InterviewKristie Rongen

‘Wopke is een rijkeluiszoontje en Mark is gewoon een narcist’

Kristie Rongen. Beeld Robin de Puy
Kristie Rongen.Beeld Robin de Puy

92.000 euro moest Kristie Rongen (45) terugbetalen, als slachtoffer van de toeslagenaffaire. Ze kon haar drie kinderen nauwelijks te eten geven en ging er zelf aan onderdoor. ‘De Belastingdienst had me echt kapotgemaakt.’ Nu vecht ze terug.

Het is halverwege de RTL-verkiezingsavond op de laatste zondag van februari, verschillende lijsttrekkers hebben de degens gekruist met elkaar, of met een ‘burger’, een nieuw format dat de commerciële zender heeft opgetuigd om meer dynamiek aan het debat te geven. Dat zorgt tot dusver voor weinig vuurwerk; D66-lijsttrekker Sigrid Kaag legt kalm uit aan melkveehouder Bert-Jan Verboom waarom zij de veestapel wil halveren. Ja hoor, ze wil daar best over doorpraten aan zijn keukentafel. ‘Positief, bedankt’, sluit de veeboer het twistgesprek af.

Dan betreedt de 45-jarige Kristie Rongen het podium, haar blonde haren gedrapeerd over een zwarte jurk. Rongen kijkt even schuin naar de presentator, en richt dan haar blauwe ogen koeltjes op haar opponent, Mark Rutte.

Geen moment had ze getwijfeld, toen RTL haar een paar weken daarvoor belde met de vraag of zij, als slachtoffer van de toeslagenaffaire, in debat wilde gaan met de demissionair premier.

‘O ja hoor’, had ze gezegd. ‘Ik wil hem weleens aan de tand voelen.’ Eerder deze avond waren er toch zenuwen. Wat zullen ze wel niet van mij denken? Gaan ze me geloven?

Maar tegenover de man die ze verantwoordelijk houdt voor zoveel leed, is ze nu vol focus. Dit is Kristie Rongens moment, en ze laat zich niet afkappen, niet deze keer.

‘U heeft mij in de steek gelaten. U heeft heel veel ouders in de steek gelaten, en burgers, en allemaal voor eigen gewin’, deelt ze de eerste klap uit. ‘Kijk, uw collega’s zijn opgestapt. Menno Snel, Wiebes, Asscher. En waarom denkt u dat u kunt blijven zitten, als eindverantwoordelijke in de toeslagenaffaire?’

Rutte de routinier zoekt pijlsnel naar woorden. ‘Wauw, ehh... dit is heel bijzonder, dat we hier zo staan’, zegt hij net iets te gehaast. Daar gaat hij, pirouettes draaiend om de schuldvraag die hem lijkt te overvallen. Natuurlijk, het is vreselijk wat er is gebeurd, zegt Rutte. Maar hij is ook trots op de dingen die de afgelopen tien jaar wel goed zijn gegaan. ‘En daarom heb ik per saldo besloten aan te blijven. Dat is mijn eerlijke antwoord op je vraag.’ ‘Goed’, zegt Rongen nu met ingehouden woede. ‘U heeft tien jaar gehad om dit uit te leggen, ik heb maar drie minuten spreektijd, dus ik heb een volgende vraag voor u.’ Rongen wil weten hoe mensen zoals zij, die dreigen te worden kapotgemaakt door de overheid, in de toekomst wel worden beschermd. ‘Jullie zijn geen fraudeurs, dat wil ik hier gezegd hebben’, leidt Rutte af van de vraag. Maar daar is Rongen weer.

‘Ik stop u even. De overgrote meerderheid van de ouders had geen advocaat kunnen betalen, en als ze al een advocaat kregen, dan was het voor weinig uren, voor een sociale advocaat. En waarom? U’ – ze wijst met haar vinger – ‘heeft daarop bezuinigd.’

