GeneratiegesprekHubert en Claire Bruls

‘Wij zeggen altijd dat papa op zijn werk het mannetje is’

Burgemeester Hubert Bruls en zijn dochter Claire. Beeld Sanne de Wilde
Burgemeester Hubert Bruls en zijn dochter Claire.Beeld Sanne de Wilde

Als voorzitter van het Veiligheidsberaad stond burgemeester Hubert Bruls midden in de coronastorm. Met zijn dochter Claire Bruls spreekt hij over de aanvallen die hij te verduren kreeg. ‘Wát we ook hebben gedaan tegen de zin van sommigen, ooit zal er dankbaarheid voor komen.’

Eind januari is Nederland in rep en roer. Bij de invoering van de avondklok zijn op diverse plaatsen rellen uitgebroken; zo plunderen in Eindhoven vandalen winkels en richten ze een ravage aan in de binnenstad. Op sociale media gaan berichten rond dat ook in Nijmegen die avond de vlam in de pan gaat.

En dus staat burgemeester Hubert Bruls paraat op Plein 1944, in het centrum van Nijmegen. In een dikke winterjas, want het is koud en het miezert. ‘En nu rechtdoor naar huis’, maant hij een stelletje supporters van de plaatselijke voetbalclub NEC die, geconfronteerd met een aanzienlijke politiemacht, onverrichter zake afdruipen. ‘Dit is wel een burgervader die midden tussen zijn burgers en de stad staat’, schrijft iemand onder een foto op Twitter.

‘Ik ben best wel trots op papa’, zegt Claire Bruls (20) een half jaar later, in de werkkamer van moeder Ilse, die advocaat aan huis is. Het gezin Bruls – vader, moeder, jongste dochter Hélène (18) en twee hondjes – woont in een vrijstaande villa, dicht bij het centrum van Nijmegen, maar strategisch verscholen in het groen.

Zinnetjes als deze, of woorden van gelijke strekking, vallen geregeld als Claire het over haar vader heeft. Wat opvalt: er zit geen greintje cynisme in, geen vleugje venijn, geen steekje onder water. Integendeel: hier zit een dochter die fier is op haar vader.

Hubert Bruls (55) kan een complimentje wel gebruiken. Als voorzitter van het Veiligheidsberaad stond hij midden in de coronastorm. De burgemeesters van de 25 veiligheidsregio’s zijn verantwoordelijk voor het handhaven van de coronamaatregelen. Hun aanvoerder Bruls is daarvoor de directe aanspreekpartner van het kabinet en een belangrijke adviseur over de houdbaarheid van de maatregelen.

Dat maakte hem, met mensen als Mark Rutte en Jaap van Dissel, ook tot een nationale kop van jut voor iedereen die het niet met die maatregelen eens was. Op sociale media werd Bruls uitgemaakt voor rotte vis en erger. Dat deed zeer, bekent hij. ‘Maar het hoort erbij.’

Zijn dochter reageert feller. ‘Ik vond het schokkend, de haat die er over mensen als mijn vader is uitgestort. Het is zo gemakkelijk om iemand de schuld te geven in plaats van erkennen dat niemand er wat aan kan doen. Want het is de natuur die dit virus de wereld in heeft geslingerd.’

Terwijl Hubert Bruls van crisisoverleg naar persconferentie ging, zag het jaar er voor zijn dochter heel anders uit. Claire, tweedejaarsstudent psychologie aan de Universiteit Utrecht, zat koud op kamers toen corona uitbrak. Omdat eenzaamheid dreigde in haar studentenkamer, trok ze weer bij haar ouders in, waar ze de lange zomer doorbracht achter de laptop met onlinecolleges.

‘Dat was zwaar. Het leven werd een sleur. Ik vond het gewoon niet leuk meer. Ik heb zelfs overwogen met studeren te stoppen, ik trok het niet meer. Gelukkig ben ik doorgegaan. Daar ben ik nu blij om.’ Sinds september woont ze weer op kamers in Utrecht.

null Beeld Sanne de Wilde
Beeld Sanne de Wilde

Claire werd ook op een directe manier met corona geconfronteerd. Begin vorig jaar solliciteerde ze op een baantje in een verzorgingshuis voor dementerenden. ‘Net toen ik begon, brak de hel los en moest ik in een coronapak koffie en thee rondbrengen aan bewoners.’

