Ziek van reizen

Brakende kinderen op de achterbank. Spugende passagiers in de vliegtuigcabine. Groen-ziende zeebonken hangen over de reling. En luchtreizigers die met een brak gevoel in het lijf door een verre vakantiebestemming wandelen, geplaagd door een jetlag....

De keerzijde van vakantiepret. Wagen-, zee- en luchtziekte zijn schering en inslag: 75 procent van de mensen heeft er een beetje last van. Daarvan heeft 25 procent veel last; 5 procent wordt extreem snel misselijk. Vooral kinderen en vrouwen kunnen geweldig ziek worden. De jetlag grijpt met de toename van langeafstandreizen om zich heen: slechts weinigen kunnen ongestraft een tijdsprong van zes uur of meer in een etmaal maken.

Een jetlag laat zich tamelijk eenvoudig verklaren. De mens bezit een biologische klok, die uit zichzelf ('t is heus!) 25 uur telt. Die klok hangt in de hersenen, in de hypothalamus om precies te zijn. Hij zorgt er onder andere voor dat de bijnier snel een hormoon, cortisol, afscheidt bij het in slaap vallen, en dat die productie na een poosje slapen afneemt. Hij regelt ook dat de lichaamstemperatuur 's nachts daalt. En dat de bloeddruk omlaag gaat tijdens het slapen.

Verzet die klok razendsnel een uur of wat, en het hele systeem loopt in het honderd. De lichaamstemperatuur gaat veel te vroeg op de dag dalen. Slapen willen we, midden overdag. Die bijnieren scheiden hun hormoon op ongewenste momenten wel en niet af. Midden in de nacht worden we wakker en als het tegenzit willen we nog eten ook, omdat ons lichaam nog even doorgaat met het in balans houden van stoffen die we slapend helemaal niet kunnen gebruiken.

De bloeddruk past zich snel aan, maar loopt daardoor weer uit de pas met de tragere broertjes. En de spijsvertering raakt de kluts kwijt doordat er zwaar avondeten komt op een tijdstip dat ons lichaam rekent op ontbijt of een lichte lunch. Daarnaast worden we er ook niet vrolijker op. We zijn chagrijnig of zelfs depressief, ongeïnteresseerd en ongeconcentreerd.

Remedies tegen een jetlag concentreren zich rond het opnieuw uitbalanceren van dag- en nachtritme en spijsvertering. Medici waarschuwen bovendien tegen het gebruik van alcohol tijdens vliegreizen: een borrel komt in de kunstmatige luchtdruk van een vliegtuigkabine twee tot drie keer zo hard aan als gewoon op de grond.

Regelmatig heen en weer lopen zou enig soelaas bieden. Beweging houdt de bloedcirculatie op gang. Heel veel water drinken in het vliegtuig helpt ook. Door de atmosfeer in de cabine drogen we ongemerkt snel uit. Daarvan kunnen we dagen last houden.

Alvast gaan slapen op een tijdstip dat het in het land van bestemming nacht is, is een goed idee. Maar dan niet met behulp van een slaappil, want die veroorzaakt een soort coma waarin de bloedcirculatie zwaar in de verdrukking komt. Dat kan leiden tot klonters in het bloed. Die gaan naar de longen zodra we weer in beweging komen. Dat zou de verklaring zijn voor opvallende sterfte aan trombose op luchthavens. Slapen in het vliegtuig moet makkelijker worden door kussentjes, sloffen, oordopjes en blinddoekjes.

Wagen-, zee- en luchtziekte, dat is een veel ingewikkelder verhaal. Terwijl er zo veel mensen zijn die erdoor worden geplaagd, staat nog steeds niet onomstotelijk vast wat precies in het lichaam misgaat waardoor we zo kotsziek worden. Het volksgeloof wil dat een door elkaar geschud evenwichtsorgaan spugen veroorzaakt. Zo simpel is dat niet. Bij TNO Technische Menskunde in Soesterberg doet dr. Wim Bles al jaren onderzoek naar de oorzaken en het bestrijden van deze zogenoemde bewegingsziekten. Hij legt uit dat we ziek worden door een optelsom van factoren.

Het evenwichtsorgaan speelt wel een rol bij het ontstaan van bewegingsziekte. Dat orgaan zit in ons binnenoor, achter hamer, aambeeld en stijgbeugel. Daar zitten drie kanaaltjes, gevuld met vloeistof en klepjes. Plus twee zogeheten otolieten, behaarde plaatjes waarop een soort steentjes balanceren. De kanalen geven draaiende bewegingen door aan het neurale netwerk in de hersenen. De otolieten zijn de verklikkers van versnelde bewegingen in een rechte lijn.