1,7 Miljoen mensen zien die avond hoe een alleenstaande moeder zonder debatervaring Mark Rutte uit zijn evenwicht brengt. Twitter stroomt vol met de steunbetuigingen en complimenten. ‘Oef, dat debat tussen Rutte en Kristie Rongen’, twittert NRC-verslaggever Guus Valk. ‘Geen lijsttrekker kan hem zo in het nauw drijven als zij net deed.’ Sheila Sitalsing stelt voor in haar Volkskrant-column alle lijsttrekkers voortaan langs Rongen te sturen; ‘en we weten binnen drie minuten wie geschikt is voor het landsbestuur.’

‘Dat vond ik de leukste opmerking’, zegt Kristie Rongen vrolijk in haar woning in Lelystad, terwijl ze koffie zet met haar nieuwe espresso-apparaat. ‘Heerlijk, die verse bonen’, roept ze vanuit haar kleine keukentje. ‘Ik dacht: dat heb ik wel verdiend na al die jaren van oploskoffie.’ Rongen kan drie maanden later nog nagenieten van de complimenten. ‘Ik hoorde dat ik de enige was die Rutte stil kon krijgen. En iemand twitterde: Kristie for president. Sommige mensen zeiden dat ik haatdragend naar hem keek, maar ik haat niet de persoon Rutte, ik haat zijn beleid.’

Maar je wil wel dat hij...

‘Opdondert, ja. Dat willen alle gedupeerde ouders, wij hebben hem gevraagd om zich niet meer verkiesbaar te stellen. En als je dan toch blijft, neem dan je verantwoordelijkheid. Maar dat doet hij niet, de overgrote meerderheid van de ouders is nog steeds niet gecompenseerd.’

Rongens oudste zoon Joey ligt op deze grijze pinksterdag op de bank filmpjes te kijken, jongste dochter Emily is met haar vriendin naar Ikea en videobelt haar moeder over nieuwe kussens voor in de woonkamer. Want Rongen is druk bezig met het herinrichten van de sociale huurwoning: nieuw laminaat, nieuwe bank, en dat mintgroen op de muur bevalt ook niet, weg ermee! Alles moet anders. ‘12,95? Veel te duur, gekkenhuis’, oordeelt ze over de sierkussens. ‘Kom maar weer naar huis.’

In het halletje van het huis staat een boeddhabeeld, ‘voor ietsje meer geluk voor de mensen die hier binnenkomen.’ Het toilet hangt vol met bemoedigende spreuken, en op de kast ligt het zelfhulpboek The Secret van Rhonda Byrne. Daarbovenop: Een nieuw sociaal contract, van CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. ‘Dat heeft hij mij toegestuurd toen hij al thuiszat. Ik heb tegen hem gezegd: ‘Als je een eigen partij begint, ga ik zo met je mee.’

Is Pieter Omtzigt jouw man in Den Haag?

‘Ja, zijn partij niet, het CDA, maar hem vertrouw ik volledig. Ik heb zijn woede gezien in het debat.’ Ze zet een lage stem op: ‘Ik ben witheet.’ Dit is iemand die zo voor ons vecht. Hoe meer mensen als Pieter en Renske (Leijten, red.) er in de Kamer zitten, hoe meer gerechtigheid er zal komen.’

En de overige politici? In wie heb je nog vertrouwen?

‘Eh, Farid Azarkan, die was laatst ook op de Dam toen we demonstreerden voor een snellere afhandeling. Maar zo’n Wopke Hoekstra is een rijkeluiszoontje, die heeft geen idee hoe het is om arm te zijn. En Mark is gewoon een narcist.’

Kristie Rongen. Beeld Robin de Puy
Kristie Rongen.Beeld Robin de Puy

Sommige mensen vinden jou wel geschikt voor de politiek, na je optreden in het RTL-debat.

‘Ja, soms denk ik daar ook over. Ik ben nu vooral bezig met andere ouders helpen, want het is nog lang niet voorbij. Er zijn ouders voor wie ik geld moet inzamelen omdat ze nog steeds onder bewind staan en hun toelage is stopgezet, ouders die nog helemaal niet zijn gecompenseerd, ouders die nog steeds hun kinderen niet terughebben.’

Rongen is een van de gedupeerden van de toeslagenaffaire, waarbij minstens 26 duizend ouders ten onrechte werden aangemerkt als fraudeur, en grote bedragen aan kinderopvangtoeslag moesten terugbetalen. De gedupeerde ouders verloren banen, huizen, partners en soms kinderen, die door Jeugdzorg werden weggehaald.