Het maakte diepe indruk. ‘Vooral omdat je zag hoe verdrietig ze waren. Want ook al zijn deze mensen verward, ze merkten heel goed dat ze geen familie meer mochten zien. Het was zielig om te zien hoe ze daaraan onderdoor gingen.’

Hubert: ‘Ik vond het wel mooi dat je dat deed. Je had ook vakken kunnen gaan vullen bij Albert Heijn.’

De buitenwacht kent Hubert als een burgemeester die ons verboden oplegde en bij elke versoepeling riep: hoho, voorzichtig! Is hij thuis ook zo streng?

Claire lacht, Hubert humt.

Claire: ‘Dat valt wel mee. Toen ik weer thuis ben gaan wonen, moest ik natuurlijk wel weer onder papa’s regels leven.’

Hubert: ‘Nu zijn het ineens míjn regels!’

Claire: ‘Die van jou en mama dan. Papa is de enige man in ons gezin. Hij is ook de minst emotionele van ons. Mijn vader is erg rationeel. Op zijn werk is hij altijd objectief, sterk en krachtig, maar thuis is hij ook weleens gewoon lief.’

Hubert: ‘Dat is netjes uitgedrukt. Ik ben iemand, dat zegt mijn vrouw ook, die de rationaliteit van zijn werk vaak meeneemt naar huis. Dat is niet helemaal fair, want je kunt thuis de discussie niet op dezelfde manier aangaan als in het stadhuis. Gelukkig heb ik te maken met dames die daar niet bang voor zijn.’

Claire: ‘Wij zeggen altijd dat papa op zijn werk het mannetje is. Thuis proberen we die toon een beetje naar beneden te trekken.’

Dat u dochters hebt die door de maatregelen hard werden getroffen, heeft dat uw beslissingen beïnvloed?

Hubert: ‘In de basis niet. Dat zou in tegenspraak zijn met mijn rationele aard. Maar het helpt natuurlijk wel als je in je directe omgeving de verhalen hoort van mensen die het moeilijk hebben. Dat houdt je scherp.’

Claire: ‘In het begin had jij nog heel erg het idee dat jongeren niet zo moesten zeuren. Daar werden Hélène en ik boos over. Kijk naar ons, zeiden wij. Je had niet door dat jongeren eraan onderdoor gingen.’

Hubert: ‘Mijn jongste dochter deed vorig jaar eindexamen. Geen eindexamenfeestjes, geen leuke afsluiting. Maar als dat alles is: kom op, effe op je tanden bijten. Maar het begon door te tikken na de zomer. Universiteiten bleven dicht. Ik hoorde van Claire over studiegenoten die er ernstig aan toe waren. Als ik zelf geen kinderen had gehad, had ik dat misschien pas later ontdekt. Nu hoorde ik het uit de eerste hand. Daar hebben we het wel over gehad. Over de avondklok was Claire heel kritisch.’

null Beeld Sanne de Wilde
Beeld Sanne de Wilde

Claire: ‘Omdat ik het nut ervan niet snapte. Wat ik ook raar vond: eerst moest de avondklok om negen uur ingaan, anders werkte het niet. En toen kon het ineens toch tien uur worden.’

Hubert: ‘Dat was niet mijn idee. Het probleem van de avondklok was dat die vooral was bedoeld om te voorkomen dat jongeren samen zouden komen. Als je het aan Jaap van Dissel vraagt, tovert hij wel een getal uit de hoge hoed. Maar het was een indirecte maatregel. Dat was lastig uit te leggen.’

Claire: ‘Het werkte niet. Studenten gingen gewoon tot half 5 ’s ochtends door.’

Hubert: ‘Jij toch niet?’

Claire: ‘Nou...’

Heb jij je als dochter van de opperburgemeester van Nederland altijd braaf aan de voorschriften gehouden?

Hubert: ‘Nou zullen we het horen!’

Claire: ‘De laatste tijd minder. Maar in mijn omgeving waren sowieso veel mensen die zich aan de regels probeerden te houden. Ook omdat we om ons heen studentenhuizen zagen die om de drie weken in quarantaine moesten. Daar had niemand zin in. Ik ken niet veel mensen die in de winter naar een geheime rave met honderd mensen gingen. Ik niet in ieder geval.

