Die ene patiëntBert Keizer

‘Zijn doodswens stond niet op papier. Ik zei: jullie hebben zijn lichaam, maar ik heb zijn ziel’

Artsen over de patiënt die hun kijk op het vak ingrijpend veranderde. Deze week: specialist ouderengeneeskunde Bert Keizer (71).

Ellen de Visser
null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

‘Hij was op jonge leeftijd uit Suriname naar Nederland gekomen en in een oogwenk verslaafd geraakt aan heroïne, met alle bijbehorende ellende: hij takelde af, liep een longabces op en uiteindelijk kreeg hij aids. Zo kwam hij op een dag terecht op de afdeling van ons verpleeghuis waar de hopeloze gevallen uit de stad aanspoelden. Heroïneprostituees, ongeneeslijke alcoholisten, thuisloze junks die het harde straatleven niet meer aan konden, ze kregen bij ons een plekje.

‘Van iemand die op straat leeft, verwacht je misschien lomp en onaangepast gedrag maar hij was een opvallend zachte, lieve vent, en ook nog eens een mooie jongen om te zien. Ik vond hem aandoenlijk. Na al die jaren van vechten en scoren had hij het bij ons eindelijk leuk. Soms kookte hij voor de hele afdeling heerlijk Surinaams eten. Maar dat straatleven, hoe slopend ook, had toch iets verslavends: de spanning, de variatie van mensen, het was een enerverend bestaan. En het verpleeghuis was daarbij vergeleken fucking boring, zoals hij zei. En dan ging hij soms toch de stad weer in, raakte hij opnieuw aan de drugs, en keerde hij na verloop van tijd ziek terug. We hadden altijd wel een plekje voor hem vrij.

‘Dat ging jaren zo door, totdat hij op een dag zijn leven overzag. Hij had alle kansen gemist: geen vrouw, geen kinderen, geen baan, alleen een broer die af en toe langskwam. Op straat wilde hij niet meer leven, maar het vooruitzicht om als beginnende vijftiger de rest van zijn tijd in het verpleeghuis te zitten, leek hem ook verschrikkelijk. En toen nam hij een besluit: ik wil dood, zei hij. Hij stopte met zijn aidsmedicijnen maar dat bleek een slechte manier om de dood af te dwingen, dat zou lang gaan duren.

‘Op die fatale avond zag het nachthoofd zijn slaapkamerdeur openstaan, er kwam een windvlaag de gang op. Zijn kamer was leeg. Ze vonden hem tussen de bosjes, hij was vanaf de tweede verdieping naar beneden gesprongen. Hij was er vreselijk aan toe, buiten bewustzijn, een klaplong, overal botbreuken, kapotte nieren.

‘Ik zocht hem op in het ziekenhuis, in een kamertje op de intensive care waar hij aan de beademing lag, en mijn hart ging naar hem uit. Hoe zou hij hier uitkomen? Ik vroeg om een gesprek, en kwam te zitten tegenover een grote groep artsen en een ethicus. Zijn doodswens stond niet op papier, dus ik zette me schrap. Ik zei: jullie hebben zijn lichaam maar ik heb zijn ziel, als jullie hem terugbrengen moet vaststaan dat hij terugkeert naar een fijn leven. Ik heb, te midden van al die collega’s, zijn ziel op tafel gelegd, er wachtte hem alleen maar een treurige toekomst. Zijn broer was mee, die dacht er net zo over.

‘We vonden gehoor, het werd een goed gesprek. Hij had zulk ernstig letsel, begreep ik van de artsen, dat hij nooit meer zou herstellen. Ze besloten om hem nog diezelfde middag van de machines los te koppelen. Om half 7 ’s avonds werd ik thuis gebeld dat hij was overleden. Ik moest ineens huilen en dat verraste me, want ik huil niet zo snel.

‘Had ik hem een ander einde kunnen bezorgen? Dat heb ik me later vaak afgevraagd. Ik wilde niet dat hij dood zou gaan, een raar oordeel, maar ik had een zwak voor hem en ik vond het zo zonde. Hij drong niet aan, verlangde van mij geen hulp. Daarom moest hij het zelf doen, midden in de nacht. Dat idee grijpt me nog altijd aan.

‘Ik keek naar zijn leven, zoals hij dat eerder had gedaan: een immigrantenbestaan dat faliekant was mislukt. Zo’n leuke man, met een opleiding en een fijn karakter, waarom was dat nou misgegaan? Zijn spulletjes werden opgehaald door zijn broer, een heel leven in een vuilniszak. Ik besefte opeens zo goed dat mijn geluk geen eigen verdienste was, ik zag de mazzel die mijn leven omlijstte. En ik was intens verdrietig om zijn dood.’

Dit is de laatste aflevering van deze rubriek. Eerdere afleveringen zijn gebundeld in Die ene patiënt (Ambo Anthos, € 16,99). Een aantal verhalen is ook hier te lezen.

Meer over