Rongen heeft haar kinderen nog, ze hangen het liefst om hun moeder heen. Maar ook haar leven heeft in het teken gestaan van een strijd tegen een almachtige overheidsinstantie. 92 duizend euro moest ze terugbetalen. ‘De Belastingdienst heeft me op mijn knieën gekregen’, zegt ze zachtjes.

Maar niet die avond, tegenover Mark Rutte. ‘Toen voelde ik me strijdbaar en sterk, met al die verhalen van andere ouders en kinderen in mijn achterhoofd. Daarna zag ik op internet dat mensen mij beschreven als een held. Nou, zo zie ik mijzelf niet.’

Je had veel succes met je televisie-optreden. En toen kwam de verkiezingsuitslag. Hoe ervoer je de winst van de VVD?

‘Als een enorme teleurstelling. Ik kon het gewoon niet geloven. Mark Rutte heeft als Klaas Vaak de kiezers zand in de ogen gestrooid, door snel met die 30 duizend euro aan compensatie te komen.’ Ze valt even stil. ‘Voor mij voelt die uitslag als een dikke vinger. Alsof de pesters weer hebben gewonnen, dat gevoel.’

Deze strijd met de Belastingdienst is niet de eerste keer in haar leven dat Rongen zich machteloos voelt tegenover een grotere macht. Als kind moest ze met haar moeder haar geboorteplaats Groningen ontvluchten, weg van een gewelddadige ex-vriend die het gezin dreigde wat aan te doen. In het blijf-van-mijn-lijfhuis in Amsterdam kreeg ze vervolgens geelzucht, twee weken lag ze in het ziekenhuis, het was kantje boord. De 11-jarige Kristie had daarna moeite zich veilig te voelen. ‘Ik was als kind zo bang dat de vriend van mijn moeder ons weer zou vinden, en dat we dan weer weg moesten. Dat was al een paar keer gebeurd, daarom moesten we steeds verhuizen. Ik maakte niet echt vrienden, ik hield me afzijdig. Zo begon het pesten. Het stomme is, dat werkt je hele leven door. Zelfs op die verkiezingsavond zaten die pesters in mijn hoofd. Dat gevoel van: wat gaan ze van mij vinden?’

Op de Amsterdamse ivo-mavo waar Kristie als tiener op school zat, nam het treiteren gewelddadige vormen aan. ‘Op een dag, toen ik 16 was, werd ik in een hoek geduwd en keihard geslagen, terwijl de andere kinderen juichten. Toen ik thuiskwam zei ik tegen mijn moeder: ik ga niet meer naar school. Ze heeft toen last gekregen van een leerplichtambtenaar, maar dat ging helemaal langs me heen.’

Haar tienerleven zou vrij snel daarna een nieuwe, onverwachte wending nemen. ‘Elke dag als ik naar school ging, kwam ik langs het Centraal Station. Daar stonden toen Ecuadorianen te spelen, dat soort muziekgroepjes zag je in die tijd heel vaak in de stad. Ik bleef daar op een middag ook een keer staan, en toen kwam er zo’n man op me af. We maakten een praatje, en ik raakte met ze bevriend.’ Rongen werd verliefd op een van de straatmuzikanten, de contrabas-, gitaar-, viool- en panfluitspelende Rafael. ‘Mijn moeder had net een nieuwe partner, bij wie ze was ingetrokken, en ik had het huis voor mezelf. Dus toen kwam die groep bij mij wonen.’

De hele band trok bij jou in?

‘Nou ja, het waren zo’n zes man. Ik vond het enorm gezellig: ze maakten muziek, en dankzij hen spreek ik nu vloeiend Spaans. Weet je, het was eigenlijk de eerste keer dat ik me helemaal geaccepteerd voelde, dat was een heerlijk gevoel. Ik ben met ze op tournee gegaan, heel Europa door. Twee jaar lang heb ik met ze opgetrokken, we gingen naar Zwitserland, naar Duitsland. Frankrijk en Italië kwamen ze niet in, want ze hadden geen papieren. Als sardientjes sliepen we ’s nachts in een Volkswagenbusje, ’s morgens douchten we bij een tankstation. Soms werd ik ’s nachts wakker met slapende benen, want er was niet genoeg ruimte om ze te strekken. Maar het was vrijheid.’

