Zoekend Zuid-Afrika

Bijna vier jaar na het einde van de apartheid in Zuid-Afrika houdt het ANC volgende week zijn grote congres. Thabo Mbeki zal als opvolger van Nelson Mandela worden gekozen, de balans van een moeizame eerste regeerperiode kan worden opgemaakt....

HANS MOLEMAN

OP DE STOEP van de tuinmanswoning naast ons huis worden grote plannen gemaakt. Al bijna een uur zitten Pleasure en Fanie gebogen over de catalogus van Concorde Films uit Johannesburg, een boekwerk vol Kung-Fu-krijgers, Rambo's en ouderwetse revolverhelden.

Wat moet de openingsvoorstelling worden?

Een actiefilm, vindt Fanie. Spanning en sensatie, daar houden ze van in de wijk Refilwe. Hij kan het weten, hij woont al jaren in het dorp. Pleasure luistert aandachtig. De jonge Zimbabwaan is nieuw in de buurt, hij werkt sinds een tijdje als tuinman een paar huizen verderop. Bij collega Fanie opperde hij het plan: een bioscoop beginnen.

Fanie was er meteen voor te vinden. In Refilwe, de zwarte wijk van ons dorp, aan de andere kant van de heuvel achter het gifmeer van de mijn, is namelijk niks te doen. Drie drankwinkels met getraliede toonbanken bieden het voornaamste vertier.

Vooral in het weekend hangen de mensen maar wat rond in de stoffige straten op de kale hoogvlakte. Of ze lopen de drie kilometer naar het witte dorp, over het pad langs de heuvel. Maar ook daar, in de groene lanen, is niks te doen. Nou goed, er is het zwembad, en sinds kort is er een zwarte bar in een van de straatjes bij de ingang van de mijn. Maar die is vooral voor zwarte mensen met geld.

Gat in de markt dus, een bioscoop. Pleasure heeft van zijn spaargeld een tweedehands projector met scherm gekocht, ze mogen de Community Hall gebruiken tegen vergoeding van de stroomkosten. Volgende week zaterdag moet het gebeuren.

We kwamen zes maanden geleden eigenlijk bij toeval in het dorp terecht. De zoektocht naar een nieuw onderkomen had ons gevoerd langs een lange reeks wijken van Johannesburg en Pretoria. Een depressie lag op de loer. De huizen waren omgeven door hoge muren met scheermesjesprikkeldraad, of ze lagen in buurten waar de verloedering was ingetreden en de burger zich 's avonds liever niet op straat waagde, tenzij als gewapend lid van de buurtpatrouille. Een uitstapje buiten de stad bracht uitkomst.

Bange blanke gezichten en vals blaffende honden achter het hek zijn er ook in het dorp, maar toch een stuk minder dan een uur verderop in Johannesburg. Onze nieuwe standplaats lijkt een beetje op het nieuwe Zuid-Afrika, dachten we in een romantische bui, toen we voor het eerst bij de Portugese winkel kwamen. Hier doen zwart en wit boodschappen. De zwarte woonwijk is om de hoek, niet zoals in Johannesburg en Pretoria ver weg van de veilige blanke wijken.

Woon je op een dorp?, vroegen collega's verbaasd.

Wat je ook zei - dat de trage heuvels van de Transvaal wel mooi zijn, al zijn ze een beetje kaal, dat je er rustig rond kan fietsen, zelfs naar de zwarte wijk, dat de helft van de bevolking van Zuid-Afrika op het platteland woont - het hielp niet echt. Die verbaasde blik, een beetje meewarig ook, bleef. Wat moet je als correspondent in godsnaam op het platteland - wat gebeurt daar nou?

Forwards Ever - Backwards Never, melden kloeke borden langs de toegangsweg naar het zwarte deel van het dorp. Hier wordt gebouwd aan de toekomst: Refilwe krijgt elektriciteit, riolering, fatsoenlijke woningen, betere scholen en gezondheidszorg. Allemaal zaken die het witte dorp al sinds jaar en dag bezit.

Sinds de eerste democratische verkiezingen van 1994 heeft het dorp, zoals de meeste plaatsen in het land, een gemeenteraad waar het ANC de scepter zwaait. De Nationale Partij van het oude regime is naar de oppositie verhuisd. Meneer Maila, de eerste zwarte burgemeester van het dorp, staat glimmend van trots in de lokale zakengids die 'de parel van Gauteng' in de vaart der volkeren moet opstoten. 'We staan op de drempel van de ontwikkeling.'

Maar het ANC heeft moeten ervaren dat beloften doen, eenvoudiger is dan ze nakomen. Overal in het land lopen de ambitieuze plannen vertraging op. De politiek van de nieuwe regeerders staat onder zware druk, als gevolg van geldgebrek en steeds regelmatiger opduikende aanwijzingen voor wanbestuur en corruptie.

