Wie rust wil op een mooie plek

Jaren geleden prees een kennis een hotel in Zeeland de hemel in. Hij wist het wel: wanneer hij zich nog eens met een vriendinnetje een paar dagen rustig terug wilde trekken, dan ging hij naar Schuddebeurs....

Aukje van Roessel

Op mijn aandringen, waarbij ik alleen afging op de lovende woorden van de kennis, brachten mijn ouders een keer twee dagen in het hotel door. Na afloop durfden ze me bijna niet te vertellen hoe ze het hadden gevonden, bang als ze waren mij voor het hoofd te stoten. Het was een goed hotel, hoor, begonnen ze er een beetje omheen te draaien, lekker gegeten ook. Uiteindelijk kwam het hoge woord eruit: ze vonden hostellerie Schuddebeurs een beetje saai.

Twee verschillende meningen over één en hetzelfde hotel die, zo realiseerde ik me, elkaar niet eens hoeven uit te sluiten. Als je je terug wilt trekken met je nieuwste vlam is een beetje saai tenslotte niet erg. Maar het maakte me wel nieuwsgierig naar Schuddebeurs.

Wanneer wij er aankomen, is Schouwen-Duivenland gehuld in witte mist. Erg mooi, maar daardoor zien we pas de volgende dag goed hoe Schuddebeurs een plotselinge pluk bomen is in een verder leeg, weids polderlandschap. In dit bos liggen al eeuwenlang enkele landgoederen én de driehonderd jaar oude herberg, die dezelfde naam draagt als het plaatsje.

Onze hotelkamer ligt achter het oude gebouw, in een losstaand, modern pand met uitzicht op de binnentuin. Het is jammer dat het weer niet is geworden wat de weermannen vooraf hadden beloofd. Dan hadden we de deuren open kunnen gooien en van het eigen terras kunnen genieten. Ik had dat helemaal voor me gezien: lekker met een boek in de tuin. Allemaal te krijgen voor wie 280 gulden per nacht wil betalen.

Vanwege het slechte weer zijn we op de weliswaar gigantisch ruime, maar mijns inziens niet erg smaakvol ingerichte kamer aangewezen. Het bed met gebloemde sprei valt in deze zee van ruimte in het niet en zelfs de kolossale, bruinleren banken lijken hier klein. Het witte bureautje is veel te iel voor deze kamer en ik vraag me af waarom het zo in de hoek is gepropt.

Na een lekker bad en wat gewriemel om de kapotte föhn aan de praat te krijgen, ga ik de omgeving van het hotel verkennen. Aan de overkant van de Donkereweg ligt het landgoed Mon Plaisirs. De officiële ingang is een stuk verderop, maar wie tegenover het hotel over de sloot springt, kan direct de benen strekken in het vogelreservaat. Zo tegen de avond, bij het invallen van de schemering, is het er een kabaal van jewelste. Vooral de reigers die in de toppen van de bomen nestelen, maken veel lawaai.

Terug in het hotel voegen we ons bij twee andere kleine gezelschappen die eveneens voor een borrel naar de lounge in het oudste gedeelte van het hotel zijn gegaan. Ook hier valt ons de inrichting op: die straalt weinig warmte uit. Dat staat in schril contrast met de vriendelijkheid van eigenaar Luit Ezinga die ons de hand komt schudden als we ons aan de bar over de menukaart buigen.

In het restaurant krijgen we een tafeltje aan het raam, met uitzicht op de inmiddels donkere tuin en de gewelfde deur die toegang geeft tot de oude wijnkelder, waar we gedurende de avond één keer een blik in kunnen werpen. Het valt ons meteen op: in het restaurant is het prettig zitten. Wat de andere ruimtes missen, wordt hier ruimschoots goedgemaakt.

Des te meer valt ons de bediening tegen. De jonge vrouw die bij ons tafeltje hoort, zegt geen onvertogen woord. Dat is het niet. Alles is even correct, maar daardoor juist machinaal en onpersoonlijk. De manier waarop ze de borden zonder waarschuwing voor mij op het tafeltje klapt, is zelfs onbehoorlijk te noemen. Ze heeft blijkbaar haast.

Dat is jammer, want ze doet daarmee geen recht aan het werk van de kok. Het eten is namelijk goed. Zelf zou ik weliswaar het voorgerecht van het Zeeuwse viergangenmenu - Stellendamse garnaaltjes, mosselen en sla - wat kleiner hebben gemaakt, maar dat kan aan de eetlust liggen. De champagnesaus bij de oesters is naar mijn smaak iets te zwaar, maar - en dat is niet noodzakelijkerwijs met elkaar in tegenspraak - wel ontzettend lekker. Het bijzonderst vinden we uiteindelijk de gepocheerde peer: heerlijk fris en nog lekker stevig.

De volgende dag regent het pijpenstelen. Met de capuchon over het hoofd snellen we naar de ontbijtzaal. Daar zwaait Marjan Elzinga deze ochtend de scepter. Net als haar man is ze een en al vriendelijkheid. Ze informeert wat we gaan doen die dag, vraagt bij het buurtafeltje of de kinderen goed hebben geslapen op het bijgeplaatste bed en deelt her en der de gekookte eieren uit.

Na zelf een nachtje in Schuddebeurs te hebben doorgebracht, snap ik mijn ouders iets beter dan de kennis. Wie in een hotel graag leven en gedoe om zich heen heeft, is bij Schuddebeurs niet aan het juiste adres. Wie rust wil op een mooie plek in Nederland wél, maar dan moet je boffen met de bediening en het weer én niet teveel naar de inrichting kijken.

Meer over