Aan die onbekommerde periode kwam een eind toen Rafael na een bezoek aan Ecuador terugkeerde naar Nederland als getrouwd man. ‘Ik moest het nota bene van anderen horen, op een verjaardagsfeest in de Bijlmer. Ja dat deed echt pijn, hij was mijn eerste liefde!’ De daarop volgende Ecuadoriaanse vlam Alberto bleek eveneens getrouwd, en liet de toen 20-jarige zwangere Kristie zitten. Het stel herenigde zich na de geboorte van haar zoon, Alberto was inmiddels gescheiden, maar toen ze zwanger werd van haar tweede kind, eiste hij dat ze abortus pleegde. ‘Ik weigerde, en toen ging hij weg.’ De derde Ecuadoriaan Oscar kwam op haar pad in een galerijflat in de Bijlmer, waar ze met haar twee kinderen en haar inmiddels zwangere zus woonde. De romance was van korte duur. ‘Het klikte niet zo. Nadat ik het had uitgemaakt, kwam ik er pas achter dat ik zwanger was. Hij was toen al vertrokken, ik heb hem pas anderhalf jaar later kunnen vinden, in Spanje.’

En dus werd je een alleenstaande moeder van drie kinderen. Hoe kwam je rond?

‘Ik was een tijdje een uitkeringstrekker, zoals ze dat noemen. Maar dat vond ik niets, ik wilde heel graag werken. Dus toen de kleinste 4 jaar was, ging ik aan de slag, als beveiliger op Schiphol, dat was een leerwerktraject. Dertien jaar heb ik daar gewerkt, eerst bij de passagierscontrole, en later buiten, daar moest ik de medewerkers controleren die de landingsbanen opgingen.’

Het was in deze jaren, dat de werkende Rongen behoefte had aan kinderopvang, vooral voor de nachtdiensten. Nu haalde ze steeds weer iemand uit haar Ecuadoriaanse vriendengroep in huis, die in ruil voor een dak boven het hoofd op haar kinderen wilde passen. ‘Ik had geluk dat ik hen altijd in de buurt had. Maar ik had behoefte aan meer structuur. Dus ben ik naar mijn moeder in Lelystad verhuisd. Mijn moeder is sowieso mijn alles.’ Opa’s en oma’s kunnen – mits ze een opleiding volgen en zich inschrijven bij een gastouderbureau – betaald oppassen op hun kleinkinderen. ‘Dat is mijn moeder gaan doen, ze heeft de cursus gedaan, en toen werd zij mijn vaste oppas.’

Rongen kon net rondkomen van het bescheiden salaris. Wel was het werk zwaar, altijd maar in die kerosinedampen staan, tot twee keer toe kreeg ze een longontsteking, ‘en ik heb er ook astma aan overgehouden’. Maar ze was trots op zichzelf, ze hoefde bij niemand haar hand op te houden, en die mannen die haar lieten zitten, ach, ze zorgde wel alleen voor de kinderen.

Maar toen kwam daar in 2011 de eerste roze envelop van de Belastingdienst: er was iets niet in orde met haar kinderopvangtoeslag. ‘Er zouden gegevens ontbreken over het jaar 2008, ik moest bewijzen doorsturen, zoals van de betaling van mijn eigen bijdrage van de kinderopvangtoeslag, en loonstrookjes. Steeds als ik dat deed kreeg ik een brief dat de documenten niet waren ontvangen, of waren kwijtgeraakt. En als ze mijn documenten wel hadden ontvangen, dan kreeg ik weer een nieuw verzoek. En toen kwam de brief dat ik 28 duizend euro moest terugbetalen, over het hele jaar 2008.’

Raakte je in paniek?

‘Nee, eigenlijk niet. Ik dacht: ik ga dit gewoon oplossen met een bezwaarschrift. Maar ze bleven maar komen met brieven. De Belastingdienst spande op een gegeven moment een rechtszaak aan. De rechter heeft hen toen nog daarop aangesproken: waarom ga je niet gewoon met deze vrouw om tafel, dit gaat om zoveel geld! Ik had geen advocaat, een vriend die de administratie van mijn moeder deed ging mee.’

