ColumnJasper van Kuijk

Zweden loopt door het gevoerde coronabeleid weer tegen grenzen aan

Jasper van Kuijk schrijft wekelijks over het tijdelijke verblijf met zijn gezin in Zweden.

De verhuurders van ons huis waren afgelopen weekend hier in Zweden, een dagje over vanuit Noorwegen, waar ze wonen. Samen lieten we na de winter de steiger weer te water en liepen we wat dingen aan het huis na. Normaal gesproken zouden ze bij haar ouders overnachten die hier vlak om de hoek wonen – zo’n 2,5 kilometer verderop – maar dit keer gingen ze gelijk terug naar Noorwegen, anders moesten ze twee weken in quarantaine.

In vergelijking met Nederland is in Zweden de coronapiek niet zo hoog geweest, maar het dooft ook minder snel uit. De geregistreerde besmettingen schommelen al twee maanden rond de 600 per dag, met de aantekening dat er wel steeds meer en ruimer getest wordt. De sterfte daalt gelukkig al een hele tijd, hoewel frustrerend langzaam, en er zijn elke dag nog zo’n twintig nieuwe ic-opnames. Overigens is de totale oversterfte in Zweden tot nu toe lager dan die in Nederland, maar het nadert elkaar steeds meer.

Wij wonen in Värmland, een van de minst getroffen provincies. We hebben al die tijd heel veel vrijheid gehad, omdat de scholen niet dicht zijn geweest en we op het platteland wonen met een enorme tuin van waaruit we zo het bos in lopen. De binnenlandse reisbeperkingen worden volgende week opgeheven, dus dan kan mijn broer ook eindelijk weer eens overkomen uit Gotenburg. Maar de grenzen van de buurlanden blijven gesloten en ook Nederland kwam met een negatief reisadvies. En omgekeerd moeten Zweden die naar Nederland komen bij aankomst twee weken in quarantaine.

Noorwegen sloot al aan het begin van de coronacrisis de grens met Zweden, omdat ze het Zweedse coronabeleid te laks vonden, net als Finland en Denemarken. Dat deed pijn in Zweden, dat zichzelf als grootste van de Noordse landen (Scandinavië plus Finland en IJsland) toch wel iets van een leidende rol toedicht. De verhoudingen tussen de Noordse landen zijn door hun historische, culturele en taalkundige verbondenheid letterlijk en figuurlijk familiair, maar zoals in veel families is er ook rivaliteit. Zeker richting ‘grote broer’ Zweden en al helemaal als grote broer Zweden het – weer eens – beter meent te weten.

De verhouding Noorwegen-Zweden heeft veel weg van die tussen Nederland en België. Ook Zweden en Noorwegen zaten ooit – van Noorse zijde niet geheel vrijwillig – samen in een unie en het Noors en Zweeds zijn zeer verwante talen. Zweden vinden Noors schattig klinken en vertellen Noren-moppen, omgekeerd omschrijven Noren Zweden als arrogant en lomp. En zowel de Noren als de Belgen staan bekend om hun olie, respectievelijk uit de Noordzee en in de frituur.

Ook de verbale schermutselingen aan het begin van de coronacrisis vertoonden overeenkomsten. België en Noorwegen noemden beiden hun buren volslagen onverantwoordelijk, met die soepele maatregelen en het gezwets over eigen verantwoordelijkheid en groepsimmuniteit, en sloten hun grenzen. Verschillen zijn er ook. Noorwegen heeft in tegenstelling tot België zeer lage sterftecijfers, en waar het Zweedse beleid relatief soepel bleef, werden de Nederlandse maatregelen flink strikter.

Het corona-imago van Zweden ging van ‘gekkies die niets doen’, via ‘interessant maar risicovol’ naar de paria’s van Europa. Om alle vrijheid die we hier hebben staat nu een hek. Dat voelt raar. Het plan was dat in de laatste week van ons verblijf hier, onder het motto ‘Camping van Kuijk’, familie en vrienden bij ons in de tuin zouden komen kamperen. De kans dat dat doorgaat lijkt me miniem. En als de quarantaineregels wanneer we eind juli terug verhuizen naar Nederland nog steeds gelden, wordt het contrast bij terugkomst wel erg groot. Van een tuin ter grootte van een voetbalveld, met een bos en een meer erachter, naar binnenshuis opgesloten zitten.

Lees ook

In Zweden is de nationale snack ‘korv med bröd’ (worst met brood) altijd en overal. Sneeuw, min 5 en snijdende wind? Prima, slinger de barbecue maar aan!

Doordat onze Zweedse plattelandsschool school wordt gerund door ouders, kunnen de klassen klein zijn. En met 12 kinderen in een klas hebben leraren alle tijd om individueel met ze te werken.

Meer over