Zij een drama, wij een volwassen debat

Het debat over 'het multiculturele drama' is door de media met tevredenheid afgesloten. Volgens Chris Keulemans is daar geen reden voor omdat het werd gevoerd op de opiniepagina's van kwaliteitskranten die voor allochtonen ontoegankelijk bleken....

Chris Keulemans

HET debat over 'het multiculturele drama' dat Paul Scheffer ontketende, was spannend genoeg om vier maanden lang de kranten te vullen. Een kleine studie naar de manier waarop de kwaliteitskranten die discussie voerden, levert veel informatie op. Over de berichtgevers zelf tenminste, en niet zozeer over de allochtonen.

Om te beginnen ging het debat vrijwel uitsluitend tussen witte Nederlandse mannen van (ver) boven de veertig. Van de 53 opiniërende stukken die ik in NRC Handelsblad, de Volkskrant, Trouw, Elsevier, Vrij Nederland en HP/De Tijd heb gezien waren er zes van allochtonen. Scheffer zelf, Paul Schnabel, Dolf Kohnstamm, Paul Kalma, Gerry van der List, Jos van der Lans, Gerbert van Loenen, J. van Doorn en Frits Bolkestein schreven de grote artikelen die de discussie bepaalden. En zij vormden ook voor elkaar het referentiekader. Als ze citeerden, citeerden ze elkaar, of rapporten en artikelen geschreven door andere witte Nederlandse mannen. Van de 44 geschreven bronnen die ik in hun artikelen telde waren er vier van vrouwen, allochtonen en/of buitenlanders. Het debat speelde zich af in een hoekje van de samenleving.

Kunnen allochtonen dan niet schrijven? Op de redacties lijkt dat de gangbare opinie. De Volkskrant bij voorbeeld ruimde na Scheffers opening onmiddellijk een dagelijks hoekje in op de binnenlandpagina, voor een kort interview met de multiculturelen zelf. Cörüz, Gowricharn, Selman en andere allochtone kopstukken, ze kwamen allemaal aan het woord. Want praten kunnen ze wel. Maar tot de opiniepagina krijgen ze niet zomaar toegang.

Dat gedrag vertonen veel Nederlandse organisaties en overheden. Oog in oog met de vreemdeling keren ze opeens naar binnen en beginnen over zichzelf te praten. Hoe ingewikkelder de ander, hoe interessanter de eigen kring.

Van deze blinde vlek schrok Scheffer zelf het meest. Na zijn eerste stuk werd hij bedolven onder de uitnodigingen om met eigen ogen te komen kijken. Verontwaardigde en zelfbewuste allochtonen riepen hem op zijn studeerkamer te verlaten. Scheffer deed 'een ontdekkingsreis in eigen land, zeg maar gerust een inburgeringscursus'. Zijn tweede artikel is nog steeds bezorgd van toon, maar het is genuanceerder en afwisselender van perspectief. Van de dertien bronnen die hij aanhaalt zijn er nu zes allochtoon.

Onverwacht bevestigt hij daarmee zijn stelling: het multiculturele drama heeft betrekking 'op een afstandelijke meerderheidscultuur, die wegkijkt'. Een cultuur waarin een respectabele denker als hijzelf eerst alle ruimte krijgt om de publieke opinie te alarmeren, om daarná pas te gaan kijken hoe de voorwerpen van zijn theorie het in de praktijk doen.

Op de opiniepagina's woedde vooral de competitie tussen de kranten. NRC Handelsblad had eindelijk, dankzij Scheffer, een manier gevonden om aan de multiculturele samenleving een geruchtmakend debat te ontlenen zonder het werkelijk over die ingewikkelde ander te hebben. Die achterstand viel door de concurrenten niet goed te maken. Ze konden alleen proberen ook rumoer te veroorzaken. De Volkskrant presenteerde het onderzoek van Entzinger/Phalet naar de polder-islam zo onheilspellend mogelijk: 'Integratie stopt bij de voordeur'. Vrij Nederland koos de dissidente positie en stond kwalificaties van Scheffer als 'binnenlands kolonialisme' en 'fundamentalistisch' toe. En Elsevier kwam triomfantelijk met de tien punten van Van der List, die de oplossing voor het drama wel kent: 'Nederlander worden'. Niks eigen identiteit, gewoon assimileren.

Iedereen probeert het oudste recht op deze discussie te claimen. Om te voorkomen dat Scheffer met de eer gaat strijken, stellen Van Doorn, Van der List, Cliteur en Fortuyn vast dat hij alleen maar bevestigt wat zij al jaren zeggen. De school-Bolkestein haalt alsnog zijn gelijk. Om op de opiniepagina's spreekrecht te krijgen is scepsis vereist. De multiculturele samenleving komt er niet vanzelf, integratie met behoud van eigen identiteit is een illusie, de overheid hult zich in loze voornemens, de islam is een gevaar voor onze waarden en de instroom van asielzoekers moet beperkt. Alleen wie laat zien elk maakbaarheidsideaal voorgoed te hebben ingeruild voor gepaste somberheid, spreekt mee.