Rongen verloor de zaak, en ondertussen kwamen daar de volgende jaren op: 2009, 2010, 2011 en 2012. ‘Ik was een bedrag van 62 duizend euro verschuldigd, en daar kwam jaarlijks een rente van 4.000 tot 7.000 euro op. Hoe kun je dat in godsnaam afbetalen? Ik ben naar de Raad van State gegaan, om daar te procederen. Die gaven me gelijk, maar de Belastingdienst hield zijn poot stijf.’

Ze moest nu maandelijks tot wel 900 euro terugbetalen. ‘En dat op een salaris van 1.900 euro. Er werd de hele tijd beslag gelegd op mijn loon, of op spullen. Zoals de auto waarin mijn moeder reed, en die op mijn naam stond. Op een avond reed ze met een vriend op de snelweg zo een fuik in, en daar werd hij in beslag genomen.’ Ze schraapt haar keel, haar ogen worden vochtig. ‘Ik kon wel door de grond zakken. Ik voelde me zo schuldig dat ik mijn moeder er nu ook in had betrokken.’

Deurwaarders kwamen af en aan, Rongen werd bang voor de deurbel. ‘Waar ik ook bang voor was: Jeugdzorg. Ik probeerde alles te verbergen. Als ik geen brood had voor de kinderen, hield ik ze thuis van school, uit angst dat de school anders achter mijn problemen zou komen. Ik stond elke dag voor moeilijke keuzen: ga ik mijn tank vullen, zodat ik naar mijn werk kan, of zal ik zwartrijden met de trein, zodat ik de kinderen eten kan geven? Wat als ik een boete krijg?’

Kristie Rongen. Beeld Robin de Puy
Kristie Rongen.Beeld Robin de Puy

Had je echt geen geld voor eten?

‘Nee, hoewel ik altijd probeerde mijn kinderen wel te voeden. Bijvoorbeeld met van die goedkope noodles, en dan deed ik er een gekookt ei doorheen, voor de proteïnen. Soms had ik geld om er plukjes kipfilet doorheen te roeren. En in het ergste geval kregen de kinderen een boterham met boter als avondeten.’

Rongen raakte in een depressie. ‘Ik was gewoon zo moe, ik kon niet meer. Op het werk kreeg ik concentratieproblemen, en thuis viel het me zwaarder om mijn masker op te houden. Mijn kinderen betrapten mij huilend in bed. Nou, ga dan maar eens uitleggen wat er aan de hand is.’ Ze kwam met een burn-out thuis te zitten.

Ze excuseert zich, ze is zo vergeetachtig geworden sinds deze strijd met de Belastingdienst. Want was het nou 1 januari 2014, of juist in het nieuwe jaar van 2015, dat ze naar de dijk liep, met als doel er een eind aan te maken?

Was er voor jou een directe aanleiding?

‘Ja. Met Oud en Nieuw is iedereen gelukkig, iedereen knuffelt en kust elkaar. En ik zat hier in de ellende. Ik wilde niet meer, dat was heel egoïstisch van me, achteraf gezien. Maar toen dacht ik: laat mij maar doodvriezen.’

Toen Rongen langs het water liep, kwam er plotsklaps een hond op haar af rennen. ‘Ik keek om me heen, en zag daar zijn baasje. Die man zal nooit weten dat hij mijn leven heeft gered. Want toen’ – ze knipt met haar vingers – ‘was ik eruit. Ik dacht opeens aan de koppies van mijn kinderen. Volledig onderkoeld ben ik naar huis gegaan, en heb de huisarts gebeld.’ Stilte. ‘Maar het breekt me elke keer weer op als ik aan die dag denk. De Belastingdienst had me echt kapotgemaakt.’

Je vertelde dat de schulden niet alleen jou troffen, maar ook je kinderen.