Ook in het dorp wordt zachtjes gemord. 'De raad is achter met de projecten', zegt Charlie. Hij is bezig van sloophout een nieuw wc-hok te timmeren achter op zijn erfje. Wanneer de gemeente de beloofde riolering gaat aanleggen, is onbekend. 'Misschien volgend jaar', denkt hij.

Charlie is werkloos, zoals de meeste bewoners van het 'plakkerskamp', het armoedigste deel van het zwarte dorp, met hutjes die aan de gevestigde wijk zijn 'vastgeplakt'. Free and Fair heet het, een wat ironische naam voor het kaalste deel van de heuvel. De huisjes zijn opgetrokken van sloophout en platgeslagen olievaten. De meeste hebben nog geen water, geen licht en geen riool. Wel zie je veel met liefde onderhouden tuintjes met prachtige tropische bloemen. Sommigen hebben de bruine aarde weten om te toveren tot een glanzend groen grasveldje, net als in het witte dorp.

Het leven is maar weinig veranderd sinds het einde van de apartheid, vindt Charlie. Volgens hem helpt de burgemeester vooral zijn eigen vriendjes. Die krijgen als eerste de huizen, de stroom, de riolering. Hij wijst naar de andere kant van het zwarte dorp, waar de betere woningen staan. De villa van de nieuwe gemeentesecretaris steekt er pontificaal boven uit.

Het plakkerskamp herbergt de mensen van Zuid-Afrika die nog steeds geduldig wachten op betere tijden. Charlie moet rondkomen van zo nu en dan een klusje als timmerman. Een goeie maand betekent driehonderd gulden, dan kan hij behalve eten ook wat hout kopen om zijn huisje bij te timmeren. Anderen verdienen amper honderd gulden, als dagloners bij boeren in de omgeving. Net als vroeger.

De laatste tijd is het kamp flink gegroeid. Dat komt vooral doordat boeren hun arbeiders van het land sturen. De boer is bang dat hij straks door nieuwe wetgeving aan ze vast komt te zitten, zegt Carien du Toit. Ze is sociaal werkster, deels voor de Dienst Barmhartigheid van de gereformeerde kerk en deels voor de gemeente. Zo ziet ze als een van de weinige blanken beide delen van het dorp.

In het witte dorp is de stille armoede langzaam aan het groeien, merkt ze. Het is niet meer vanzelfsprekend dat je als blanke een baantje krijgt, zoals vroeger. 'Regstellende aksie': zwarten gaan nu vóór bij de overheid. Het dorp telt inmiddels 27 gezinnen die maandelijks van de kerk een voedselpakket krijgen. Het zijn vooral sociaal zwakke families, waar de drank heerst. Een project met eigen groentetuintjes loopt daarom maar moeizaam.

'Die mensen zijn er gewoon te lui voor', heeft dominee De Bruin bestraffend geoordeeld. Carien geeft hem wel een beetje gelijk. 'Die blankes zijn verwend door de apartheid.'

Aan de andere kant van de heuvel zijn de problemen echter onvergelijkbaar groter, weet ze. Er is bijna geen beginnen aan: werkloosheid, alcoholisme, huwelijksproblemen, verkrachtingen. 'Veel mannen hebben meer dan één vrouw. Ze trouwen en lopen vervolgens weg naar een ander. Als ze gedronken hebben, mishandelen ze hun vrouw. Maar er zijn ook nogal wat vrouwen die drinken en hun kinderen verwaarlozen.'

Carien worstelt met het verschil in cultuur. Van de wettelijke onderhoudsplicht trekt niemand zich wat aan. 'Die wet is modern, maar hij gaat tegen de tradities in.' Het zit haar dwars dat de mensen zo weinig verantwoordelijkheid tonen. 'Ze zeggen: de drank moet mij loslaten, niet: ik moet ophouden met drinken.' Gisteren moest ze weer vier kinderen weghalen uit een gezin, naar een kindertehuis in Pretoria. Ze wordt er moedeloos van. 'Ik zie geen oplossing, met al die werkloosheid.'

Ons romantische idee dat het dorp een mooi voorbeeld is van het nieuwe Zuid-Afrika, is inmiddels voorbij. In het begin dachten we nog tekenen van hoopvolle integratie te zien - ha, zwarte golfers op de prachtige golfbaan van de diamantmijn. Maar ze vormen een apart clubje in een zee van witte mannen, die alleen met elkaar spelen. De enige zwarten in hun gezelschap zijn de jongens die de zakken met golfstokken achter hen aandragen.

