk - schrijfster Floortje Zwigtman deinst in haar puberboeken nergens voor terug. Haar roman Schijnbewegingen werd bekroond met de Gouden Zoen....

Pjotr van Lenteren

Zou ik iemand kunnen vermoorden als het oorlog was? Hoe voelt het om met iemand naar bed gaan voor geld? In haar confronterende jeugdboeken verdiept de schuchtere Zeeuwse jeugdauteur Floortje Zwigtman (1974) zich in prangende vragen waar ouders hun kinderen zelden antwoord op geven.

Schijnbewegingen, haar derde roman en het eerste deel van een ambitieus tweeluik over Victoriaans Londen, gaat onder meer over die laatste vraag. Een 19de-eeuwse jongenshoer raakt verzeild in de extravagante kunstenaarskliek rond Oscar Wilde. Gisteren werd het boek bekroond met een Gouden Zoen, de hoogste bekroning in Nederland voor jongerenliteratuur vanaf 13 jaar.

Zwigtman debuteerde in 2001 met Spelregels, een beklemmend kinderboek over een adellijk verstandshuwelijk in de Middeleeuwen. Bood dat boek nog enige hoop op uitkomst - de twee jong getrouwden kunnen aan het eind redelijk met elkaar overweg - haar tweede roman Wolfsroedel (2002) boort ieder geloof in de menselijke waardigheid regelrecht de grond in.

Drie Roemeense boerenzonen sluiten zich aan bij een aanvankelijk tamelijk onschuldige roversbende en komen terecht in een onomkeerbare maalstroom van gedetailleerd beschreven martelingen en moordpartijen. In een interview grapte Zwigtman dat ze van alle taboes nu alleen betaalde seks en drugs nog niet had gehad.

Wolfsroedel leidde tot een klein relletje. Verontruste ouders vroegen zich af of hun kinderen dit uitzichtloze boek wel zouden moeten lezen. De meeste literaire critici dachten er anders over: ze kreeg positieve recensies en won in België haar eerste Gouden Uil en in Nederland een Zilveren Zoen. Toen zou echter nog blijken dat het schrijverschap van Zwigtman, die in het dagelijkse leven onderwijskundige is en een tekstbureau heeft, nog niet tot volle wasdom was gekomen.

Haar langverwachte derde roman gaat opnieuw over de zuigkracht van de duistere kanten van de menselijke ziel, maar op een veel meer subtiele en overtuigende manier dan Wolfsroedel. Geen moralistisch boek dit keer, maar een prachtig psychologisch portret van een tijd waarin uitkomen voor je homoseksualiteit levensgevaarlijk was.

In België kreeg Zwigtman een maand geleden haar tweede Gouden Uil, in Nederland heeft ze pas gisteren haar naam als groot jeugdboekenschrijver gevestigd. Welverdiend, want haar boeken vullen een gapend gat. Terwijl jongeren naar happy slapping kijken en via de tv dagelijks worden geconfronteerd met betekenisloos geweld en seks, worstelt de top van Nederlandse en Vlaamse jeugdromanciers, zoals Edward van de Vendel of Anne Provoost, vooral met moeizaam geplukte taalbloempjes en gezochte literaire constructies.

En dat is misschien nog wel het opmerkelijkste aan deze bekroning: voor het eerst in haar tienjarige geschiedenis lauwert de Zoenenjury een boek dat ook buiten de kring van literaire snobs en nuffige deskundigen interessant is en zich staande kan houden tussen romans van de grote jeugdauteurs uit het buitenland, zoals Junkies (1997) van Melvin Burgess, en Je moet dansen op mijn graf (1985) van Aidan Chambers, die er niet voor terugdeinzen om puberthema's op een heftige manier aan te snijden.

Pjotr van Lenteren

Meer over