‘Ik heb me zo geschaamd dat mijn kinderen soms voor mij moesten zorgen. Mijn dochter heeft een keer de politie moeten bellen, toen ik zo’n hevige paniekaanval had dat ik buiten mezelf was. Mijn kinderen liepen altijd in afdankertjes of in tweedehandskleding.

‘De jongste trok het niet, ze kwam in de puberteit uit de kast en moest ook nog dealen met mijn schulden. Ze werd heel stilletjes, zat veel op haar kamer. Ik trok op een dag aan haar mouw, ik zei: ‘Ga even zitten, wat is er aan de hand?’ Ze zei: ‘Niets’. Ik zei: ‘Hoezo niets, ik ken mijn eigen kind toch?’ Toen zei ze: ‘Mam, ik wil niet meer leven.’ Ik heb meteen de huisarts gebeld en tegen haar gezegd: ‘Jij gaat praten.’ Vlak daarna heeft ze haar vriendinnetje leren kennen. Echt een leuke griet, ik ben haar enorm dankbaar, want ze heeft mijn dochter erdoorheen gesleept.’

Wanneer kwam je erachter dat er meer ouders waren zoals jij, mensen die ten onrechte werden beticht van fraude met kinderopvangtoeslag?

‘Dat was in 2019. Ik zat toen al een tijdje in de schuldhulpsanering. Toen de rechter uitsprak dat ik onder beschermingsbewind kwam, heb ik gehuild. Het voelde alsof ik alle controle over mijn leven kwijt was. Maar het voordeel van onder bewind staan was wel dat de roze en blauwe enveloppen uitbleven, dat de deurwaarders wegbleven.

‘Ik volgde het nieuws helemaal niet, maar mijn moeder wel, zij belde mij: ‘Kris, de SP heeft een meldpunt geopend voor mensen die problemen hebben met de kinderopvangtoeslag.’ Ik heb me toen meteen aangemeld, en mijn hele verhaal doorgestuurd naar de SP. Zij hebben dat opgenomen in het Dossier Zwartboek, dat werd overhandigd aan staatssecretaris Snel. Daar heb ik Renske Leijten voor het eerst ontmoet.’

Hoe verliep die ontmoeting?

‘Renske vroeg me hoe het ging. Ik zei heel eerlijk dat ik eigenlijk niet meer wilde leven. Toen zei ze: ‘Hé, hé, hé, dat gaan we niet doen.’ Ze gaf me een dikke knuffel. Ik wist niet wat me overkwam. Ik voelde me weer even een mens.’

Hebben jullie veel contact gehouden?

‘Zeker, ik zit in een WhatsAppgroep met ouders, daar zitten Pieter Omtzigt en Renske ook in. Veel ouders zijn nog helemaal niet gecompenseerd, die 30 duizend euro moet je zien als een voorschot, het echte bedrag moet worden bepaald door de Commissie Werkelijke Schade, maar daar zijn maar een paar ouders bij geweest tot nu toe. En dan zijn er ouders die hun kinderen zijn kwijtgeraakt, doordat ze uit huis zijn geplaatst. Ik probeer nu bijvoorbeeld een moeder te helpen, wier kind door Jeugdzorg in een pleeggezin is gezet, en daar is misbruikt. Sommige ouders zien hun kinderen nooit meer terug, omdat ze zelfmoord hebben gepleegd. Die lieten een briefje achter: mam, ik kan niet meer leven in deze armoede. Ik noem ze de kinderen van Rutte.’

Rongen heeft een dubbel gevoel over geld als compensatie voor leed. Want wat kan geld nou eigenlijk echt oplossen? Helpt het tegen de paniekaanvallen waar ze zichzelf nog steeds doorheen moet worstelen? Kan geld het jarenlange verdriet en de pijn van haar kinderen wegnemen, hun toekomst veiligstellen nadat ze allemaal in de knoop zijn geraakt met hun opleidingen?