‘Ik vond het wel goed van papa dat hij het voor ons opnam. Vorig jaar was er veel kritiek op jongeren, dat wij de tweede golf hadden veroorzaakt. Dat zal ook best zo zijn. Maar wíj hadden het virus niet ontworpen. Papa was altijd degene die zei: laten we rustig blijven. En aangaf: we moeten ook naar de jongeren kijken. Hij maakte de zaken nooit erger dan ze waren. Ik vind dat hij goed naar ons heeft geluisterd. Als een van de weinigen, voor mijn gevoel.’

null Beeld Sanne de Wilde
Beeld Sanne de Wilde

Hubert: ‘Laten we eerlijk zijn, er waren ook ouderen die feestjes hebben gevierd. Het is niet terecht om de schuld alleen bij jongeren te leggen. Eén verpleeghuis waar het virus toeslaat heeft meer gevolgen dan een kroeg met feestvierende jongeren. En het helpt ook niet om alle jongeren over één kam te scheren. Als je dat doet, denken ze: ik ben altijd fout, dus shake it, dan kan ik net zo goed naar Albufeira gaan.’

Claire: ‘Ik vond de avondklok vervelend. Toen de middelbare scholen opengingen en mensen weer naar hun werk mochten, dacht ik: ben ik nou de enige die nog thuiszit? Ik ben ook weleens boos geworden. Maar op een gegeven moment dacht ik: Claire, nou moet je stoppen, je maakt jezelf gek.’

Op sociale media werd Hubert ook persoonlijk aangevallen, vaak met verwijzingen naar zijn gewicht. Komt dat extra hard aan?

Hubert: ‘Dat begon vooral na vorig jaar zomer. Daar moet je je niks van aantrekken, zeiden ze thuis. Maar ik was er wel verdrietig over. Wat is dat voor valsheid, dacht ik. Waar komen die frustratie en dat gif vandaan?’

Claire: ‘Ik vond het gemeen. Natuurlijk mag je kritisch zijn, maar ik vind het pijnlijk als het zo persoonlijk wordt. Iemand stookt de boel op en de rest loopt erachteraan. Op een gegeven moment las ik dat mensen als mijn vader bloed drinkende kinderverkrachters waren. Nou, ik kan zeggen dat ik Hubert Bruls daar nog nooit op heb betrapt. Ik heb zelf ook boze berichten over jou gekregen, met bedreigingen. Die heb ik genegeerd.’

Hubert veert op: ‘Dat hoort natuurlijk niet. Wat hebben mijn vrouw en mijn kinderen nou met mijn werk te maken? Afblijven, daar heb je niets mee te maken. Ik kreeg een mail van iemand die schreef: ‘U lijkt op Hermann Göring’, rijksmaarschalk ten tijde van nazi-Duitsland, ‘maar die was intelligenter.’ Die heb ik teruggeschreven: ‘Meneer’, want je moet altijd beleefd blijven, ‘u hebt volkomen gelijk. Intelligentie is niet eerlijk verdeeld in de wereld. En uw mail is daar het beste bewijs van.’ Het tekent de armoede van wie het roept. Gelukkig krijg ik ook veel positieve respons. Mensen vinden het heerlijk dat iemand nuchter en duidelijk is. En je hebt ook nog altijd de deleteknop.’

Claire: ‘Ik sta in mijn omgeving bekend als iemand die het voor de politiek opneemt. Niet omdat ik dat per se wil. Ik wil alleen maar uitleggen wat de afwegingen zijn. En dat de mensen die hierover beslissen geen monsters zijn, maar het doen vanuit een goed hart. De maatschappij heeft dat soort mensen nodig.’

Ben jij dan vooral de dochter-van? Of zou je het anders ook doen?

Claire: ‘Ik word weleens uitgelachen als ik het voor papa opneem. Natuurlijk ben jij het ermee eens, zeggen mensen dan, het is je váder. Maar ik ben het er oprecht mee eens.’