Somber is stoer, en in de slag om het initiatief in dit debat weer naar zich toe te trekken vertonen de redacties macho-gedrag. Het beste voorbeeld: hoe kranten elk hun 'Nederland-is-vol-moment' uitkiezen. Vroeger was die zin een taboe, en dus is het nu een bewijs van volwassenheid. Het Parool overschreed de drempel vorige week, dankzij het interview met Boris Dittrich over de noodzaak van een nieuwe bevolkingspolitiek. De Volkskrant heeft het al tweemaal aangedurfd, beide keren in de contekst van een discussie over ruimtelijke ordening.

Elsevier had er geen excuus voor nodig. Hendrik Jan Schoo zette het uitdagend boven zijn laatste column, voor hij naar de Volkskrant vertrok. Zijn redactionele commentaren bestonden de afgelopen jaren uit een paar vaste elementen. 'Asielzoekers, hun nazaten en andere magen' profiteren hier van onze welvaart. Ze komen hier 'niet als ontheemden maar als kwartiermakers'. De volgende golf asieltoeristen is al onderweg. De politici luisteren niet naar het volk, en daarom heeft Schoo wel sympathie voor extreem-rechts, die het immigratiedebat weliswaar 'lomp agendeert', maar 'met de discussie zelf is niks mis'. Ook naar Schoo wordt niet geluisterd, want: 'Media, academisch en politiek establishment werken eendrachtig samen om ook maar het geringste tegengeluidje te smoren.' Maar Paul Kalma maakte dit voorjaar in een beheerste analyse in Trouw duidelijk hoe makkelijk Schoo, Elsevier en andere woordvoerders van het 'immigratiestop-liberalisme' aan de haal kunnen gaan met het bezorgde pleidooi van Scheffer.

Nu het debat wat de krantenredacties betreft is afgerond, overheerst tevredenheid. Vooral de pleitbezorgers van een zelfbewust, restrictief Nederland verklaren opgelucht dat ze dankzij Scheffer eindelijk vrijuit en openhartig kunnen spreken over een kwestie die tot nu toe met taboes bedekt was. En het Kamerdebat dat op het rumoer in de media volgde werd alom gewaardeerd als 'een volwassen debat'. De kranten noemden het in hun commentaren een bewijs van betrokkenheid dat de fractieleiders zelf het woord voerden - terwijl het eerder getuigt van hun onverschilligheid dat ze het tot nu toe níet deden. Hoe volwassen het debat in de Kamer werkelijk is bleek onlangs rond de nieuwe Vreemdelingenwet.

Met hun lof complimenteerden de kranten in feite zichzelf. Voor een discussie die vooral openstond voor de traditionele deelnemers en die leunstoelscepsis legitimeerde. En die het onderwerp van gesprek nauwelijks aan het woord liet. Want hoe de reageerden de allochtonen, in en vooral buiten de kwaliteitskranten? Sommigen woedend, omdat het stuk van Scheffer weer aanleiding geeft tot stereotypen en argwaan. Ahmed Aboutaleb zei dat de allochtonen de negatieve berichtgeving zat zijn. Coskun Cörüz noemde het een 'anti-islam' stuk. Mariwan Kanie had het over 'cultureel nationalisme'. Anderen, zoals Afshin Ellian en Yesil Yesilgöz, uitten zich geprikkeld en onzeker: als we moeten assimileren, tot wat dan precies, en wie bepaalt wanneer het ooit genoeg is? En weer anderen, zoals Jude Kehla-Wirnkar en Naima Azough, reageerden vermoeid. Het is een hype, een discussie over de hoofden van de allochtonen heen. Ruben Gowricharn zei in Contrast tenslotte: 'Het lijkt wel media-uitsluiting.'

Het lijkt zo eenvoudig. Als je werkelijk wilt dat iemand integreert, dan moet je hem ook aan het woord laten. Al was het maar om de schijn te vermijden, die door deze discussie ook weer is versterkt, dat allochtonen een eenvormige mensensoort zijn. Dat de bevolking uit wij en zij bestaat.

De discussie over het Multiculturele Drama heeft niet het klimaat geschapen waarin allochtone opinieleiders zich vrij voelen om meningsverschillen en zelfkritiek openbaar uit te spreken. Het is ze niet makkelijker gemaakt zich los te maken van de 'zij' waarmee ze geassocieerd worden, en zich als afzonderlijke gespreksdeelnemers te presenteren. Integendeel, het heeft bij velen van hen de neiging versterkt zich niet meer met zulke discussies in te laten. Als dat zo doorgaat dreigt straks niet alleen de meerderheidscultuur, maar ook de minderheidscultuur weg te kijken. En dat zou pas een drama zijn.

Meer over