Het is natuurlijk niet verwonderlijk dat er nog geen vriendschap is na decennia van raciale onderdrukking. Maar dat er zo opzichtig weinig toenadering is, dat verbaast toch wel. Vier jaar na het officiële einde van het apartheidsregime zijn de beide delen van het dorp nog steeds volstrekt gescheiden werelden. Men komt elkaar tegen als dat praktisch onontkoombaar is, in de winkel, op het werk, in de rij voor de geldautomaat. Vermoeide blanke gezichten, neergeslagen zwarte ogen, ijzige stilte.

Pas als er iemand van de eigen groep aanschuift, kan er een lachje af, vloeien de vriendelijke woorden. Een gebaar van de andere partij oogst snel wantrouwen. Een zwarte man die een bejaarde boer wilde helpen die bij de geldautomaat met zijn pasje stond te klungelen, kon een klap met de wandelstok krijgen als hij niet ophoepelde.

Het is niet alleen angst voor het onbekende. Het witte dorp loopt over van weerzin tegen de nieuwe verhoudingen.

In de blanke kroeg - een bordje met 'Recht van toegang voorbehouden' op de deur - kun je met de Hitlergroet onthaald worden. Zwaarlijvige mannen halen er in een waas van alcohol herinneringen op aan de grensoorlog in Angola.

Sommigen komen er openlijk voor uit en zijn er trots op racist te zijn. Laatst nog een gepensioneerd stel bij de tennisbaan. Vijftien jaar geleden verruilden ze Zimbabwe voor Zuid-Afrika. En maar kankeren.

Zij: 'Wij zijn racisten, ja. Het zijn toch allemaal barbaren hier? Ik heb mijn huispersoneel altijd goed behandeld. En wat doen zij met ons? Mijn auto is gestolen, tuingereedschap is weg, geld gestolen. Zou je alsjeblieft niet willen schrijven dat het hier allemaal zielige zwartjes zijn die door de blanken worden uitgebuit? Want dat denken ze in Europa allemaal.'

Hij: 'Die gestudeerde ANC'ers, daar moet je voor oppassen. Ze zeggen niet: we drijven de blanken de zee in, nee, ze zeggen: we weten wel adresjes voor ze als het hun niet bevalt, Canada, Australië, Engeland. Dat soort lui jaagt de blanken het land uit.'

Zij: 'De werkloosheid is nog nooit zo hoog geweest. Over een tijdje is dit land net als elk ander Afrikaans land: een ruïne, economisch kapot.'

Hij: 'Ik denk dat er over tien jaar misschien een Afrikaner kolonie in de West-Kaap bestaat. De Afrikaners hier, de oude Voortrekkers, hebben weliswaar verachting voor de Kapenaren, maar als het water hun tot de lippen komt, kunnen ze niet anders. Dan maken ze die trektocht wel weer terug.'

Maar zelf weggaan, nee. Hij: 'We zijn nu te lang hier.' Zij: 'We hadden in 1987 naar Australië moeten gaan, toen vrienden van ons gingen.'

Volgens de optimisten is het gekanker echter het geheim van het nieuwe Zuid-Afrika. Want al is de onvrede groot, al tiert het racisme nog welig, zelfs de meest conservatieve blanken passen zich op de een of andere manier aan. Niet omdat ze de zwarte medemens opeens een warm hart toedragen, maar eenvoudig omdat er uiteindelijk niets anders op zit.

Diezelfde optimisten wijzen er ook graag op dat wit en zwart hier en daar ook wél op normale wijze met elkaar omgaan. Maar het betreft een kleine voorhoede, die vooral is te vinden in de culturele en economische elite van Johannesburg en Kaapstad, ver van het uitgestrekte platteland. Buiten de grote stad, van de Kaapse wijngaarden tot het droge veld voorbij Pretoria, heersen nog steeds de boeren.

De boeren van het dorp zijn nerveus op het ogenblik. Danie Crafford van de Zebra-boerderij is overvallen toen hij met vrouw en dochters thuiskwam. Drie gewapende zwarte mannen dwongen de vrouwen in de kofferbak van Danie's Mercedes te kruipen.

Danie schoot nog toen ze wegreden. Het was raak waarschijnlijk, want later werd een bebloed jack gevonden bij de auto die de overvallers hadden achtergelaten. De vrouwen lagen nog achterin, ongedeerd.

Het was voor het eerst dat het geweld dicht bij het dorp kwam. De boeren waren al op hun hoede, want de afgelopen maanden is er een reeks moorddadige aanvallen geweest op afgelegen boerderijen elders in het land. Nu is ook de omgeving van het dorp al niet meer veilig, klagen ze.