Het neurale netwerk wil voortdurend drie dingen weten over de toestand van hoofd en lichaam: draai ik rond een of andere hoek? Word ik verplaatst? En, het belangrijkste: hoe bevind ik me ten opzichte van de zwaartekracht, ten opzichte van de aantrekkende aardbol dus, opdat ik niet omkukel als ik even buk?

Dat systeem werkt prima als we gewoon ongemotoriseerd op twee benen bewegen, want daarvoor is het evenwichtsorgaan gemaakt, legt Bles uit. De hele waarneming verandert echter zodra we sneller willen opschieten. In een vervoermiddel, dus. Dan blijkt ook dat ons evenwicht van meer dingen afhankelijk is dan van kanaaltjes en steentjes in het binnenoor.

Om het evenwicht te bewaren, moeten we weten hoe de stand is van het hoofd op het lichaam en dienen we besef te hebben van de ruimte waarin we ons bevinden. Dat weten de ogen. Die vertellen ook waar wij zijn ten opzichte van de vlakke vloer of de rechte muur. Registreert het evenwichtsorgaan alleen versnelde bewegingen, het oog is ook gevoelig voor constante snelheden. Samen leveren ze de informatie die de hersenen nodig hebben voor het scheppen van een evenwicht.

En tenslotte levert de tastzin nog noodzakelijke kennis over de stand van de ledematen. De informatie over de stand van het lichaam vult aan wat ogen en evenwichtsorganen al hebben gezegd over die van het hoofd.

Als ze al die informatie hebben, zo is de theorie van Bles, dan maken de hersenen een voorspelling van wat er te verwachten is aan beweging. Een model. 'Je verwacht dat je iets bepaalds gaat zien, voelen, ondergaan; je hele lichaam stelt zich daarop in. Als de zintuigen dat inderdaad waarnemen, is alles met elkaar in overeenstemming en beweeg je probleemloos over moeder aarde.' De verwachting en de realiteit kloppen met elkaar.

Maar stel dat je een vervoermiddel bestijgt. Dan gebeuren dingen die niet beantwoorden aan de verwachting. Bijvoorbeeld: de ogen zien de rechte wand van de kajuit van een schip, maar het evenwichtsorgaan zegt dat het overhelt naar links. Het model in de hersenen heeft niet terug van wat er in werkelijkheid met het lichaam gebeurt. Dat geldt ook voor heuvels en scherpe bochten in de weg, en voor geschud in het vliegtuig. Geen idee waar we zijn ten opzichte van de zwaartekracht. Dat wordt braken.

Het Geneesmiddelen Informatie Centrum meldt dat een aantal stoffen kan helpen bewegingsziekte te voorkomen, mits geruime tijd voor het instappen geslikt. Pillen nemen als we al ziek zijn, werkt misselijkheid vaak in de hand. Cyclizine en cinnarizine (zitten in Primatour) hebben invloed op het plekje dat ons aanzet tot braken. Meclozine (Suprimal) doet datzelfde, maar werkt langduriger. Scopolamine (Scopoderm), een pleister die achter één oor moet worden geplakt, helpt goed. De stof is echter ongeschikt voor kinderen omdat ze ervan gaan hallucineren, en volwassenen kunnen problemen krijgen met de oogdruk en mannen zelfs met de werking van de prostaat. Gember (homeopathisch) kan de geschudde maag een tijdje in bedwang houden. Andere middelen zijn alleen op doktersrecept verkrijgbaar. De meeste stoffen hebben als belangrijkste bijwerking dat je er suf en slaperig van wordt.

TNO-onderzoeker Bles raadt de misselijken onder ons in eerste instantie huis-, tuin- en keukenmiddeltjes aan. Op een schip niet binnen gaan zitten, maar op het dek blijven en naar de horizon kijken. Zelf autorijden, zodat je bochten en bobbels ziet aankomen en je lichaam daarop anticipeert. Of naast de bestuurder zitten en goed opletten. Op het kinderzitje een stuur monteren, opdat het kind achterin 'actief meerijdt'.

Liever niet kaartlezen of lezen, want dan geven je ogen andere informatie dan je evenwichtsorgaan. 'En als mensen zeggen baat te hebben bij een watje in één oor, of bij een polsbandje van elastiek: vooral gebruiken, al zal de werking daarvan het goeddeels moeten hebben van het geloof dat je eraan hecht.'

Mieke Zijlmans

Meer over