Hubert: ‘Waar ik trots op ben, en dat zeg ik ook altijd tegen mensen van de GGD, de politie en collega’s: wij hebben levens gered. Hoeveel zullen we nooit weten, maar wát we ook hebben gedaan tegen de zin van sommige mensen: dat hebben we goed gedaan. Ooit zal daar de dankbaarheid voor komen.’

null Beeld Sanne de Wilde
Beeld Sanne de Wilde

Hubert Bruls is CDA-burgemeester, moeder Ilse is voorzitter van het CDA Vrouwenberaad. Bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten van 2018 stemde Claire op haar moeder, die ook op de lijst stond. Zijn jullie een politiek gezin?

Hubert: ‘Zeker!’

Claire: ‘Ik ben zelf ook lid geworden van de CDA-jongeren in Utrecht.’

Hubert: ‘Niet gedwongen!’

Claire: ‘Absoluut niet. Toen ik 16 was, was ik nog voor GroenLinks, omdat ik Jesse Klaver leuk vond. Later ging ik er beter over nadenken en ben ik meer richting CDA gegaan. Ik vind het CDA een mooie, gematigde partij. En als je CDA stemt en je moeder staat op de lijst, dan kun je moeilijk niet op haar stemmen.’

Hubert: ‘Ik weet dat jij maatschappelijk geëngageerd bent. Maar dat jij lid zou worden van een politieke partij, was een verrassing. En dat dat het CDA was, daarover was ik helemaal content.’

Jullie partij is de laatste weken nogal in het ongerede geraakt. Moeten we vrezen voor het voortbestaan van het CDA?

Claire: ‘Het CDA bestaat al zó lang. In elk goed huwelijk is er weleens ruzie. Dat komt wel weer goed. Ik ben jong, dus ik sta per definitie aan de progressieve kant binnen het CDA. Samenwerking met de PVV en Forum voor Democratie zie ik totaal niet zitten. Dat vind ik tegen de principes van de partij ingaan.’

Hubert: ‘Daar ben ik het helemaal mee eens. Met Wilders hebben we het geprobeerd in het gedoogkabinet-Rutte I. Dat moeten we nooit meer doen. Alle oude volkspartijen hebben het moeilijk, ook de PvdA. Dat zijn partijen die iets willen doen voor de hele samenleving, niet alleen voor de dieren, de boeren of mensen met een andere etnische achtergrond. Terwijl in de maatschappij het ‘ik’ steeds belangrijker lijkt dan het geheel. Het wordt steeds lastiger samenhang te organiseren. De politiek is geïndividualiseerd.

‘Je moet altijd verder kijken dan de waan van de dag. Onder Paars werd het CDA ook al afgeschreven. Een paar jaar later waren we de grootste partij van Nederland. Misschien worden we nooit meer zo groot, dan doen we het maar met minder zetels. Gewoon volhouden. We hebben een visie die ergens voor staat. Kijk naar de inhoud.’

Ambieert Claire zelf ook een politieke carrière?

Claire: ‘Dat weet ik niet. Ik denk dat ik het wel leuk zou vinden. Maar als ik naar mijn vader kijk: het is ook wel een harde wereld. De gunfactor in de politiek is niet erg hoog. Ik ben daar misschien te lief voor.’

Zou vader het zijn dochter afraden?

Hubert: ‘Zeker niet. De politiek heeft mij veel gebracht. Maar ik zeg er wel altijd bij: reken nergens op. Dat ik nu burgemeester van Nijmegen ben, heeft met een hoop toevallige factoren te maken. Claires kracht is dat ze heel opbouwend is. Volgend jaar wordt ze voorzitter van een studievereniging met tweeduizend leden. Dat is geen klein ding voor een 20-jarige. Dat is echt een aardje naar haar vaartje.’

Claire: ‘Misschien kom ik erachter dat ik het toch wel leuk vind. Ik heb er wel moeite mee dat de discussie in Nederland zo gepolariseerd is. In mijn omgeving zijn er mensen die Bij1 stemmen en Forum voor Democratie. Die luisteren nauwelijks nog naar elkaar. Dat vind ik heftig.’

Hubert: ‘Bij1 en Forum zijn extremen die relatief kleine groepen vertegenwoordigen. De fout die wij maken is dat we voortdurend met ze in discussie gaan. Sterke meningen krijgen altijd meer aandacht. Je moet niet met extremen in gesprek gaan, maar juist met de groepen die daartussenin zitten. Het overgrote deel van de bevolking zit er veel genuanceerder in. Dáár moet je je boodschap op richten. Niet meedreinen met de extremen, maar het midden blijven zoeken.’