De overvallers mogen nog van geluk spreken. Als de reservisten van het Bronkhorstspuit Kommando hen hadden gevonden toen ze het veld uitkamden, waren ze waarschijnlijk zonder pardon doodgeschoten. Zo ging het al in de Vrijstaat en bij Ermelo in Mpumalanga.

De boeren rond het dorp zijn paraat. Iedereen heeft zijn wapen klaarliggen. 'Als er een onbekende kaffer op het erf komt, eerst schieten, dan pas vragen stellen', zeggen ze. Ook de jonge garde wordt geprepareerd. De jongens van de middelbare school zijn al een weekend op 'avontuurkamp' geweest. Ze kregen van het Kommando les in het schieten met automatische geweren en moesten een schijnaanval op het kamp afweren. Als afsluiting was er een kerkdienst.

Dominee Alfred Matebedi merkt het wanneer hij op bezoek gaat bij zijn gemeenteleden die nog op de boerderijen in de heuvels werken. 'Boeren willen liever niet meer dat ik over hun land ga. Ze hebben me gewaarschuwd', zegt de jonge herder van de gereformeerde kerk in het zwarte dorp.

Hij ontvangt ons met grote blijdschap in zijn kamertje, na de zondagsdienst. De gemeente verlaat luid zingend de kerk, de ouderlingen die het collectegeld tellen, kijken nieuwsgierig op. Dominee besluit tot gebed: de Here wordt bedankt voor het onverwachte bezoek.

Het is nog niet voorgekomen dat mensen uit het witte dorp naar de zwarte kerk gingen, verklaart hij. 'Ik heb wel een goed contact met mijn collega van de Nederduits gereformeerde kerk, hoor. Maar we hebben nog geen gezamenlijke dienst gehad'. Hij glimlacht. 'Dominee De Bruin heeft een conservatieve gemeente. Je kunt het niet forceren. We moeten geduld hebben.'

Het dorp heeft gelukkig ook een lichtpuntje, hebben we ontdekt. Italiaans restaurant La Casa, uitgebaat door een Belg van Griekse oorsprong, heeft geen afwerend bordje op de deur. De bediening is gemengd. La Casa is soepel met volk dat daar nog allergisch voor is. Lieden die niet door Lucky wensen te worden bediend, krijgen haar blanke collega.

Lucky haalt er haar schouders over op. Haar raakt het niet meer. 'We kennen de gezichten. Als ze komen, bedient Marie ze.' 'Ik word vooral kwaad als jongere mensen zich nog net als vroeger gedragen', zegt Marie. 'Van de ouden kun je weinig verwachten. Die veranderen niet meer.'

Zondi Khuboni kan zich nog veel kwaaier maken. De apartheid in het dorp is nog springlevend, zegt hij. 'De boeren verwachten nog steeds dat je ze met ''baas'' aanspreekt.' En de blanken klagen wel, maar ze hebben nog hetzelfde gerieflijke leven als vroeger.

Er verandert zo weinig. Daar kan de jonge ANC'er pas echt boos over worden. Het zwarte dorp heeft dan wel een nieuwe school gekregen, een kliniek en een bibliotheek, een crèche en een nieuwe vuilniswagen, maar in dat opgefriste decor hangen de mensen nog steeds doelloos rond. 'Er is geen werk. Ja, als je familie hebt bij de gemeenteraad, dan heb je kans op een baantje. Er is te veel nepotisme.

'Neem de burgemeester. Die man was voorzitter van de mijnwerkersbond in het dorp, en nou maakt hij dure snoepreisjes. Hij is naar Australië geweest, hij zou bedrijven aantrekken - niks, lege handen. Maar wel met de hele raad plus vrouwen uitgebreid dineren in La Casa, voor vijfhonderd rand.'

Zondi's ogen schieten vuur. 'Die man moet weg. Hij doet veel te weinig voor de gewone mensen. Hij verwijst alleen maar naar het ANC, en zegt dat er geen geld is. En Mandela moet ook weg, die is oud. Er moet jong bloed komen.' Spottend: 'Misschien moeten we maar weer op de Nationale Partij gaan stemmen, die kunnen vast beter banen scheppen.'

Op de stoep naast ons huis dromen Pleasure en Fanie van de toekomst. Van het kleine fortuin dat straks zal binnenkomen dankzij hun eigen werkgelegenheidsplan. Vijf rand per persoon, kinderen half geld, honderd bezoekers - dat is per weekend evenveel als ze nu in een hele maand verdienen met grasmaaien in de tuin en schoonmaken bij de mijn.

De keuze is gevallen: het wordt King Kong escapes, of als die al is verhuurd Wizards of the lost kingdom. De eerste vijftig bioscoopgangers van Refilwe kunnen rekenen op een gratis beker cola.

Hans Moleman

Meer over