Vlak voor Kerst vorig jaar gebeurde het: Kristie Rongen kreeg een compensatiebedrag gestort op haar rekening – hoeveel wil ze niet zeggen. ‘Mijn zaakbehandelaar appte me dat ze hadden betaald, maar de bank had precies op dat moment een storing’, vertelt ze opgewonden. ‘Ik werd echt gek, en toen ik er eindelijk in kwam, nou toen...’ Ze doet een hand voor haar mond. ‘Mijn kinderen kwamen naar beneden gerend, mama wat is er, wat is er? Eerst ging ik ijsberen door de woonkamer, en toen gilde ik het uit. We hebben met z’n allen staan juichen in de kamer. Ik ben meteen cadeautjes gaan kopen: voor iedereen AirPods, en een Nintendo Switch. Ik heb alles geprobeerd goed te maken na die jaren.’

Kristie Rongen. Beeld Robin de Puy
Kristie Rongen.Beeld Robin de Puy

En toch blijft die blijdschap niet?

‘Nee. Kijk, ik heb meer goede dagen, maar als ik slechte dagen heb, zijn ze wel slecht. Ik heb erg last van PTSS (posttraumatische stressstoornis, red.), ik kan er niet tegen als er weer nieuwe dingen aan het licht komen, als de toeslagenaffaire in het nieuws is. Maar het zijn ook kleinere dingen: als mensen ruzie maken met elkaar, dan krijg ik ook een herbeleving. Op zo’n moment geef ik het op en denk ik: ‘Oké, Kris, morgen weer een nieuwe dag.’

Voel je je nog thuis in een samenleving die soms onverschillig lijkt voor het lot van de toeslagenouders?

‘Nou, het moeilijkste vind ik om te horen dat sommige mensen nog steeds denken: waar rook is, is vuur. Jullie hebben het toch zelf gedaan? Mensen weten niet hoe het voelt om vals beschuldigd te worden, ze kennen het verdriet van armoede niet. Ik zou soms het liefste weg willen.’

Waarheen?

‘Ik denk dan aan Australië, dat trekt me wel. Misschien daar een bed and breakfast beginnen? Probleem is: ik ga nergens heen zonder mijn kinderen. Dus probeer ik ze mee te krijgen. Ah, toe, gaan jullie mee met mama? Mijn oudste zoon heb ik bijna om.’

Rongen heeft inmiddels een nieuwe baan, waarin het haar wonderwel lukt níét aan de Belastingdienst te denken. Ze haalde haar groot rijbewijs en rijdt sinds vorig jaar in een vrachtwagen alle gevangenissen van Nederland in en uit. Ze klaart op als ze haar werk beschrijft. ‘Ik vervoer eten en persoonlijke spullen van de gevangenen. Ik voel me zo trots om achter het stuur van zo’n grote truck te zitten. Ik heb ook leren klussen, en heb zelf de hoogslaper van de jongste in elkaar getimmerd. Vroeger was ik niet stoer. Maar nu ben ik dat wel, ik heb geen man meer nodig.’ Reikhalzend kijkt ze uit naar de parlementaire enquête over de toeslagenaffaire, volgend jaar. ‘Dan komt er nog zoveel naar boven. Ik heb al op Twitter voorbij zien komen dat ik de ondervragingen moet doen, haha. Nou, ik ben er klaar voor.’

In het kort: de toe­slagenaffaire

Tussen 2005 en 2019 werden naar schatting 26 duizend ouders (en 80 duizend kinderen) de dupe van een jacht op vermeende fraude met toeslagen voor kinderopvang. De zaak staat bekend als de toeslagenaffaire. Van ouders die foutjes zouden hebben gemaakt, werd de kinderopvangtoeslag direct stopgezet en ze moesten direct grote bedragen met rente terugbetalen aan de Belastingdienst. Veel ouders kregen hierdoor schulden, die soms opliepen tot in de honderdduizenden euro’s.

De jacht werd na 2013 opgevoerd nadat bleek dat Bulgaarse bendes hadden gefraudeerd met Nederlandse toeslagen. Vanaf 2018 berichtten Trouw en RTL Nieuws over het lot van de gedupeerden en het handelen van de Belastingdienst. Eind december 2020 kwam een parlementaire ondervragingscommissie met een vernietigend rapport, het kabinet-Rutte III stapte naar aanleiding daarvan in januari dit jaar op. Volgend jaar wordt in een parlementaire enquête uitgezocht of er sprake was van etnische vooringenomenheid; veel gedupeerde ouders hadden een migratieachtergrond.