Claire: ‘Je moet ook naar de extremen luisteren. Anders wijs je ze af.’

Hubert: ‘Maar dat is wat anders dan met ze in debat gaan. Als je dat doet, heb je geen tijd meer voor die anderen. Dat is wat nu veel gebeurt. Denk en Wilders hebben elkaar nodig om op in te hakken. Wij staan eromheen en geven ze nog een podium ook. Luisteren is niet hetzelfde als in debat gaan met.

‘De wereld is opener geworden, er is meer mogelijk. Maar daardoor is er ook meer verwarring. Vroeger waren mensen lid van een vakbond, een politieke partij of een kerk. Tegenwoordig heb je een abonnement op Netflix. Lidmaatschap, daar zit emotie achter, daar loop je niet zomaar van weg. Een abonnement kun je zo opzeggen. Het wezen van de politiek is dat verschillende waarden- en normenstelsels met elkaar in gesprek gaan. Daar gaat het steeds minder over. Wij zijn abonnees geworden in een consumentenmaatschappij.’

Zijn jullie als overtuigde CDA’ers ook gelovig?

Claire: ‘Ik ben van de kerk afgestapt. Niet van het geloof. Ik vind het geloof mooi, ik bid ook nog weleens. Maar de kerk is vrouwonvriendelijk, niet meer van deze tijd. Het breekpunt voor mij was toen we op vakantie waren in Rome en ik als meisje van 13 een kerk niet binnen mocht, omdat ik een kort broekje aan had. Want o jee. Binnen stond wel een naakt Mariabeeld.’

Hubert: ‘Dat is wel een verschil.’

Claire: ‘Dat is géén verschil!’

Hubert: ‘Ik ben geen regelmatige kerkganger, maar ik ben nog wel lid van de katholieke kerk. Dat blijf ik door dik en dun. Ik heb ook wel kritiek: ik vind de kerk te veel naar binnen gekeerd. Geloof is meer dan de mis op zondag. Ik zou willen dat de kerk haar maatschappelijke functie meer oppakt. Ik mis het pastoraal werk, de kerk zou het debat met de samenleving meer moeten aangaan.

‘Maar het is wel het geloof waarmee ik ben opgegroeid. De saamhorigheid van de katholieke kerk spreekt mij aan. Katholieken hebben een houding van: het leven is niet perfect, soms moet je met de genade mee roeien. Je hebt een moreel baken nodig, dat is de kerk. Maar verder leid je je eigen leven. Daar herken ik mij sterk in.’

Over katholieke rituelen gesproken, Hubert staat bekend als carnavalsvierder in uitzinnige uitdossingen: als kuiken of als Elvis in een strakke jumpsuit. Schaamt dochter zich weleens voor haar vader?

Claire: ‘Nee, ik vind het leuk dat papa dat doet. Dan is hij tenminste niet zo saai. Ik heb hard gelachen toen hij als kuiken verkleed ging.’

Hubert: ‘Dat beeld van mij als enorme carnavalsvierder is een beetje overdreven. Ik vind carnaval een mooie traditie, die behouden moet blijven. In Venlo, waar ik hiervoor burgemeester was, hoefde ik daar niets voor te doen, daar wisten ze van wanten. In Nijmegen leeft het minder. Daarom vind ik het mooi om in ieder geval één dag carnaval te vieren. Ik ben een man van decorum, je zult mij niet snel zonder stropdas zien. Maar als het moet, dan maar even helemaal voor joker staan.’

Corona heeft ons een hoop ellende gebracht. Zat er ook iets goeds bij?

Hubert: ‘Ik heb nog nooit zo veel voetbal gekeken als afgelopen jaar. Feesten, partijen: alles werd afgezegd. Nu had ik zaterdag weer de tijd om een boek te lezen of muziek te draaien. Doordeweeks kon ik ’s morgens een kopje koffie drinken met mijn vrouw, want ik hoefde toch nergens naartoe. Ik denk nu soms al met nostalgie aan de rust en de regelmaat tijdens de crisis. Afgelopen zaterdag moest ik om 10 uur ergens zijn. Vrijdag dacht ik al: goh, ik moet morgen weg.’

Hebt u nooit in de put gezeten?

‘Niet echt. In oktober was ik moe, we hadden de hele zomer doorgewerkt. Toen ben ik een paar weken op vakantie gegaan in Noord-Nederland. Daarna kon ik er weer fris en fruitig tegenaan. Ik vond de winter het ergste: verschrikkelijk lang en grijs. Toen we die eenmaal waren doorgekomen en de vaccins eraan kwamen, zagen we het letterlijk lichter worden.

‘Eigenlijk ben ik een saaie huismus. Corona heeft me wel aan het denken gezet: ik ben over de 50, werk zestig uur in de week. Moet ik zo doorgaan? Ik geniet ervan om thuis te zijn. Toen we gedwongen thuiszaten, merkte ik hoezeer ik daaraan ben gehecht.’

Claire, zal jouw generatie hier nog een leven lang de littekens van dragen?

Claire: ‘Ik denk wel dat we hier nog lang aan terug zullen denken. Het was natuurlijk heel raar en schokkend. Wie had nou verwacht dat je anderhalf jaar niets zou kunnen? Vorig jaar september zat ik echt in een dip: wéér colleges online, het tweede jaar achter elkaar. Op mijn universiteit ging alles digitaal. Nog steeds. Ik werd er moedeloos van. Van nietsdoen word je moe. Ik had daar laatst college over: wij waren onderprikkeld.’

Hubert: ‘Onderprikkeld?’

Claire: ‘Ja, dat kan, als je niks meer doet, dat je daar moe van wordt. Wat ik nu vooral om mij heen hoor, is dat jongeren het gevoel hebben dat ze iets moeten inhalen. Misschien is het een tijdelijke overreactie, maar dat is wel wat ik hoor. Iedereen zegt: ik ga alles uit het leven halen wat erin zit, ik wil vanaf nu echt een non-stop leuk leven hebben.’

Hubert: ‘Onzin natuurlijk.’

null Beeld Sanne de Wilde
Beeld Sanne de Wilde

Een paar weken na de eerste ontmoeting zit Hubert Bruls thuis in quarantaine. Zijn jongste dochter Hélène heeft op een festival een besmetting opgelopen en nu moet het hele gezin thuisblijven. Behalve Claire, want die is vanwege haar werk in de zorg al gevaccineerd. ‘Wij hebben thuis nu wat heel Nederland meemaakt’, zegt Bruls berustend in een kort Zoomgesprek. ‘Ik kan voor het eerst niet bij een raadsvergadering zijn. Er zijn ergere dingen.’

Na de versoepelingen van eind juni is het aantal coronabesmettingen razendsnel gestegen. Zijn jullie daarvan geschrokken?

Claire: ‘Ik vind het vooral jammer dat dingen weer dicht moeten. Thuis kregen we te horen dat dat onze eigen schuld is. Papa en mama vonden het stom dat wij naar feesten zijn gegaan. Maar het mócht! Iedereen was zo blij dat het weer kon.’

Hubert: ‘Het is wel een forse stijging ineens. Goed dat het kabinet daarop heeft ingegrepen.’

Na felle kritiek hebben premier Rutte en minister De Jonge deze week hun excuses aangeboden, omdat het met de versoepelingen te snel is gegaan, te veel tegelijk. U bent voorzitter van het Veiligheidsberaad, het overlegorgaan van burgemeesters dat belast is met het handhaven van de coronaregels. Waren jullie tegen de versoepelingen?

Hubert: ‘Wij zijn daar als Veiligheidsberaad niet voor gaan liggen. Wij hadden wel onze twijfels over Testen voor toegang, vooral in de horeca. Dat was heel ingewikkeld in de uitvoering. Maar we hebben ons niet tegen de versoepelingen verzet. Het is gemakkelijk om de overheid nu overal de schuld van te geven, want die heeft het toegestaan. Maar er is ook nog zoiets als een eigen verantwoordelijkheid. Wij zitten hier samen in. Maar achteraf moet je zeggen dat die laatste stap iets te veel van het goede was.’

Correctie: In een eerdere versie van dit artikel werd Hermann Göring naziminister van Propaganda genoemd. Joseph Goebbels was echter minister van Propaganda, Göring was rijksmaarschalk.

Meer over